populist-1872439_960_720De filosoof Karl Marx schreef het in 1844: religie is opium van het volk. Door te wijzen op de beloning in het hiernamaals, zouden mensen zich sneller schikken in hun levenslot zodat zij zich makkelijk laten verdoven en uitbuiten. Lenin maakte er later zelfs van: religie is opium voor het volk. Wat verdooft ons vandaag? Welke leiders verspreiden nu een roes die mensen blind maakt voor de echte maatschappelijke problemen? Het rechts-populisme overtreft wat dat betreft ruimschoots de religie.

Naast wat restanten christelijk fundamentalisme in en rond de Biblebelt kent ons land ook import-fundamentalisme van christenen en moslims. Hier groeien mensen op met een strakke religieuze ideologie die leidt tot bewustzijnsvernauwing. Hoewel? Vaak gaat het bij migranten ook om emancipatie. Voor hen kan religie een motor zijn van bewustwording, sociale erkenning en ontwikkeling.
Zelf mocht ik dat eens ervaren als freelance verslaggever van een regionale krant. Ik maakte een reportage over een Ghanese kerkdienst – ja, het swingde de pan uit! – in een grote parkeergarage in Amsterdam-Zuidoost. Ik zag en hoorde mensen die in een lastig parket zaten met tegelijk veel geestelijke en sociale ‘power’. En ook enorm veel solidariteit. Ook vanuit diverse moskeeën werken mensen aan emancipatie, dialoog en integratie en vindt sociaal werk plaats.
Toch kan godsdienst ook conservatief en benauwend zijn. En in het ergste geval leiden tot geweld. Ook in Nederland groeien mensen op in een milieu waarin vastomlijnde godsdienstige waarheden samen een gesloten ideologie vormen. De veilige wereld van de eigen groep wordt in contrast geplaatst met de boze buitenwereld.

Het grote kwaad

In die zin is er relatief weinig verschil tussen fundamentalistische christenen en moslims. Sterker nog: het anti-islam sentiment dat in de SGP-achterban zo sterk aanwezig is, lijkt soms bijna op een vorm van zelfhaat. Kijk naar de overeenkomsten: het bewaken van een traditioneel rollenpatroon tussen mannen en vrouwen, het taboe op homoseksualiteit en andere onwrikbare en exclusieve waarheden op basis van een religieus boek dat ‘van kaft tot kaft’ waar is en geen ruimte biedt aan persoonlijke interpretatie.
Meer dan negentig procent van de Nederlandse bevolking is vandaag – godsdienstig of niet – stukken vrijzinniger georiënteerd. Leve de vooruitgang! Maar maakt secularisatie mensen uiteindelijk ook minder vatbaar voor een overzichtelijk verhaal, voor het denken in termen van ‘wij’ tegenover ‘zij’ en het op een simpele manier lokaliseren en adresseren van het grote kwaad?
Als ik zie hoe politici als Wilders en Baudet het doen in de peilingen, dan meen ik dat een groot deel van de Nederlandse bevolking geneigd is om zichzelf te laten meenemen in een roes. Ook CDA-leider Buma weet dit en suggereert daarom in de H.J. Schoolezing van 4 september jl. dat de autochtone bevolking (‘de gewone Nederlander’) de dupe is van een ‘mislukte integratie’ van minderheden. Buma draait deze plaat grijs en blijft hangen in cultuurpessimisme. Hij voedt daarmee negatieve gevoelens die een eigen leven leiden, vaak los van de realiteit. Met moreel leiderschap heeft dat bar weinig te maken.
Marx had gelijk. Vroeger leende vooral de gevestigde religie zich om mensen in slaap te laten sussen en te laten neerleggen bij hun lot. Vandaag zijn het de hogepriesters van het populisme die via de massamedia roepen dat zij een kant-een-klare oplossing hebben voor alle problemen. De roes is nu niet gericht op een denkbeeldige hemel, maar bestaat als doorleefde angst gevoed door rancune.

IJdele motieven

De opium van vandaag wordt ingezet door mannen die tijdens hun maatschappelijke of politieke carrière tegen een grens aanlopen. Wat nu? Vanuit ijdele motieven krijgen ze de smaak van het populisme te pakken om vervolgens extreemrechtse broodjes te bakken. Soms denk ik: zouden ze zelf stiekem niet beter weten?
Dat ondertussen de beginselen van onze rechtsstaat onder druk staan, gevoelens van onveiligheid toenemen en mensen zich minder thuis voelen in Nederland, is de prijs die we met ons allen betalen. En dat door politieke keuzes de sociaaleconomische ongelijkheid groeit en een nieuwe onderklasse van zowel allochtonen als autochtonen ontstaat, wordt domweg ontkend of afgedaan als bijzaak. Om over de klimaatverandering en alle noodzakelijke maatregelen van dien nog maar te zwijgen.

Veel mensen zijn geneigd zichzelf te laten meenemen in een roes. Ze worden boos en bang bij het zien van bijvoorbeeld gesluierde vrouwen of een nieuwe moskee. Ja, het is me volkomen duidelijk. Niet de Islam maar de angst voor de Islam is vandaag de ultieme opium van het volk.

Dit artikel is ook gepubliceerd op de website NieuwWij.nl.

 

Advertenties

17_x_united_israel_palestine_flagGepubliceerd in magazine De Linker Wang, juli 2017.

De bezetting van Palestijns gebied door Israël is dit jaar vijftig jaar oud. Het brengt herinneringen bij me boven. In 1992 nam ik deel aan een groepsreis naar Israël. Met jongeren vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken deden we vrijwilligerswerk. Onze gastheer was een predikant die namens het kerkgenootschap was uitgezonden naar Israël. De groep deed onderhoudswerk in de botanische tuinen van de Hebrew University in Jeruzalem én schilderwerk in een ziekenhuis van de Lutherse Wereldfederatie waar met name gewonde Palestijnse kinderen werden verzorgd. De groep kwam in contact met zowel Joden als Palestijnen.

Toen we uitzicht hadden op de Tempelberg waar de gouden koepel van de Rotskoepelmoskee in de zon schitterde, vroeg één van de groepsgenoten mij: ‘Denk je dat het ooit goed zal komen?’. Ik vroeg hem wat hij precies bedoelde. Zijn antwoord kwam er op neer dat iedereen uiteindelijk christen zou moeten worden en dat Jezus dan terug zou keren. Dan zou alles zou goed komen. Hoewel ik deze gedachtegang kende, kon ik er niet zoveel mee. ‘Moeten mensen niet juist elkaars geloof en verschillen respecteren, om het uiteindelijk goed te laten komen?’, wierp ik tegen. ‘Is niet juist dat in de geest van Jezus?’

Hoewel de groepsreis vanuit een stevig gereformeerd kerkgenootschap was georganiseerd, werd ook de Palestijnse kant laten zien. Achteraf zie ik dat als positief. Want in orthodox-protestantse kringen bestaat ook veel blinde liefde voor Israël. Inmiddels ben ik lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Ook hier is bij sommigen onbegrip als het om het lot van de Palestijnen gaat.

In 2010 werd ik hoofdredacteur van De Linker Wang. Bewust koos ik ervoor om de stem die in de media en politiek zo zwak klinkt, een podium te bieden. Zo publiceerden we in 2015 een interview met Jaap Hamburger, voorzitter van ‘Een Ander Joods Geluid’. Hij zei: ‘We zijn overtuigd voorstander van de tweestatenoplossing: Israël moet daarbij de bezette gebieden verlaten en integraal teruggeven aan de Palestijnen, waarna zij hun eigen staat kunnen inrichten (…). Erkenning van Palestina in combinatie met volwaardig lidmaatschap van Palestina van de VN impliceert de beëindiging van die bezetting.’

De Palestijnen hebben nu wel lang genoeg gewacht op de erkenning van hun eigen staat, legde hij uit. ‘Die eigen staat is hen verschillende keren in het vooruitzicht gesteld en iedere keer stonden ze met lege handen. Eigenlijk begon dat al in 1949 toen een voorwaarde voor de toelating van Israël tot de VN was dat de VN ook Palestina als zelfstandige staat zouden accepteren, dat is niet gebeurd.’

In 2014 publiceerde De Linker Wang een interview met Debby Farber van Zochrot, een joodse organisatie in Israël die zeer kritisch kijkt naar het ontstaan van de staat Israël in 1948, omdat dit gepaard ging met het verdrijven van ruim 700 duizend Palestijnen. Palestijnen noemen die gebeurtenissen Nakba (‘de ramp’). Zochrot wil de herinnering eraan levend houden. Farber zei: ‘Als je niet begrijpt dat de huidige situatie een direct gevolg is van de Nakba, kan er nooit een oplossing komen.’

Rabbijn Awraham Soetendorp hield in 2008 een lezing in Dalfsen die ik als redacteur versloeg. ‘Het gaat om veiligheid en niet om heiligheid. Heiligheid is niet alleen verbonden met het land Juda, maar met heel de wereld,’ stelde Soetendorp. ‘Het volk Israël heeft gezworven maar altijd zijn verlangen behouden. Joden in den vreemde, in de verstrooiing, zijn door de eeuwen heen begraven met zand uit Israël. Het politieke Zionisme uit de negentiende eeuw, van Theodor Herzl en anderen, kwam niet uit de lucht vallen. Het was de vertolking van een eeuwenoud verlangen.’

Soetendorp stelde hardop de vraag: ‘Waarom was het nodig in 1948 een joodse staat op te richten?’. En hij riep vervolgens het beeld op van de verschrikkingen tegen joden die van 1933 tot 1945 in Europa plaatsvonden. Soetendorps verhaal was en is een ervaringsverhaal. ‘Met mijn ouders woonde ik vanaf 1948 in Israël. Die eerste jaren was er oorlog. Maar bij een luchtalarm bleef mijn moeder, ogenschijnlijk kalm, op de bank liggen. Ze zei: ‘Nee, hier ga ik niet een kelder in. Hier zijn we thuis, dit is ons huis’. En Soetendorp vervolgde, zichtbaar geraakt: ‘Ja, dát is voor mij Israël.’

Op 12 juni jl. schreef Stevo Akkerman in Trouw het zeer kernachtig: ‘De geschiedenis van het ene volk kan de geschiedenis van het andere volk niet ongedaan maken’. Het wordt tijd dat we meer inclusief gaan denken. En als de tweestatenoplossing niet van de grond komt, waarom dan niet één seculiere, multi-etnische en multireligieuze staat Israël-Palestina? De vlag ervan bestaat al…