Stervenshulp


headerlogo

Gepubliceerd op de website van Bureau de Helling, wetenschappelijk bureau van GroenLinks.

Moeten 75-plussers recht krijgen op hulp bij zelfdoding? De liberale waarde van het zelfbeschikkingsrecht lijkt te ontaarden in wat ik ‘autonomisme’ noem. Dit roept op tot een debat waarin andere waarden en dimensies een rol spelen dan enkel die van menselijke autonomie. Alleen met een bredere kijk kan GroenLinks tot een zorgvuldige afweging komen.

Mensen komen in hun laatste levensfase vaak voor grote vragen te staan. Is mijn leven nog de moeite waard? Wat heeft het allemaal voor zin? Iedereen gaat hier verschillend mee om. De antwoorden kunnen ook van dag tot dag verschillen. Levenskunst groeit misschien wel naarmate je ouder en gebrekkiger wordt.

Dat hulp bij levensbeëindiging onder bepaalde voorwaarden mogelijk moet zijn, staat voor mij buiten kijf. Uit eigen ervaring weet ik dat een zachte dood voor een terminale patiënt die uitzichtloos lijdt, heilzaam kan zijn voor zowel de patiënt als zijn of haar omgeving, mits er sprake is van open communicatie. Ook zijn er binnen de bestaande wetgeving mogelijkheden tot euthanasie voor mensen die psychisch ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Veel mensen beseffen dat niet. ‘Het lijkt erop dat artsen de regeling strikter interpreteren dan noodzakelijk’, aldus Marian Verkerk, hoogleraar Zorgethiek (Zorg & Welzijn, 14 oktober 2016).

Na het burgerinitiatief Voltooid Leven van de initiatiefgroep Uit Vrije Wil lanceerde D66 eind 2016 een initiatiefwet. De roep van de partij om het recht op stervenshulp voor iedereen vanaf 75 jaar lijkt, gezien de mogelijkheden die er al zijn, vooral voort te komen uit een ideologisch verhaal met zelfbeschikking als sleutelwoord. De slag om de liberale kiezer lijkt een rol te spelen. Daartegenover staat nu het ‘Zilveren Pact’ van confessionele partijen, SP en ouderenbonden. Politisering staat een nuchtere kijk in de weg. Hier moeten we huiverig voor zijn.

75 jaar en overbodig?

In onze cultuur is het marktdenken sterk aanwezig, ook in de zorg. Wat kost het? Wat en wie heeft (nog) nut? Kunnen we het niet efficiënter organiseren? Dat zijn vooral de vragen die klinken. Mensen kunnen mede hierdoor een gevoel krijgen van overbodigheid. De voor GroenLinks interessante bezwaren tegen een Voltooid Leven-regeling voor 75-plussers komen voort uit een bezorgdheid of er nog wel oog is voor voldoende humaniteit in de zorg. Deze bezorgdheid leeft in veel bredere kring dan alleen bij orthodoxe christenen met een traditioneel pro-life standpunt. We moeten proberen verder te denken dan in al te simpele politieke frames.

Zorgen over de uitwerking van deze wet voor individuele ouderen worden gedeeld door hoogleraar Carlo Leget en promovendus Els van Wijngaarden van de Universiteit voor Humanistiek: ‘Juridisch regelen dat [75-plussers] gemakkelijker uit het leven kunnen stappen, kan ook een vorm van ‘miskenning’ zijn. Vooral als het een ‘oplossing’ lijkt te zijn voor een probleem dat veel genuanceerder ligt. Iedereen wil een zachte dood en een waardig levenseinde met maximale regie en zonder betutteling en paternalisme. Maar door het zelfgekozen levenseinde wettelijk te regelen en/of maatschappelijk te faciliteren, benaderen we de thematiek als een individueel probleem, wat iemand in zijn eentje mag oplossen door uit het leven te stappen. De reflectie op het sociale appèl ontbreekt dan.’ (www.uvh.nl mei 2015).

Wat wordt de maatschappelijke en culturele norm als je als 75-plusser volstrekt afhankelijk bent? En hoe kijken mensen dan naar zichzelf? Mag afhankelijk zijn nog zin geven? Bijvoorbeeld de voldoening die iemand beleeft om te zorgen, waardoor degene die zorg ontvangt weer iets betekent voor degene die zorgt biedt? Of wordt zingeving vanuit een zorgrelatie dan sneller gezien als softe compassie en ondoelmatige dwaasheid? Je kunt immers ook vrij eenvoudig een einde aan je leven laten maken.

Positieve verworvenheid

Autonomie is een belangrijke waarde. Maar het gaat ook om de vraag hoe we willen samenleven en omgaan met ouderdom, kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Ik pleit ervoor dat stervenshulp vanuit barmhartigheid de legitieme uitzondering blijft voor mensen van alle leeftijden. Juist die legitimiteit – die er dankzij de huidige euthanasiewet al is – ervaar ik als een positieve verworvenheid. Maar het gaat dan nadrukkelijk om uitzonderingen.

Voor linkse politici moet de overtuiging leidend zijn dat wetgeving bijdraagt aan de bescherming van mensen, vooral van mensen in kwetsbare posities. De beoogde wet Voltooid Leven kan 75-plussers faciliteren in hun stervenswens, maar kan ook leiden tot een gevoel van overbodigheid of zelfs existentiële keuzestress. Wat heeft een collectief recht op stervenshulp voor gevolgen voor ouderen met hun concrete ideeën, gevoelens, verwachtingen en interacties? Zelfbeschikking is een groot goed, maar GroenLinks mag niet blind zijn voor het gevaar van ‘autonomisme’ waardoor uitsluitend vanuit het idee van zelfbeschikking naar de maatschappij wordt gekeken. Ik hoop dat de partij een brede en integrale visie ontwikkelt en blijft knokken voor wat kwetsbaar is.

Dit artikel is gepubliceerd op de website van Bureau de Helling. 

Advertenties

autumn-leaf-971931_960_720Dat hulp bij levensbeëindiging onder voorwaarden mogelijk moet zijn, staat voor mij niet ter discussie. Op basis van een persoonlijke ervaring weet ik dat een zachte dood voor een terminale patiënt die uitzichtloos lijdt, heilzaam kan zijn voor betrokkene en daarmee – als er sprake is van open communicatie – ook voor zijn of haar omgeving.

Er zijn ook mensen die psychisch ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dat lijkt mij een veel complexer verhaal waar ik gelukkig (nog) geen ervaring mee heb. Ook hier kan na een zorgvuldig proces gekozen worden voor euthanasie. Ook binnen de bestaande wetgeving.

Ik vind dat stervenshulp de uitzondering moet blijven. De roep om het recht op stervenshulp voor iedereen boven een bepaalde leeftijd, lijkt me vooral een ideologisch gemotiveerd verhaal. Zelfbeschikking is dan het sleutelwoord. In het publieke debat wil de één niet voor de ander onder doen: ‘kijk toch eens hoe liberaal en ruimdenkend ik ben’. Maar wat vergeten wordt is dat zelfbeschikking en autonomie weliswaar belangrijk, maar in het menselijk samenleven nooit absoluut zijn. Mensen hebben ook andere waarden en verlangens. Niemand is een eiland. Geen wonder dat de PCOB en Unie KBO, twee grotere ouderenbonden, heel kritisch zijn en bezwaren maken inzake het recente wetsvoorstel Voltooid Leven.

Natuurlijk komen mensen in de laatste levensfase vaak voor grote vragen te staan. Is mijn leven nog de moeite waard? Wat heeft het allemaal voor zin? Mensen gaan daar verschillend mee om. En de antwoorden op deze vragen kunnen ook van dag tot dag verschillen. Levenskunst groeit misschien wel naarmate je ouder en gebrekkiger wordt.

In onze cultuur is het marktdenken sterk aanwezig. Wat kost het? Wat en wie heeft (nog) nut? Kunnen we het niet efficiënter organiseren? Dat zijn vooral de vragen die klinken. Mensen kunnen mede hierdoor een gevoel krijgen van overbodigheid. En dat moeten we niet willen, vindt bijvoorbeeld ook schrijfster Vonne van der Meer. In het decembernummer van magazine De Linker Wang staat een boeiend interview met haar naar aanleiding van haar boek ‘Winter in Gloster Huis’ dat over deze thematiek is verschenen.

Stervenshulp moet de uitzondering blijven. Als de politiek er een collectief recht van maakt, wie moet dan de stervenshulp gaan uitvoeren? Welke beroepsgroep wil je hiermee belasten? Weinigen staan te juichen. En wat wordt de norm als je volstrekt afhankelijk bent? En hoe kijken mensen naar zichzelf? Gaan ze zich sneller overbodig voelen? Mag het afhankelijk zijn nog zin geven? Bijvoorbeeld de voldoening die iemand beleeft om te zorgen, waardoor degene die zorg ontvangt weer iets betekent voor degene die zorgt biedt? Of worden deze subtiele onderlinge gevoelens, en de zingeving die kan ontstaan vanuit een zorgrelatie, dan sneller gezien als softe compassie en ondoelmatige dwaasheid?

Autonomie is een belangrijke waarde. Maar het gaat ook om de vraag hoe we willen samenleven en hoe we willen omgaan met kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Ik wil kiezen voor een ‘cultuur van het leven’ waarin stervenshulp vanuit barmhartigheid de legitieme uitzondering blijft. Juist die legitimiteit – die er dankzij de huidige euthanasiewet is – ervaar ik als een positieve verworvenheid. Maar het gaat dan nadrukkelijk wel om uitzonderingen onder heldere voorwaarden.

Ik hoop dat mijn eigen partij, GroenLinks, voor de tweede route kiest. Ik zie het als de gulden middenweg tussen enerzijds het dogmatisme van christelijk-rechts en anderzijds de tunnelvisie van een aantal liberalen die in ons land relatief veel invloed lijken te hebben.

Dit artikel is ook gepubliceerd als opiniestuk in het Nederlands Dagblad.