De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster bestaat sinds 2005. Gekscherend geloven de aanhangers in een Vliegend Spaghettimonster dat de schepper van de aarde zou zijn. Op 25 november moest ik aan deze opmerkelijke pseudoreligie denken toen Paul Cliteur een toespraak hield op het congres van FvD, de extreemrechtse partij van Thierry Baudet.

Paul Cliteur met vergiet op zijn hoofdCliteur had een vergiet bij zich, het hoofddeksel dat gedragen wordt in genoemde pseudokerk. De spaghetti dient immers afgegoten te kunnen worden! Uiteraard zette Cliteur het vergiet op zijn hoofd om daarmee kritiek uit te oefenen op het mogen dragen van de hoofddoek bij de politie. Volgens hem gaat het hier om “westerse zelfhaat” en om “een van de vele culturele manifestaties van de welvaartsziekte waaraan deze maatschappij leidt”.
Deze scherpe woorden gebruikte hij overigens zonder andere voorbeelden te noemen waaruit de ernstige ‘welvaartsziekte’ dan wel zou blijken. Uiteraard kwam er een flink applaus voor dit korte preekje voor eigen parochie.

Humor als kritiek

Terug naar het Vliegend Spaghettimonster. Dit opperwezen werd in 2005 voor het eerst beschreven in een protest tegen lessen in creationisme op scholen. In de Amerikaanse staat Kansas was besloten dat naast de evolutietheorie ‘intelligent design’ verplichte lesstof zou worden. De natuurkundige Bobby Henderson schreef een satirische open brief aan het ministerie van onderwijs van de Amerikaanse deelstaat. Omdat hij geen reactie kreeg, zette hij de brief op zijn website wat zoveel losmaakte dat onder meer nu ook in Nederland een afdeling van de pseudokerk is gevestigd.
Geloof is volgens de beweging de uitkomst van de willekeur van de menselijke verbeelding. Elke voor alle mensen geldende moraal of waarheid is verdacht. Dat geldt overigens ook voor de kerk zelf, die zichzelf daarom niet al te serieus neemt. Humor is daarmee niet alleen een wapen in de kritiek op religie in het algemeen, maar ook een levenshouding.

Feiten zijn zinloos

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster triggert mij. Ik begrijp de positie van Bobby Henderson wel. De evolutietheorie is immers de meest aannemelijke reconstructie van het ontstaan van de mens. Scheppingsverhalen horen niet thuis in een biologieles maar in het domein van religie, cultuur en verbeeldingskracht.
Maar feiten op zichzelf zijn per definitie zinloos. Het zijn mensen die betekenissen toedichten aan feiten of gebeurtenissen. Bijvoorbeeld de gebeurtenis van het ontstaan van de mens. Dit ‘zin-geven’ doen we van oudsher door het vertellen, schrijven of beluisteren van verhalen. Want alleen verbeelding geeft mensen zin. En hoewel het een stoffig en door christenen veelvuldig misbruikt boek is, is de bijbel geschreven als een verbeeldend en inspirerend verhalenboek.
Inmiddels heeft het boek de eeuwen getrotseerd en culturen overleefd. Sommige mensen zien het boek daarom als een godsgeschenk. Over de bijbel bestaat echter een groot misverstand. Niet in de laatste plaats zijn het juist christenen die zelf aan dit misverstand bijdragen: het boek bevat geen natuurwetenschappelijke waarheden.

Spiritueel en verbeeldend

Naast begrip voor Henderson en zijn geestverwanten, heb ik daarom ook kritische vragen. Religie is volgens hen “slechts een willekeurige mentale verbeelding, een waanbeeld dat zijn oorsprong heeft in de menselijke geest”. Waarom gebruiken zij deze negatieve en afkeurende kwalificaties als het gaat om religieuze verbeelding? Mag er naast de ratio geen ruimte zijn voor zingeving? Wat is de mens zonder religieuze of culturele verbeelding? Begrijpen Henderson en zijn geestverwanten niet dat er naast fundamentalistische gelovigen ook gelovigen zijn die wetenschappelijke waarheden voluit erkennen en voor wie religieuze verbeelding daarom juist spiritueel van karakter is?
Ik mis bij de fans van het Vliegend Spaghettimonster zowel pragmatisme als idealisme. Hoeveel ziekenhuizen en hulporganisaties zijn er de afgelopen eeuwen niet ontstaan vanuit christelijke of anderszins religieuze motieven? En ja, mensen met een religie hebben hier niet het patent op, zo hoor ik atheïsten en agnosten mij direct al corrigeren. En ze hebben daarin natuurlijk gelijk. Maar dat neemt niet weg dat religie historisch gezien een cultuurvormende, sociale, kritische en op compassie gerichte kracht in zich heeft.

‘Er ritselt een geheim’

In de mystiek van jodendom, christendom en islam is God een geheim, Hij is de Onnoembare: ‘Ik ben die ik ben’ en ‘Hij die er zijn zal’. In de Islam heeft God 99 namen waarvan geen enkele definitief of alomvattend is. Ook in de postmoderne theologie keert dit thema terug, zoals bij de Amerikaanse filosoof en theoloog John Caputo.
God gebeurt. God is een event, zegt hij. Met het woord ‘God’ kun je niks beschrijven of analyseren; het woord is evocatief, het roept iets op. Het valt eerder onder poëzie dan onder wetenschap. In de naam van God bid je dat er iets gebeurt in de gebeurtenissen in de wereld. Het komt er op aan daarvoor open te staan.
God laat zich volgens Caputo zien in ‘onmogelijke gebeurtenissen’. Waarvoor we bidden, waarop we hopen, waar we om huilen. Het evangelie vraagt volgens hem het onmogelijke. Vergeving is de spits van het onmogelijke dat gebeurt. Caputo zegt: ‘We weten niets van God behalve de naam. En alles aan God is belangrijk, behalve de naam’.
Hier zit mystiek in, meent de Nederlandse Caputo-kenner en hoogleraar Rick Benjamins. “Er ritselt een geheim dat je niet onder woorden kunt brengen. Wij moeten de ongedachte gebeurtenissen belichamen. Bestaat God? Caputo zegt dat God niet existeert maar insisteert. Met onze hulp kan Hij gebeuren.”

Passie en compassie

Bij het postmoderne zoeken van Caputo proef ik passie en compassie voor de mens en voor de aarde en al haar bewoners. Uitsluitend rationaliteit geeft onvoldoende voeding aan hartstocht voor gerechtigheid, vrede en een duurzame toekomst. Eerbied voor het levensgeheim – of noem het mystieke ontvankelijkheid – is een bron voor maatschappelijk engagement en emancipatie. Zonder christelijke inspiratie had Martin Luther King bijvoorbeeld nooit zijn indrukwekkende redevoering ‘I have a dream’ uitgesproken.
Daarom is het goed, logisch en ook prijzenswaardig dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zichzelf niet al te serieus neemt. De pseudokerk bekritiseert godsdienst waar het vast zit in een oud stramien, waar het wetenschap en verbeeldingskracht door elkaar haalt en waar het onverdraagzaam is. Daar zit beslist haar relevantie, met humor als onmiskenbare kracht.
Religiekritiek is broodnodig en een belangrijk onderdeel van onze liberale democratie. Maar een parodie vervangt niet de mystieke kracht en bezieling die miljarden mensen op aarde kunnen ervaren, wanneer zij putten uit grote mondiale wijsheidstradities zoals jodendom, christendom en islam.

Dwazer en dwazer

Dit nuchtere besef maakt het beeld van rechtsfilosoof Paul Cliteur met een vergiet op zijn hoofd tijdens het congres van de xenofobe beweging van Thierry Baudet alleen maar dwazer en dwazer.

Dit artikel is gepubliceerd op de website NieuwWij.nl.

Advertenties

wubbo ockels laatste tweetMijn column voor de website van de landelijke werkgroep Kerk en Milieu, september 2017.

Hij genoot bekendheid als astronaut: Wubbo Ockels (1946-2014). Tot aan zijn dood was hij hoogleraar aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaart van de TU Delft. Juist door zijn kennis van het heelal besefte hij hoe bijzonder, uniek en kostbaar het leven is in die dunne schil die dampkring heet. Het leven op het summiere planeetje aarde is een groot wonder, zo besefte hij.

Na zijn overlijden liet Ockels een bijzondere brief na. Daarin schreef hij: ‘De ruimtevaart heeft ons een spiegel voorgehouden. We zijn nu echt waar we zijn: op een prachtige planeet, waar we niet zonder kunnen. We zijn allemaal astronauten van het Ruimteschip Aarde.’

Symbolen, rituelen en kunst

Ockels lijkt in zijn brief de grote wereldreligies inclusief het christendom als obstakels te zien voor mondiale en ecologische verbondenheid. Hij gelooft in ‘de God van de mensheid’ en die is volgens hem ‘in ons allemaal’. Ockels schrijft: ‘We kunnen ons niet achter deze God verstoppen, omdat het in ons zit. We kunnen ons niet verbergen voor de verantwoordelijkheid voor onszelf.’ En iets verderop: ‘We moeten symbolen, rituelen en kunst maken om ons geloof in de mensheid te uiten.’

Op zijn sterfbed zag en schreef hij het scherp. In zijn brief getuigt hij van een grote liefde voor het leven op aarde, geboren uit verwondering. Ockels gaf daarmee uitdrukking aan een verlangen naar vrede en harmonie tussen mensen onderling en tussen mensen en de aarde. Dat maakt mij stil. De brief zet mij ook aan het denken. Moeten christenen, moslims, joden en hindoes hun overtuigingen inruilen voor een compleet nieuw vorm te geven universele religie?

Geestkracht

De brief van Ockels dateert uit 2014 maar kan ook vandaag christenen en andersgelovigen volop aan het denken zetten. Hoe duurzaam en inclusief is mijn geloof? Hoe open, spiritueel en milieubewust is mijn geloofsgemeenschap? Gelovigen kunnen hun eigen religieuze tradities op een meer inclusieve en ecologische manier leren verstaan.

De wereldgodsdiensten bevatten allemaal een grote rijkdom aan wijsheid en inzicht en ze hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Past dat wel in onze denkwijze? De eigen religieuze bronnen kunnen mensen helpen om verwonderd te zijn over de aarde. Dat vraagt vaak wel om nieuwe interpretaties en om geestkracht die grenzen doorbreekt.

Als christen vraag ik me af: wilde Jezus een nieuwe religie stichten? Of ging het hem om het overbruggen van verschillen en daarmee de komst van wat Hij zelf het Koninkrijk noemde? En wat betekent dat vandaag voor het ruimteschip Aarde en haar astronauten? Kan de blauwe hemel wel zonder een groene aarde? En andersom? Is God uitsluitend transcendent aanwezig: mentaal en op afstand, uitstijgend boven het hier en nu? Of is God ook immanent en meer gevoelsmatig present in mensen, dieren, bomen, planten, lucht, vuur en water? En wat heeft dat voor consequenties?

Nieuw bewustzijn

Deze vragen kunnen leiden tot een nieuw bewustzijn en een hernieuwde zoektocht vanuit kerken naar vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, samen met alle mensen van goede wil. Een niet-kerkelijk geluid als dat van Wubbo Ockels is daarbij meer dan welkom: een geschenk uit de hemel met oog voor de aarde.

13_x_feddema_keizerVan historicus en cultureel antropoloog Hans Feddema verscheen onlangs het boek ‘Een keizer zonder kleren’. Hij onderzoekt daarin de diepere grond van de ‘leegloop’ en de identiteitscrisis van de kerk. Hij wijst – zoals de achterflap meldt – op ‘de noodzaak van een radicale inhoudelijke vernieuwing van de christelijke godsdienst. Dit ook in het licht van de nieuwe spiritualiteit en de cultuuromslag naar een ander bewustzijn’.

Feddema ken ik sinds 2001 van De Linker Wang, het aan GroenLinks verbonden platform voor religie en politiek. Hij is aimabel, breed onderlegd en een oprecht en erudiet zoeker. Graag deelt hij zijn inzichten met andere mensen. Ook is hij zeer betrokken bij vraagstukken rond oorlog en vrede. Zijn boek heb ik met veel interesse gelezen. Zijn constatering dat de kerk steeds minder mensen weet te binden en te raken, herken ik. Tegelijk roept zijn boek ook de nodige vragen bij me op.

Naar de oorspronkelijke boodschap van Jezus, die onder alle dogma’s lijkt te zijn verdwenen, is Feddema hartstochtelijk op zoek. Hij analyseert dat de hedendaagse mens die zoekt naar innerlijke groei, spiritualiteit en vrede, vaak niet meer aangesproken wordt door wat kerken aanbieden of te zeggen hebben. Feddema is thuis in de wereld van de ‘nieuwe spiritualiteit’, veel meer dan ik zelf. Voor hem biedt deze wereld veel aanknopingspunten voor een weg die wél begaanbaar is.

Wat mij aanspreekt is de sterk inclusieve en op ervaring gerichte benadering van Feddema. Ik ga mee met zijn stelling dat exclusivisme en dogmatisme, die lang dominant waren binnen de christelijke kerken, geen toekomst meer hebben. En als het alleen om ethiek en politiek gaat, zal de kerk uiteindelijk ook geen stand houden, zo ben ik het met de auteur eens. Want hoe belangrijk en onmisbaar dat laatste ook is, de kerk zal allereerst mensen moeten raken en mensen moeten helpen om spiritueel (geestelijk) te groeien. Vanuit een ‘geraakt zijn’ komt de ethiek dan vanzelf wel in beeld, innerlijk gemotiveerd en voorbij moralisme.

Yoga doet veel mensen goed. Voor mij is het geen probleem als kerken yoga zouden aanbieden, zoals Feddema suggereert. Maar waarom zouden kerken niet gewoon toegeven dat er ook buiten het kerkelijk instituut heling (‘heil’) te vinden is? De kerk kan dan vooral doen waar zij zelf goed in is: spirituele schatten opdiepen uit de Bijbel. En ja, dat kan ook met meditatie en bibliodrama. En daarnaast natuurlijk het laten samenkomen van mensen rond liturgie, waaruit – in principe grenzeloze – gemeenschapszin en solidariteit kunnen ontstaan.

Ook reïncarnatie ziet Feddema als optie. Maar bij een geloof in meerdere levens haak ik persoonlijk af. Het is misschien een troostvolle gedachte dat er altijd een nieuwe kans is, maar dan graag in mijn huidige leven. Ik denk niet dat kerken wat met reïncarnatiegeloof moeten doen. Bijna alle verhalen in de Bijbel zijn gericht op het concrete, aardse bestaan en op de innerlijke groei die het dagelijks leven van ons vraagt. Ook  de ‘christelijke hemel’ – ofwel het ‘hiernamaals’ – heeft bijbels gezien slechte papieren. Waarom zouden we klassiek christelijke beelden die opruiming verdienen, gaan inruilen voor nieuwe illusies? Persoonlijk heb ik genoeg aan het geloof dat ik na mijn dood ‘geborgen ben bij de Eeuwige’ zonder dat ik precies weet wat dat inhoudt. Het gaat om vertrouwen dat zoekend en tastend woorden krijgt.

De Bijbel leest Feddema metaforisch en symbolisch. De opstanding van Jezus Christus uit de dood heeft volgens hem symbolische betekenis. Ik ga daar in mee. Toch lijkt de auteur als modern mens moeite te hebben om volledig metaforisch de Bijbel te lezen. Hij staat stil bij de theorie dat Jezus aan het kruis mogelijk niet echt gestorven is, maar in een diepe coma zou zijn beland. Alsof de opstanding van Jezus eigenlijk toch een rationele verklaring nodig heeft. Waarom kan Feddema hier het verhaal niet gewoon het verhaal laten zijn?

De menswording van God in Jezus, en de dood en opstanding van Jezus, vertellen volgens mij het verhaal van een God die solidair is met mensen. Voor stervelingen haalt de Eeuwige zijn neus niet op. Hij komt ons rakelings nabij en betaalt met zijn leven zelfs de hoogste prijs. Het coma-verhaal – dat Feddema niet onderschrijft maar in zijn boek wel als een serieuze optie op tafel legt – haalt voor mij de radicaliteit uit het evangelie. Een radicaliteit waarover bijvoorbeeld Huub Oosterhuis dicht: Hier in dit stervend bestaan, wordt Hij voor ons geloofwaardig. Worden wij mensen van God. Liefde op leven en dood.

Ondanks mijn kritische kanttekeningen, vind ik dat Hans Feddema met ‘Een keizer zonder kleren’ een intrigerend boek heeft geschreven. Hoewel niet al zijn antwoorden mij overtuigen, stelt hij wel de juiste vragen. Veel mensen in de kerken beseffen niet hoe ver en hoe diep kerken zijn verwijderd van de belevingswereld en de spirituele behoeften van mensen anno 2017. De auteur levert aan die bewustwording een waardevolle bijdrage.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

groenlinks_socialmedia_logoNatuurlijk ben ik getriggerd door het nieuws over Jan Wolsheimer. Want ik heb veel bewondering voor wat hij doet en hoe hij kritisch stelling neemt. Jan is pastor bij een evangelische gemeente en heel maatschappijkritisch. Een paar jaar geleden leverde hij een leuke bijdrage aan een nieuwjaarsbijeenkomst van De Linker Wang en hij oriënteerde zich binnen GroenLinks. Zaterdag maakte hij op Facebook zijn terugkeer naar de ChristenUnie bekend.

‘Ik heb besloten dat ik liever af en toe over de grond rol met geloofsgenoten over bepaalde zaken dan dat ik mijn geloof in God moet verdedigen,’ schrijft hij. Wolsheimer is liever actief in ‘een partij waar God een prominente plek heeft’ dan dat hij ‘Gods boodschap moet verpakken in maatschappelijk geaccepteerde termen’. Om daar aan toe te voegen: ‘Alleen Jezus brengt vrede’.

Uiteraard respecteer ik de keuze van Jan Wolsheimer. Tegelijk prikkelt het me. Zijn overstap daagt mij uit om duidelijk te maken waarom ik mijn inspiratie vanuit de christelijke traditie graag combineer met een keuze voor GroenLinks. Daarbij wil ik eerst benadrukken dat GroenLinks en de ChristenUnie op veel terreinen politieke bondgenoten zijn, zeker als het gaat om duurzaamheid en sociale gerechtigheid. Een goede zaak! Maar dat is niet het punt dat ik nu wil uitwerken…

Wolsheimer is liever actief ‘in een partij waar God een prominente plek heeft’. Dat suggereert dat dit in andere politieke partijen niet het geval is. Ik vind dat zelf wat problematisch. Natuurlijk: binnen de ChristenUnie wordt het woord ‘God’ expliciet in de mond genomen en in positieve zin verbonden aan wat mensen bezielt en inspireert. Maar dat maakt andere partijen natuurlijk nog niet ‘van God los’.

Sterker nog: voor mij heeft God te maken met een mysterie. De Bijbel staat vol met verhalen die duidelijk maken dat spreken over God een hachelijke zaak is, zeker in relatie tot politieke kwesties. Geen groep of confessie kan het levensgeheim, de Naam of de Eeuwige claimen. En in onze moderne cultuur leidt het woord ‘God’ tot de meest uiteenlopende beeldvorming, gedachten, gevoelens en miscommunicatie.

En dan de uitspraak ‘Alleen Jezus brengt vrede’. Dat klinkt mij persoonlijk veel te exclusief in de oren. Zo exclusief, dat dit volgens mij geen recht doet aan Jezus. Ook ik geloof dat Jezus vrede brengt. Maar niet door de exclusiviteit van één religie. Jezus kwam niet om een nieuwe godsdienst te stichten, maar om grenzen te slechten tussen joden – de groep waartoe hij zelf behoorde – en de rest van de wereld. In de evangeliën ritselt een geheim, een soort ‘doorbraak’ gericht op humaniteit dat ook vandaag zeggingskracht heeft. Christen-zijn is geen doel op zichzelf, maar het gaat – zo geloof ik – om openheid, inclusief denken en ‘radicale zachtmoedigheid’ om met Ruard Ganzevoort te spreken.

Moet een christen binnen GroenLinks vrijzinnig zijn? Nou, er moet helemaal niks natuurlijk. En ‘vrijzinnig’ is maar een label, zoals ‘orthodox’ dat ook is. Zelf heb ik in religieus opzicht van beide wel wat. Maar ik vermoed dat religieuze exclusiviteit zich moeilijk verdraagt binnen een politieke partij waarin mensen met verschillende levensbeschouwelijke tradities met elkaar samenwerken. Juist de aanwezigheid van religieus geïnspireerde mensen binnen een seculiere partij als GroenLinks laat zien dat het mogelijk is: grensoverschrijdend bouwen aan de nieuwe wereld die komende is.

Maar iets vergelijkbaars geldt natuurlijk voor kritische mensen met een missie, zoals Jan Wolsheimer die bewust kiest voor de ChristenUnie en daar wel een robbertje durft te vechten over bijvoorbeeld het lot van de Palestijnen, zoals hij op Facebook laat doorschemeren. God gaat zijn ongekende gang.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DSC_0117Dit journalistieke verslag is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 17 januari 2014. Een uitgebreid verslag van mijn hand is hier te vinden.

Zijn de ideeën van Klaas Hendrikse alles wat er te zeggen is over vrijzinnigheid? Nee, vindt Rick Benjamins. “Een waardevol stuk van de vrijzinnige traditie blijft vandaag onbelicht.” Theo Brand was er bij.

“God is een woord in de taal,” zegt Rick Benjamins, theoloog en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie te Groningen. “Met dat woord is van alles aan de hand. Sommigen menen dat als God niet bestaat, het woord ook weg kan. Volgens mij ligt dat anders. Het wonder zit in de creativiteit van het wereldproces en in gebeurtenissen die het onmogelijke mogelijk maken. Het woord ‘God’ opent een kijk op de wereld, die er anders niet zou zijn.”

Benjamins sprak in de Zwolse Oosterkerk over hoe mensen kunnen geloven na de beeldenstorm van de moderne theologie. (meer…)