Kerk


17_x_united_israel_palestine_flagGepubliceerd in magazine De Linker Wang, juli 2017.

De bezetting van Palestijns gebied door Israël is dit jaar vijftig jaar oud. Het brengt herinneringen bij me boven. In 1992 nam ik deel aan een groepsreis naar Israël. Met jongeren vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken deden we vrijwilligerswerk. Onze gastheer was een predikant die namens het kerkgenootschap was uitgezonden naar Israël. De groep deed onderhoudswerk in de botanische tuinen van de Hebrew University in Jeruzalem én schilderwerk in een ziekenhuis van de Lutherse Wereldfederatie waar met name gewonde Palestijnse kinderen werden verzorgd. De groep kwam in contact met zowel Joden als Palestijnen.

Toen we uitzicht hadden op de Tempelberg waar de gouden koepel van de Rotskoepelmoskee in de zon schitterde, vroeg één van de groepsgenoten mij: ‘Denk je dat het ooit goed zal komen?’. Ik vroeg hem wat hij precies bedoelde. Zijn antwoord kwam er op neer dat iedereen uiteindelijk christen zou moeten worden en dat Jezus dan terug zou keren. Dan zou alles zou goed komen. Hoewel ik deze gedachtegang kende, kon ik er niet zoveel mee. ‘Moeten mensen niet juist elkaars geloof en verschillen respecteren, om het uiteindelijk goed te laten komen?’, wierp ik tegen. ‘Is niet juist dat in de geest van Jezus?’

Hoewel de groepsreis vanuit een stevig gereformeerd kerkgenootschap was georganiseerd, werd ook de Palestijnse kant laten zien. Achteraf zie ik dat als positief. Want in orthodox-protestantse kringen bestaat ook veel blinde liefde voor Israël. Inmiddels ben ik lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Ook hier is bij sommigen onbegrip als het om het lot van de Palestijnen gaat.

In 2010 werd ik hoofdredacteur van De Linker Wang. Bewust koos ik ervoor om de stem die in de media en politiek zo zwak klinkt, een podium te bieden. Zo publiceerden we in 2015 een interview met Jaap Hamburger, voorzitter van ‘Een Ander Joods Geluid’. Hij zei: ‘We zijn overtuigd voorstander van de tweestatenoplossing: Israël moet daarbij de bezette gebieden verlaten en integraal teruggeven aan de Palestijnen, waarna zij hun eigen staat kunnen inrichten (…). Erkenning van Palestina in combinatie met volwaardig lidmaatschap van Palestina van de VN impliceert de beëindiging van die bezetting.’

De Palestijnen hebben nu wel lang genoeg gewacht op de erkenning van hun eigen staat, legde hij uit. ‘Die eigen staat is hen verschillende keren in het vooruitzicht gesteld en iedere keer stonden ze met lege handen. Eigenlijk begon dat al in 1949 toen een voorwaarde voor de toelating van Israël tot de VN was dat de VN ook Palestina als zelfstandige staat zouden accepteren, dat is niet gebeurd.’

In 2014 publiceerde De Linker Wang een interview met Debby Farber van Zochrot, een joodse organisatie in Israël die zeer kritisch kijkt naar het ontstaan van de staat Israël in 1948, omdat dit gepaard ging met het verdrijven van ruim 700 duizend Palestijnen. Palestijnen noemen die gebeurtenissen Nakba (‘de ramp’). Zochrot wil de herinnering eraan levend houden. Farber zei: ‘Als je niet begrijpt dat de huidige situatie een direct gevolg is van de Nakba, kan er nooit een oplossing komen.’

Rabbijn Awraham Soetendorp hield in 2008 een lezing in Dalfsen die ik als redacteur versloeg. ‘Het gaat om veiligheid en niet om heiligheid. Heiligheid is niet alleen verbonden met het land Juda, maar met heel de wereld,’ stelde Soetendorp. ‘Het volk Israël heeft gezworven maar altijd zijn verlangen behouden. Joden in den vreemde, in de verstrooiing, zijn door de eeuwen heen begraven met zand uit Israël. Het politieke Zionisme uit de negentiende eeuw, van Theodor Herzl en anderen, kwam niet uit de lucht vallen. Het was de vertolking van een eeuwenoud verlangen.’

Soetendorp stelde hardop de vraag: ‘Waarom was het nodig in 1948 een joodse staat op te richten?’. En hij riep vervolgens het beeld op van de verschrikkingen tegen joden die van 1933 tot 1945 in Europa plaatsvonden. Soetendorps verhaal was en is een ervaringsverhaal. ‘Met mijn ouders woonde ik vanaf 1948 in Israël. Die eerste jaren was er oorlog. Maar bij een luchtalarm bleef mijn moeder, ogenschijnlijk kalm, op de bank liggen. Ze zei: ‘Nee, hier ga ik niet een kelder in. Hier zijn we thuis, dit is ons huis’. En Soetendorp vervolgde, zichtbaar geraakt: ‘Ja, dát is voor mij Israël.’

Op 12 juni jl. schreef Stevo Akkerman in Trouw het zeer kernachtig: ‘De geschiedenis van het ene volk kan de geschiedenis van het andere volk niet ongedaan maken’. Het wordt tijd dat we meer inclusief gaan denken. En als de tweestatenoplossing niet van de grond komt, waarom dan niet één seculiere, multi-etnische en multireligieuze staat Israël-Palestina? De vlag ervan bestaat al…

 

Advertenties

15_X_Agenda_Conferentie_van_TilburgMijn eerste column op de website van ‘Kerk en Milieu’.

Als kind maakte ik graag fantasie-plattegronden. Natuurlijk was ik geïnspireerd door echte autokaarten van mijn ouders. Vooral snelwegen en knooppunten vond ik mooi om te tekenen. En ook vliegvelden. Rond mijn veertiende werkte ik aan een fantasieland: Calanië, een eiland in de Golf van Biskaje. Uiteraard had het twee grote luchthavens en een imposant netwerk aan autosnelwegen. Voor de steden bedacht ik grappige namen.

Mijn fantasie ging zo ver dat ik naast plattegronden ook bedacht hoe de politieke verhoudingen lagen. En ik maakte een krant. Het land was christelijk, maar ook links. Dat had vast iets te maken met mijn opvoeding. Ja, de Christelijk Sociale Partij (CSP) was de grootste regeringspartij van het land. Duurzaamheid speelde nauwelijks een rol. Anders had Calanië waarschijnlijk veel meer spoorlijnen gehad en maximaal één bescheiden vliegveld.

Lees de volledige column op de website van Kerk en Milieu.

Minaret en kerktorenDit opiniestuk is op 5 januari 2017 gepubliceerd in dagblad Trouw.

Vaart de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een pro-islam koers? Op de voorpagina suggereerde Trouw (31 december) dat op basis van kritiek van enkele conservatieve kerkleden. Maar hoe terecht is deze kritiek? En rechtvaardigt dit geluid een openingskop met de woorden ‘pro-islamkoers’ zonder aanhalingstekens? Ik meen van niet.

De synode van Protestantse Kerk besprak in 2010 een notitie over de Islam. ‘Integriteit en respect’ heette het stuk dat een sfeer van tolerantie opriep. Van de kerk had ik ook niet anders verwacht. In 2013 werd een vervolgnota besproken. Er werd duidelijk afstand genomen van visies waarin de islam als groot gevaar wordt neergezet, zeker in de context van de Nederlandse samenleving. De nota liet zien dat de islam, net als andere godsdiensten, verschillende gezichten heeft. De extremistische varianten werden onderkend, maar de nuance voerde de boventoon.

Maar er kwam ook kritiek op de nota. Sommige progressieve kerkleden kregen het gevoel dat de kerk met het stuk vooral haar eigen christelijke identiteit wilde bewaken en veiligstellen tegenover andere levensbeschouwingen, in dit geval de Islam.  Zo werd het gezamenlijk bidden van christenen en moslims negatief gekwalificeerd. Dat gezamenlijke bidden zou niet goed zijn voor christenen omdat zij de drie-enige God belijden. Dit leidde tot kritiek vanuit de linkerzijde van de kerk waar mensen juist positieve ervaringen hebben opgedaan met het gezamenlijk bidden tijdens bijvoorbeeld interreligieuze vieringen met joden en moslims.

Dé Islam bestaat niet. Er zijn veel varianten. Wel bestaan er wereldwijd 1,7 miljard moslims onder wie ook vluchtelingen. Daarnaast zijn er ook veel christelijke vluchtelingen. Voor al deze vluchtelingen maakt de PKN zich sterk omdat zij als mensen vaak tussen de wal en het schip vallen. Met succes kwam de Protestantse Kerk in Nederland samen met Europese partnerkerken op voor basale rechten voor vluchtelingen zonder papieren: een regeling voor bed, bad en brood. Ook hierover zijn de conservatieve critici nu ineens negatief. Angst voor de Islam en voor vluchtelingen gaan vanuit de onderbuik blijkbaar snel hand in hand. Maar wie zich laat inspireren door de Bijbelse boodschap kan niet anders dan moeite hebben met gesloten grenzen en de onmenselijke kanten van het restrictieve vluchtelingenbeleid van veel rijke landen.

De rechtse predikanten Prosman en Dekker, die in Trouw reageerden, ervaren dat er onder het kerkvolk heel andere sentimenten leven. Het is goed om dat onder ogen te zien. Het is terecht dat landelijk PKN-secretaris René de Reuver benadrukt dat de kerk niemand uitsluit en juist ook wil luisteren naar bijvoorbeeld de PVV-stemmers. Maar dat is wel wat anders dan instemmen of meehuilen.

Gelukkig heeft de maatschappij een elite, om dat nare woord maar eens te gebruiken. En gelukkig heeft ook de Protestantse Kerk een elite: mensen die verder kijken en nadenken dan hun neus lang is, die open staan voor cultuur en wat meer van de wereld hebben gezien en kiezen voor de nuance. Juist in 2017 ben ik blij met leiderschap. Voormannen en voorvrouwen die goed nadenken voordat ze wat zeggen en pal staan voor hun inzichten. Zeker in de kerk.

Het is een gotspe dat de Protestantse Kerk een pro-islamkoers zou varen. De kerk volgt een koers waarin ruimte is voor het gesprek en voor verschillende ideeën en gevoelens. Soms moppert links, soms rechts. Maar de kerk is altijd gericht op dialoog en respect, met als perspectief een wereld van vrede en gerechtigheid. Want wat is een kerkgenootschap waard zonder geloof in dat visioen, zonder het geloof in die belofte?

800px-rutte-persconferentiePremier Mark Rutte mocht afgelopen zondag in de Haagse Duinzichtkerk de ‘Preek van de Leek’ uitspreken. Deze keer dus geen ‘pleur op’. Hij hield een persoonlijk getint en genuanceerd verhaal. Wat al bekend was, kreeg meer duiding: Rutte is een fatsoenlijk christen die de kerk niet plat loopt, maar zich er wel thuis voelt.

Rutte ziet geloofsgemeenschappen als maatschappelijk kapitaal. Zijn mensbeeld is niet puur individualistisch. Als liberaal vult hij het geloof open en vrijzinnig in. Tegelijk sluit hij aan bij een aantal centrale punten uit de Bijbel en de christelijke traditie.

Voor wat geloof voor hem betekent, komt de premier met een citaat van Freek de Jonge: ‘Niets heeft betekenis, we geven er betekenis aan. De godsdienst kan je daar in trainen. Als dat wegvalt, worden we manipuleerbaar en robotesk in onze reacties.’ En Rutte vervolgt: ‘Wat De Jonge zegt is: het geloof geeft niet alleen betekenis. Het werpt ook een dam op tegen het betekenisloze, dus tegen leegte en onverschilligheid. Het maakt mensen weerbaar en zelfstandig, want niet-manipuleerbaar.’

De preek van de premier wekt sympathie. Over de hervormde kerk van zijn jeugd zegt de premier: ‘De Scheveningse nettenboeter zit er naast het Kamerlid, de directeur van Shell naast de tramchauffeur, de ouderling naast de toevallige badgast.’ En iets verderop zegt de premier: ‘Je kijkt niet op tegen de professor of de minister-president. En je kijkt niet neer op de vuilnisman of de postbode.’

Ook kiest Rutte voor een inclusieve benadering. Moslims worden als vanzelfsprekend in het rijtje van gelovigen in Nederland opgenomen. En de premier benadrukt het belang van Artikel 1 van de Grondwet: het gelijkheidsbeginsel.

Hoe sympathiek en weloverwogen Ruttes verhaal ook is, er gaat iets bij me wringen. Is dit dezelfde man die onlangs nog ‘pleur op’ riep om niet aan rechtse flinkheid onder te doen voor Geert Wilders? Is dit dezelfde man die met droge ogen beweert dat er in Nederland geen armoede bestaat? Is dit dezelfde man die eerder dit jaar vluchtelingen publiekelijk opriep om thuis te blijven? En is dit dezelfde man die onlangs een ‘plan voor Nederland’ presenteerde waarin helemaal niets doorklonk over een broodnodig en ambitieus klimaatbeleid?

Wat heeft het knusse kerkgevoel van Mark Rutte te maken met het kritische geluid van de Bijbelse profeet Micha die sociaal onrecht aan de kaak stelt en machthebbers daarover bekritiseert? Wat heeft het te maken met de radicale openheid van Jezus ten opzichte van vreemdelingen? En wat met een doorleefde vorm van rentmeesterschap?

Vorige week nog schreven bisschop Gerard de Korte en de protestantse predikant en voorman René de Reuver in een opiniestuk in Trouw: ‘In een samenleving waarin onderlinge solidariteit en de menselijke maat de boventoon voeren, verwachten de kerken meer van de overheid. Kerken blijven als bondgenoot bijdragen aan armoedebestrijding. Maar als luis in de pels roepen wij op meer te doen voor de meer dan 600.000 huishoudens in de problemen.’

Geloof maakt mensen weerbaar en zelfstandig, want niet-manipuleerbaar. Het is een mooie gedachte inderdaad. Goddank geldt deze gedachte ook voor de mensen die de sympathieke feel good preek van onze premier hoorden of nalazen.

 

 

 

 

 

 

Jesse Klaver. Foto: Merlijn Doomernik.

Partijleider Jesse Klaver van GroenLinks spreekt op 26 augustus in Doorn tijdens het Christelijk Sociaal Congres 2015. De stichting achter het congres is een bundeling van tientallen christelijke organisaties en heeft sterke banden met het CDA. Hoe opmerkelijk is het podium dat aan Klaver geboden wordt? (meer…)

verzoening als voldoeningEen openbaar college over de klassieke betekenis van Jezus’ sterven (‘verzoening door voldoening’) vindt woensdag 1 april plaats in Zwolle, midden in de Stille Week. De avond wordt gratis aangeboden door AKZ+ voor theologische bezinning, een initiatief vanuit de theologische universiteiten in Kampen (gereformeerd vrijgemaakt) en Apeldoorn (christelijk gereformeerd) en VIAA, de gereformeerde hogeschool in Zwolle. Ik ben getriggerd, hoopvol gestemd en… verbaasd. Want vraagt de Stille Week voor Pasen niet eerder om meditatie en verstilling? (meer…)

15_x_RAVEN-boekcoverDeze boekbespreking is gepubliceerd in De Linker Wang, juli 2014.

‘Mensen hebben geen boodschap aan een instituut dat als een pantser om hun levensstijl ligt. Ze glimlachen om de ethische normen van kerkelijke autoriteiten.’ Dat schrijft theoloog en predikant Klaas van der Kamp in zijn boek ‘Raven’. De titel verwijst naar de vogelsoort die in de Bijbel symbool staat voor vertrouwen (Lucas 12: 24) en voor het verkennen van nieuwe mogelijkheden (Genesis 8: 6-7). In die geest verkent de auteur de kansen van christelijke kerken in seculariserend Nederland. (meer…)

Volgende pagina »