Spiritualiteit


De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster bestaat sinds 2005. Gekscherend geloven de aanhangers in een Vliegend Spaghettimonster dat de schepper van de aarde zou zijn. Op 25 november moest ik aan deze opmerkelijke pseudoreligie denken toen Paul Cliteur een toespraak hield op het congres van FvD, de extreemrechtse partij van Thierry Baudet.

Paul Cliteur met vergiet op zijn hoofdCliteur had een vergiet bij zich, het hoofddeksel dat gedragen wordt in genoemde pseudokerk. De spaghetti dient immers afgegoten te kunnen worden! Uiteraard zette Cliteur het vergiet op zijn hoofd om daarmee kritiek uit te oefenen op het mogen dragen van de hoofddoek bij de politie. Volgens hem gaat het hier om “westerse zelfhaat” en om “een van de vele culturele manifestaties van de welvaartsziekte waaraan deze maatschappij leidt”.
Deze scherpe woorden gebruikte hij overigens zonder andere voorbeelden te noemen waaruit de ernstige ‘welvaartsziekte’ dan wel zou blijken. Uiteraard kwam er een flink applaus voor dit korte preekje voor eigen parochie.

Humor als kritiek

Terug naar het Vliegend Spaghettimonster. Dit opperwezen werd in 2005 voor het eerst beschreven in een protest tegen lessen in creationisme op scholen. In de Amerikaanse staat Kansas was besloten dat naast de evolutietheorie ‘intelligent design’ verplichte lesstof zou worden. De natuurkundige Bobby Henderson schreef een satirische open brief aan het ministerie van onderwijs van de Amerikaanse deelstaat. Omdat hij geen reactie kreeg, zette hij de brief op zijn website wat zoveel losmaakte dat onder meer nu ook in Nederland een afdeling van de pseudokerk is gevestigd.
Geloof is volgens de beweging de uitkomst van de willekeur van de menselijke verbeelding. Elke voor alle mensen geldende moraal of waarheid is verdacht. Dat geldt overigens ook voor de kerk zelf, die zichzelf daarom niet al te serieus neemt. Humor is daarmee niet alleen een wapen in de kritiek op religie in het algemeen, maar ook een levenshouding.

Feiten zijn zinloos

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster triggert mij. Ik begrijp de positie van Bobby Henderson wel. De evolutietheorie is immers de meest aannemelijke reconstructie van het ontstaan van de mens. Scheppingsverhalen horen niet thuis in een biologieles maar in het domein van religie, cultuur en verbeeldingskracht.
Maar feiten op zichzelf zijn per definitie zinloos. Het zijn mensen die betekenissen toedichten aan feiten of gebeurtenissen. Bijvoorbeeld de gebeurtenis van het ontstaan van de mens. Dit ‘zin-geven’ doen we van oudsher door het vertellen, schrijven of beluisteren van verhalen. Want alleen verbeelding geeft mensen zin. En hoewel het een stoffig en door christenen veelvuldig misbruikt boek is, is de bijbel geschreven als een verbeeldend en inspirerend verhalenboek.
Inmiddels heeft het boek de eeuwen getrotseerd en culturen overleefd. Sommige mensen zien het boek daarom als een godsgeschenk. Over de bijbel bestaat echter een groot misverstand. Niet in de laatste plaats zijn het juist christenen die zelf aan dit misverstand bijdragen: het boek bevat geen natuurwetenschappelijke waarheden.

Spiritueel en verbeeldend

Naast begrip voor Henderson en zijn geestverwanten, heb ik daarom ook kritische vragen. Religie is volgens hen “slechts een willekeurige mentale verbeelding, een waanbeeld dat zijn oorsprong heeft in de menselijke geest”. Waarom gebruiken zij deze negatieve en afkeurende kwalificaties als het gaat om religieuze verbeelding? Mag er naast de ratio geen ruimte zijn voor zingeving? Wat is de mens zonder religieuze of culturele verbeelding? Begrijpen Henderson en zijn geestverwanten niet dat er naast fundamentalistische gelovigen ook gelovigen zijn die wetenschappelijke waarheden voluit erkennen en voor wie religieuze verbeelding daarom juist spiritueel van karakter is?
Ik mis bij de fans van het Vliegend Spaghettimonster zowel pragmatisme als idealisme. Hoeveel ziekenhuizen en hulporganisaties zijn er de afgelopen eeuwen niet ontstaan vanuit christelijke of anderszins religieuze motieven? En ja, mensen met een religie hebben hier niet het patent op, zo hoor ik atheïsten en agnosten mij direct al corrigeren. En ze hebben daarin natuurlijk gelijk. Maar dat neemt niet weg dat religie historisch gezien een cultuurvormende, sociale, kritische en op compassie gerichte kracht in zich heeft.

‘Er ritselt een geheim’

In de mystiek van jodendom, christendom en islam is God een geheim, Hij is de Onnoembare: ‘Ik ben die ik ben’ en ‘Hij die er zijn zal’. In de Islam heeft God 99 namen waarvan geen enkele definitief of alomvattend is. Ook in de postmoderne theologie keert dit thema terug, zoals bij de Amerikaanse filosoof en theoloog John Caputo.
God gebeurt. God is een event, zegt hij. Met het woord ‘God’ kun je niks beschrijven of analyseren; het woord is evocatief, het roept iets op. Het valt eerder onder poëzie dan onder wetenschap. In de naam van God bid je dat er iets gebeurt in de gebeurtenissen in de wereld. Het komt er op aan daarvoor open te staan.
God laat zich volgens Caputo zien in ‘onmogelijke gebeurtenissen’. Waarvoor we bidden, waarop we hopen, waar we om huilen. Het evangelie vraagt volgens hem het onmogelijke. Vergeving is de spits van het onmogelijke dat gebeurt. Caputo zegt: ‘We weten niets van God behalve de naam. En alles aan God is belangrijk, behalve de naam’.
Hier zit mystiek in, meent de Nederlandse Caputo-kenner en hoogleraar Rick Benjamins. “Er ritselt een geheim dat je niet onder woorden kunt brengen. Wij moeten de ongedachte gebeurtenissen belichamen. Bestaat God? Caputo zegt dat God niet existeert maar insisteert. Met onze hulp kan Hij gebeuren.”

Passie en compassie

Bij het postmoderne zoeken van Caputo proef ik passie en compassie voor de mens en voor de aarde en al haar bewoners. Uitsluitend rationaliteit geeft onvoldoende voeding aan hartstocht voor gerechtigheid, vrede en een duurzame toekomst. Eerbied voor het levensgeheim – of noem het mystieke ontvankelijkheid – is een bron voor maatschappelijk engagement en emancipatie. Zonder christelijke inspiratie had Martin Luther King bijvoorbeeld nooit zijn indrukwekkende redevoering ‘I have a dream’ uitgesproken.
Daarom is het goed, logisch en ook prijzenswaardig dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zichzelf niet al te serieus neemt. De pseudokerk bekritiseert godsdienst waar het vast zit in een oud stramien, waar het wetenschap en verbeeldingskracht door elkaar haalt en waar het onverdraagzaam is. Daar zit beslist haar relevantie, met humor als onmiskenbare kracht.
Religiekritiek is broodnodig en een belangrijk onderdeel van onze liberale democratie. Maar een parodie vervangt niet de mystieke kracht en bezieling die miljarden mensen op aarde kunnen ervaren, wanneer zij putten uit grote mondiale wijsheidstradities zoals jodendom, christendom en islam.

Dwazer en dwazer

Dit nuchtere besef maakt het beeld van rechtsfilosoof Paul Cliteur met een vergiet op zijn hoofd tijdens het congres van de xenofobe beweging van Thierry Baudet alleen maar dwazer en dwazer.

Dit artikel is gepubliceerd op de website NieuwWij.nl.

Advertenties

wubbo ockels laatste tweetMijn column voor de website van de landelijke werkgroep Kerk en Milieu, september 2017.

Hij genoot bekendheid als astronaut: Wubbo Ockels (1946-2014). Tot aan zijn dood was hij hoogleraar aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaart van de TU Delft. Juist door zijn kennis van het heelal besefte hij hoe bijzonder, uniek en kostbaar het leven is in die dunne schil die dampkring heet. Het leven op het summiere planeetje aarde is een groot wonder, zo besefte hij.

Na zijn overlijden liet Ockels een bijzondere brief na. Daarin schreef hij: ‘De ruimtevaart heeft ons een spiegel voorgehouden. We zijn nu echt waar we zijn: op een prachtige planeet, waar we niet zonder kunnen. We zijn allemaal astronauten van het Ruimteschip Aarde.’

Symbolen, rituelen en kunst

Ockels lijkt in zijn brief de grote wereldreligies inclusief het christendom als obstakels te zien voor mondiale en ecologische verbondenheid. Hij gelooft in ‘de God van de mensheid’ en die is volgens hem ‘in ons allemaal’. Ockels schrijft: ‘We kunnen ons niet achter deze God verstoppen, omdat het in ons zit. We kunnen ons niet verbergen voor de verantwoordelijkheid voor onszelf.’ En iets verderop: ‘We moeten symbolen, rituelen en kunst maken om ons geloof in de mensheid te uiten.’

Op zijn sterfbed zag en schreef hij het scherp. In zijn brief getuigt hij van een grote liefde voor het leven op aarde, geboren uit verwondering. Ockels gaf daarmee uitdrukking aan een verlangen naar vrede en harmonie tussen mensen onderling en tussen mensen en de aarde. Dat maakt mij stil. De brief zet mij ook aan het denken. Moeten christenen, moslims, joden en hindoes hun overtuigingen inruilen voor een compleet nieuw vorm te geven universele religie?

Geestkracht

De brief van Ockels dateert uit 2014 maar kan ook vandaag christenen en andersgelovigen volop aan het denken zetten. Hoe duurzaam en inclusief is mijn geloof? Hoe open, spiritueel en milieubewust is mijn geloofsgemeenschap? Gelovigen kunnen hun eigen religieuze tradities op een meer inclusieve en ecologische manier leren verstaan.

De wereldgodsdiensten bevatten allemaal een grote rijkdom aan wijsheid en inzicht en ze hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Past dat wel in onze denkwijze? De eigen religieuze bronnen kunnen mensen helpen om verwonderd te zijn over de aarde. Dat vraagt vaak wel om nieuwe interpretaties en om geestkracht die grenzen doorbreekt.

Als christen vraag ik me af: wilde Jezus een nieuwe religie stichten? Of ging het hem om het overbruggen van verschillen en daarmee de komst van wat Hij zelf het Koninkrijk noemde? En wat betekent dat vandaag voor het ruimteschip Aarde en haar astronauten? Kan de blauwe hemel wel zonder een groene aarde? En andersom? Is God uitsluitend transcendent aanwezig: mentaal en op afstand, uitstijgend boven het hier en nu? Of is God ook immanent en meer gevoelsmatig present in mensen, dieren, bomen, planten, lucht, vuur en water? En wat heeft dat voor consequenties?

Nieuw bewustzijn

Deze vragen kunnen leiden tot een nieuw bewustzijn en een hernieuwde zoektocht vanuit kerken naar vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, samen met alle mensen van goede wil. Een niet-kerkelijk geluid als dat van Wubbo Ockels is daarbij meer dan welkom: een geschenk uit de hemel met oog voor de aarde.

17_x_united_israel_palestine_flagGepubliceerd in magazine De Linker Wang, juli 2017.

De bezetting van Palestijns gebied door Israël is dit jaar vijftig jaar oud. Het brengt herinneringen bij me boven. In 1992 nam ik deel aan een groepsreis naar Israël. Met jongeren vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken deden we vrijwilligerswerk. Onze gastheer was een predikant die namens het kerkgenootschap was uitgezonden naar Israël. De groep deed onderhoudswerk in de botanische tuinen van de Hebrew University in Jeruzalem én schilderwerk in een ziekenhuis van de Lutherse Wereldfederatie waar met name gewonde Palestijnse kinderen werden verzorgd. De groep kwam in contact met zowel Joden als Palestijnen.

Toen we uitzicht hadden op de Tempelberg waar de gouden koepel van de Rotskoepelmoskee in de zon schitterde, vroeg één van de groepsgenoten mij: ‘Denk je dat het ooit goed zal komen?’. Ik vroeg hem wat hij precies bedoelde. Zijn antwoord kwam er op neer dat iedereen uiteindelijk christen zou moeten worden en dat Jezus dan terug zou keren. Dan zou alles zou goed komen. Hoewel ik deze gedachtegang kende, kon ik er niet zoveel mee. ‘Moeten mensen niet juist elkaars geloof en verschillen respecteren, om het uiteindelijk goed te laten komen?’, wierp ik tegen. ‘Is niet juist dat in de geest van Jezus?’

Hoewel de groepsreis vanuit een stevig gereformeerd kerkgenootschap was georganiseerd, werd ook de Palestijnse kant laten zien. Achteraf zie ik dat als positief. Want in orthodox-protestantse kringen bestaat ook veel blinde liefde voor Israël. Inmiddels ben ik lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Ook hier is bij sommigen onbegrip als het om het lot van de Palestijnen gaat.

In 2010 werd ik hoofdredacteur van De Linker Wang. Bewust koos ik ervoor om de stem die in de media en politiek zo zwak klinkt, een podium te bieden. Zo publiceerden we in 2015 een interview met Jaap Hamburger, voorzitter van ‘Een Ander Joods Geluid’. Hij zei: ‘We zijn overtuigd voorstander van de tweestatenoplossing: Israël moet daarbij de bezette gebieden verlaten en integraal teruggeven aan de Palestijnen, waarna zij hun eigen staat kunnen inrichten (…). Erkenning van Palestina in combinatie met volwaardig lidmaatschap van Palestina van de VN impliceert de beëindiging van die bezetting.’

De Palestijnen hebben nu wel lang genoeg gewacht op de erkenning van hun eigen staat, legde hij uit. ‘Die eigen staat is hen verschillende keren in het vooruitzicht gesteld en iedere keer stonden ze met lege handen. Eigenlijk begon dat al in 1949 toen een voorwaarde voor de toelating van Israël tot de VN was dat de VN ook Palestina als zelfstandige staat zouden accepteren, dat is niet gebeurd.’

In 2014 publiceerde De Linker Wang een interview met Debby Farber van Zochrot, een joodse organisatie in Israël die zeer kritisch kijkt naar het ontstaan van de staat Israël in 1948, omdat dit gepaard ging met het verdrijven van ruim 700 duizend Palestijnen. Palestijnen noemen die gebeurtenissen Nakba (‘de ramp’). Zochrot wil de herinnering eraan levend houden. Farber zei: ‘Als je niet begrijpt dat de huidige situatie een direct gevolg is van de Nakba, kan er nooit een oplossing komen.’

Rabbijn Awraham Soetendorp hield in 2008 een lezing in Dalfsen die ik als redacteur versloeg. ‘Het gaat om veiligheid en niet om heiligheid. Heiligheid is niet alleen verbonden met het land Juda, maar met heel de wereld,’ stelde Soetendorp. ‘Het volk Israël heeft gezworven maar altijd zijn verlangen behouden. Joden in den vreemde, in de verstrooiing, zijn door de eeuwen heen begraven met zand uit Israël. Het politieke Zionisme uit de negentiende eeuw, van Theodor Herzl en anderen, kwam niet uit de lucht vallen. Het was de vertolking van een eeuwenoud verlangen.’

Soetendorp stelde hardop de vraag: ‘Waarom was het nodig in 1948 een joodse staat op te richten?’. En hij riep vervolgens het beeld op van de verschrikkingen tegen joden die van 1933 tot 1945 in Europa plaatsvonden. Soetendorps verhaal was en is een ervaringsverhaal. ‘Met mijn ouders woonde ik vanaf 1948 in Israël. Die eerste jaren was er oorlog. Maar bij een luchtalarm bleef mijn moeder, ogenschijnlijk kalm, op de bank liggen. Ze zei: ‘Nee, hier ga ik niet een kelder in. Hier zijn we thuis, dit is ons huis’. En Soetendorp vervolgde, zichtbaar geraakt: ‘Ja, dát is voor mij Israël.’

Op 12 juni jl. schreef Stevo Akkerman in Trouw het zeer kernachtig: ‘De geschiedenis van het ene volk kan de geschiedenis van het andere volk niet ongedaan maken’. Het wordt tijd dat we meer inclusief gaan denken. En als de tweestatenoplossing niet van de grond komt, waarom dan niet één seculiere, multi-etnische en multireligieuze staat Israël-Palestina? De vlag ervan bestaat al…

 

bullet hole‘De kogel kwam van links, niet van rechts.’ Deze uitspraak van toenmalig LPF-voorzitter Peter Langendam, kort na de moord op Pim Fortuyn in 2002, is inmiddels een klassieke quote. Voor mij staat-ie symbool voor het polariserende denken dat het begin van deze eeuw zo kenmerkt, tot vandaag aan toe.

Kwam de kogel soms niet van links? Heb ik enkele honderden woorden nodig om uit te leggen dat het niet zo was? Nee, de kogel waarmee Fortuyn werd vermoord, kwam duidelijk van links. In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen er ook kogels van links, bijvoorbeeld door toedoen van de Duitse terreurgroep Rote Armee Fraktion.

Ook van rechts kwamen en komen kogels. Of fatale messteken. Afgelopen weekend vond in het Amerikaanse stadje Portland een racistische aanval plaats waarbij twee mensen om het leven kwamen. In 2011 pleegde Anders Breivik twee aanslagen in Noorwegen waarbij 77 mensen om het leven kwamen, onder wie 69 sociaal-democratische jongeren. Hier kwam de kogel duidelijk van rechts. Breivik heeft zijn daden niet alleen gemotiveerd als rechts-nationalistisch, maar ook als christelijk. Vanuit hetzelfde sentiment vonden ook recent aanslagen plaats, zoals in Québec.

Kogels zijn er – zoals bekend – ook in naam van de Islam. De 22 doden in Manchester vorige week liggen nog vers in het geheugen. En wat te denken van terreuraanslagen in Madrid, Parijs, Marseille, Brussel, Stockholm, Berlijn, Londen… Het is een repeterende echo van de mega-terreur op 11 september 2001 in de Verenigde Staten waar op één dag meer dan drieduizend doden vielen.

En laten we niet vergeten dat er ook buiten Europa veel slachtoffers vallen. Denk aan de terreurdaden van Boko Haram in Afrikaanse landen. En vorige week werden in Egypte 26 christenen koelbloedig vermoord, onder wie veel kinderen. De aanslag is opgeëist door de Islamitische Staat. Eerder vonden in het land vergelijkbare aanslagen plaats. Voor christenen lijkt in het Midden-Oosten geen plaats meer te zijn.

Vrijwel alle van de 1,6 miljard moslims wereldwijd verafschuwen geweld. Sterker nog: er zijn veel meer moslims slachtoffer van islamitisch gemotiveerd geweld dan dat er daders zijn. Met regelmaat demonstreren grote groepen moslims op vreedzame wijze tegen het geweld dat uit naam van hun godsdienst gepleegd wordt. Moslimgeleerden pleitten in 2007 al massaal voor vrede en verzoening. Moslims zijn vooral gewone mensen. Ja, dat is een open deur. Ik weet het. Maar als je ziet hoe massamedia en beeldvorming werken, en hoe identiteitspolitiek groeit, voel ik me geroepen dit te blijven benadrukken. Juist in 2017.

De kogel kwam van links. De kogel kwam van rechts. De kogel kwam van moslims. De kogel kwam van christenen. De kogel kwam van… ja… ga zo maar door. Voor mij als actief kerklid is het onbegrijpelijk dat Anders Breivik zijn daden christelijk motiveerde. Dezelfde verbijstering is er bij moslims als het gaat om terreurdaden in naam van de Islam. Beseffen christenen dat wel? En ook agnosten of atheïsten? Laten we ons allemaal geen rad voor ogen draaien?

Liefde en gerechtigheid zijn sterker dan de dood, vierde ik onlangs in de kerk met Pasen. En de geest van de vreedzame en bevrijdende kracht van Jezus, werkt door in mensen, vier ik straks met Pinksteren. Veel moslims gaan deze periode de ramadan aan: de vastenmaand gericht op bezinning, verzoening en barmhartigheid. Hoeveel is mijn geloof en ook het geloof van moslims eigenlijk waard, bij alweer een nieuwe aanslag met dodelijke slachtoffers?

Laten we hopen dat zoveel mogelijk terroristen op tijd worden opgepakt. Dat terreurcellen en eenzame ‘wolven’, van welke signatuur ook, vroegtijdig worden opgesloten. En dat er minder aanslagen worden gepleegd. Onkruid moet snel worden gesnoeid voordat het mooie en jonge bloemen overwoekert.

Maar we verwijderen het kwaad pas echt, door het vakkundig uittrekken van de wortels. Dat gebeurt als we ons niet laten vangen door vijanddenken, door het demoniseren van een wereldreligie, het verdacht maken van moslims of christenen, of door het stigmatiseren van ‘links’ of juist van ‘rechts’. Het gaat uiteindelijk om mensen, om hun gedachten en gevoelens. Om hun persoonlijke keuzes.

Wat kan ik doen? Inspirerend vind ik de korte en krachtige uitspraak van de apostel Paulus: ‘Overwin het kwade door het goede.’ Eerst stil worden en nadenken en dan pas wat roepen. Als dat laatste al nodig is. Hopelijk kunnen Pinksteren, de Ramadan, een spiritueel inzicht of de overweldigende schoonheid van de natuur, ons hierbij helpen.

 

 

 

 

 

halalburrysbunniesOmdat het Sinterklaasfeest nog zo ver weg is, en de bange witte man in april niet over Zwarte Piet kan beginnen, is nu het Paasfeest aan de beurt. Niet alleen op Twitter, maar ook Elsevier en het Algemeen Dagblad koppelen het Paasfeest aan angst voor verandering en diversiteit. Maar wat is Pasen anders dan een ode aan transformatie en veelkleurigheid?

Terwijl het aan de formatietafel gaat om relevante kwesties als asielbeleid en volkshuisvesting, maken rechtse columnisten en twitteraars zich al weken druk om Pasen. Het feest zou gevaar lopen door de Islam. Ja, het is soms happen naar zuurstof, als je de kwaliteit van het publieke debat in Nederland goed op je laat inwerken.

Onder de kop ‘Wordt Pasen vieren de volgende verzetsdaad?’ schreef Elsevier-columnist Syp Wynia op 30 maart een column. Strekking: we moeten oppassen dat minderheidsgroepen niet de baas gaan spelen in Nederland; voordat je het weet is Tweede Paasdag ingeruild voor een gedwongen vrije dag voor iedereen tijdens bijvoorbeeld het Suikerfeest.

Jaren geleden zijn er wel wat pleidooien geweest om bijvoorbeeld Tweede Pinksterdag in te ruilen voor het Suikerfeest. Op zich vind ik dat een sympathieke gedachte, maar het is voor de meeste Nederlanders praktischer om gewoon een lekker lang weekend vrij te hebben, of je nu christen, atheïst, moslim of hindoe bent. Tegelijk is het goed als werknemers genoeg vrije dagen kunnen opnemen en werkgevers begrip tonen als mensen dit willen doen, juist op een dag die voor henzelf belangrijk is.

De column van Wynia komt daarom nogal pathetisch op me over. Het voedt angst en onderbuikgevoelens. Pasen als verzetsdaad… kom nou toch. Als Pasen een verzetsdaad is, dan eerder ten bate dan ten koste van minderheidsgroepen. Zoals de rabbijn die met Pasen naast Martin Luther King liep tijdens een beroemde vrijheidsmars. Het zinderde daar van vrijheid en sociale gerechtigheid. Liefde en bevrijding die sterker zijn dan de dood.

Omdat het vuurtje de afgelopen weken al een beetje was opgestookt door Syp Wynia en zijn rechtse makkers, gingen twee journalisten van het Algemeen Dagblad natuurlijk op zoek. En ja, na degenlange research ontdekten zij dat protestantse en katholieke basisscholen in Den Haag het Paasfeest een eigen vorm geven, die past bij de populatie van de school: voor meer dan de helft kinderen met een islamitische achtergrond.

Ik vind dat wel mooi, die beweeglijke tradities. Pure integratie! Pasen, maar dan in aansluiting op de belevingswereld van de kinderen. Want op christelijke basisscholen in Nunspeet, Renswoude en Oost-Kapelle doen ze het ook gewoon op hun eigen manier. Geef leerkrachten en scholen de vrijheid, met respect voor de kinderen. Leve de open en liberale samenleving!

Maar nee, het flexibele Paasfeest en de vrijheid van scholen om daar invulling aan te geven in hun eigen context, wordt geframed als gevaarlijk, als bedreiging van ons oer-Hollandse en o-zo gezellige Paasfeest. Ik word er een beetje moe van, maar vooral nogal lacherig. Dit is Nederland op zijn smalst.

Het is bijna Pasen. Voor mij is dat het feest van liefde die sterker is dan de dood. Joden vieren Pésach en gedenken daarmee de uittocht uit de slavernij in Egypte. Dit joodse feest is voor christenen de basis van hun Paasfeest. Jezus was immers een jood en koos voor mensen in de marge, doorbrak scheidslijnen tussen groepen, predikte hoop in plaats van angst en koos onvoorwaardelijk voor liefde en gerechtigheid. Hij werd omgebracht. Maar zijn boodschap van liefde en gerechtigheid is sterker dan de dood.

Maar ook als het Elsevier en het Algemeen Dagblad vooral om die gezellige Paashaas te doen is… kijk dan eens goed. Al die vrolijke paaseieren vormen samen een feest van veelkleurigheid. Kinderen die naar verstopte eitjes zoeken. De winter is voorbij en de lente is begonnen.

Pasen als verzetsdaad: ik vind het een prima idee. Vier het feest op je eigen manier en geniet van je extra vrije dag. Lach, leef en geniet. En laat die bewustzijnsvernauwing nu eindelijk eens achter je.

Dit artikel is ook gepubliceerd op de opiniewebsites Joop.nl en NieuwWij.nl.

 

 

nieuwwijMijn bijdrage aan de serie #TK2017 op de website NieuwWij.nl

Laat ik maar gelijk bekennen: ik ben partijdig, want mijn stem gaat op 15 maart naar GroenLinks. Sinds mijn studententijd ben ik lid van deze partij. Soms heb ik ook kritiek, geen partij is immers perfect. En ook GroenLinks ontkomt niet aan het doen van concessies en het spelen van het politieke spel. Maar ik heb bewondering voor Jesse Klaver en zijn team. Hij durft de bestaande orde uit te dagen. Op Twitter gebruik ik zelf ook de door GroenLinks gebruikte hashtag #tijdvoorverandering. Dat spreekt me aan. Toch wil ik het vandaag over iets anders hebben, namelijk over de vraag: hoe kies ik als christen?

De ludieke Nieuwwij-coalitie zorgde voor menig gefronste wenkbrauw, want geen enkele christelijke partij haalde het. Zeker op het gebied van het vluchtelingenvraagstuk is bij christelijke partijen niet altijd een consistente christelijke lijn te ontdekken. Maar het christendom is toch veel meer dan dat? De petitie van Alain Verheij, waarin hij met vele boegbeelden uit de kerkelijke wereld pleit voor échte, onbevooroordeelde politiek, laat zien dat een christelijke stem wel degelijk bestaat. Het is de vraag hoe christenen religie en politiek met elkaar kunnen verenigen.

Laat ik proberen uit de leggen hoe ik mijn geloof meeneem in mijn analyse van de uitdagingen van deze tijd. Christelijk opgevoed, stemde ik als kersvers stemgerechtigde één keer op het CDA. Want zo hoorde het: je stemt op een christelijke partij. En de gereformeerde splinterpartijen die later samen de ChristenUnie zouden vormen, konden mij onvoldoende verleiden.

Verloor ik mijn geloof toen ik als student voor GroenLinks koos? Nee, allerminst. Maar mijn kijk op de Bijbel en mijn levensvisie zijn toen wel veranderd. Langzaam maar zeker ontdekte ik hoe oneerlijk en onrechtvaardig de wereld in elkaar zit. Miljardairs die individueel evenveel kapitaal bezitten als honderdduizenden anderen samen, die zich nauwelijks kunnen ontplooien.

wereldbolletjeOok in eigen land groeit de kloof tussen arm en rijk. Er zijn mensen die grof geld verdienen aan het produceren van wapens waarmee anderen worden omgebracht in een strijd om macht en geld. Overheden betalen dit. In rijke landen consumeert de bevolking zoveel dat dit de ecologische draagkracht van de aarde te boven gaat, ook ten koste van mensen elders en toekomstige generaties. Sociale gerechtigheid, duurzaamheid en vrede: ze zijn kortom heel hard nodig. En naast alle mooie stappen van dappere mensen en bewegingen van onderop, vraagt dit in onze gecompliceerde wereld om een gecoördineerde aanpak. Daarmee komt de politiek onherroepelijk in beeld.

Mijn kijk op de Bijbel en op Jezus Christus ontwikkelde zich toen ik student was. Laat ik beginnen met de Bijbel. Ik las en leerde dat de Bijbel een rode draad bevat van bevrijding. Denk aan het verhaal van Abram die opgroeide in Oer der Chaldeeën. De bestaande religieuze en maatschappelijke orde was in dat land hermetisch en heilig gesanctioneerd. Het lot van de mensen in Oer lag vast en stond in de sterren geschreven. Maar Abram hoorde een Stem en ging op reis. Mark Rutte zou nu waarschijnlijk tegen hem gezegd hebben: ‘Doe eens normaal man!’ Maar tegen de stroom in ging Abram toch op reis en de Stem zei: vanaf nu heet je Abraham en dat betekent: vader van een menigte volken.

De stem van God in de Bijbel – en dus ook in Tenach en Koran – is vaak een uitnodiging tot non-conformisme en bevrijding. Denk ook aan het verhaal van de roeping van Samuël. En kijk hoe het kleine en onmachtige volkje Israël bevrijd werd uit slavernij en onderdrukking in Egypte. Ja, ook dat was een land waar alles vast lag en een machtig leider, de Farao, aan de touwtjes trok. Maar een baby die gevonden werd in een mandje dat in de Nijl dreef – Mozes – bracht uiteindelijk bevrijding en gerechtigheid. Gerechtigheid is ook het motto van een profeet als Micha. En de Bijbel leert ons daarnaast over het spanningsveld tussen koningen en profeten, waarbij profeten van Godswege criticasters zijn van koningen die de macht uitoefenen en de bestaande orde legitimeren.

En dan Jezus. Liep hij op aarde rond om een nieuwe godsdienst te stichten? Was het hem te doen om een groot en machtig instituut dat Kerk zou gaan heten? Predikte en belichaamde hij een nieuwe exclusieve waarheid? Met de dissidente theoloog Edward Schillebeeckx geloof ik dat alle hoogheidstitels die in het Nieuwe Testament aan Jezus worden toegedicht, uiteindelijk begrepen moeten worden in het licht van de weg die Jezus ging: een weg van liefde, gerechtigheid en geweldloosheid. Een weg waarin hij de hoogste prijs betaalde: zijn leven. Zijn volgelingen geloofden dat zijn levensweg niet doodliep en álles te maken had met de bevrijdende kracht die ook Abraham, Mozes en een profeet als Micha zo bezielde. Liefde en gerechtigheid zijn sterker dan de dood!

Terug naar de politiek… is GroenLinks voor mij de enig mogelijke uitkomst op basis van mijn analyse van de wereldproblemen – in combinatie met mijn kijk op de Bijbel en Jezus? Nee, gelukkig niet. Dat zou aanmatigend en kortzichtig zijn. Alles wat absoluut, exclusief en zelfgenoegzaam is, staat naar mijn gevoel op gespannen voet met de bevrijdende kracht die ik aantref in de Bijbel en bij Jezus. Tussen geloof en politiek – tussen ideaal en praktijk – zit altijd een gezond spanningsveld.

De idealen en standpunten van GroenLinks sluiten voor mij persoonlijk goed aan bij de zinderende kracht van hoop, bevrijding en gerechtigheid die ik als rode draad in de Bijbel aantref. Maar ik bespeur ze ook bij andere partijen die geen genoegen kunnen en willen nemen met de bestaande orde. Ik denk aan de SP, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, PvdA en D66. En ook aan mensen als Mandela en Obama.

Geen enkele politieke partij heeft de waarheid in pacht en kan de hemel op aarde realiseren. En de parlementaire democratie is verre van perfect. Maar ik ben blij dat er partijen en politici zijn die durven dromen, die durven luisteren naar een stem, die de gevestigde orde willen wijzigen en echt kiezen voor verandering.

Hier vind je de link naar deze tekst op NieuwWij.nl.

13_x_feddema_keizerVan historicus en cultureel antropoloog Hans Feddema verscheen onlangs het boek ‘Een keizer zonder kleren’. Hij onderzoekt daarin de diepere grond van de ‘leegloop’ en de identiteitscrisis van de kerk. Hij wijst – zoals de achterflap meldt – op ‘de noodzaak van een radicale inhoudelijke vernieuwing van de christelijke godsdienst. Dit ook in het licht van de nieuwe spiritualiteit en de cultuuromslag naar een ander bewustzijn’.

Feddema ken ik sinds 2001 van De Linker Wang, het aan GroenLinks verbonden platform voor religie en politiek. Hij is aimabel, breed onderlegd en een oprecht en erudiet zoeker. Graag deelt hij zijn inzichten met andere mensen. Ook is hij zeer betrokken bij vraagstukken rond oorlog en vrede. Zijn boek heb ik met veel interesse gelezen. Zijn constatering dat de kerk steeds minder mensen weet te binden en te raken, herken ik. Tegelijk roept zijn boek ook de nodige vragen bij me op.

Naar de oorspronkelijke boodschap van Jezus, die onder alle dogma’s lijkt te zijn verdwenen, is Feddema hartstochtelijk op zoek. Hij analyseert dat de hedendaagse mens die zoekt naar innerlijke groei, spiritualiteit en vrede, vaak niet meer aangesproken wordt door wat kerken aanbieden of te zeggen hebben. Feddema is thuis in de wereld van de ‘nieuwe spiritualiteit’, veel meer dan ik zelf. Voor hem biedt deze wereld veel aanknopingspunten voor een weg die wél begaanbaar is.

Wat mij aanspreekt is de sterk inclusieve en op ervaring gerichte benadering van Feddema. Ik ga mee met zijn stelling dat exclusivisme en dogmatisme, die lang dominant waren binnen de christelijke kerken, geen toekomst meer hebben. En als het alleen om ethiek en politiek gaat, zal de kerk uiteindelijk ook geen stand houden, zo ben ik het met de auteur eens. Want hoe belangrijk en onmisbaar dat laatste ook is, de kerk zal allereerst mensen moeten raken en mensen moeten helpen om spiritueel (geestelijk) te groeien. Vanuit een ‘geraakt zijn’ komt de ethiek dan vanzelf wel in beeld, innerlijk gemotiveerd en voorbij moralisme.

Yoga doet veel mensen goed. Voor mij is het geen probleem als kerken yoga zouden aanbieden, zoals Feddema suggereert. Maar waarom zouden kerken niet gewoon toegeven dat er ook buiten het kerkelijk instituut heling (‘heil’) te vinden is? De kerk kan dan vooral doen waar zij zelf goed in is: spirituele schatten opdiepen uit de Bijbel. En ja, dat kan ook met meditatie en bibliodrama. En daarnaast natuurlijk het laten samenkomen van mensen rond liturgie, waaruit – in principe grenzeloze – gemeenschapszin en solidariteit kunnen ontstaan.

Ook reïncarnatie ziet Feddema als optie. Maar bij een geloof in meerdere levens haak ik persoonlijk af. Het is misschien een troostvolle gedachte dat er altijd een nieuwe kans is, maar dan graag in mijn huidige leven. Ik denk niet dat kerken wat met reïncarnatiegeloof moeten doen. Bijna alle verhalen in de Bijbel zijn gericht op het concrete, aardse bestaan en op de innerlijke groei die het dagelijks leven van ons vraagt. Ook  de ‘christelijke hemel’ – ofwel het ‘hiernamaals’ – heeft bijbels gezien slechte papieren. Waarom zouden we klassiek christelijke beelden die opruiming verdienen, gaan inruilen voor nieuwe illusies? Persoonlijk heb ik genoeg aan het geloof dat ik na mijn dood ‘geborgen ben bij de Eeuwige’ zonder dat ik precies weet wat dat inhoudt. Het gaat om vertrouwen dat zoekend en tastend woorden krijgt.

De Bijbel leest Feddema metaforisch en symbolisch. De opstanding van Jezus Christus uit de dood heeft volgens hem symbolische betekenis. Ik ga daar in mee. Toch lijkt de auteur als modern mens moeite te hebben om volledig metaforisch de Bijbel te lezen. Hij staat stil bij de theorie dat Jezus aan het kruis mogelijk niet echt gestorven is, maar in een diepe coma zou zijn beland. Alsof de opstanding van Jezus eigenlijk toch een rationele verklaring nodig heeft. Waarom kan Feddema hier het verhaal niet gewoon het verhaal laten zijn?

De menswording van God in Jezus, en de dood en opstanding van Jezus, vertellen volgens mij het verhaal van een God die solidair is met mensen. Voor stervelingen haalt de Eeuwige zijn neus niet op. Hij komt ons rakelings nabij en betaalt met zijn leven zelfs de hoogste prijs. Het coma-verhaal – dat Feddema niet onderschrijft maar in zijn boek wel als een serieuze optie op tafel legt – haalt voor mij de radicaliteit uit het evangelie. Een radicaliteit waarover bijvoorbeeld Huub Oosterhuis dicht: Hier in dit stervend bestaan, wordt Hij voor ons geloofwaardig. Worden wij mensen van God. Liefde op leven en dood.

Ondanks mijn kritische kanttekeningen, vind ik dat Hans Feddema met ‘Een keizer zonder kleren’ een intrigerend boek heeft geschreven. Hoewel niet al zijn antwoorden mij overtuigen, stelt hij wel de juiste vragen. Veel mensen in de kerken beseffen niet hoe ver en hoe diep kerken zijn verwijderd van de belevingswereld en de spirituele behoeften van mensen anno 2017. De auteur levert aan die bewustwording een waardevolle bijdrage.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgende pagina »