Deze opinie verscheen op 16 oktober 2019 op NieuwWij.nl.

Het is goed voor je politieke carrière als je vertelt dat het multiculturele glas half leeg is. En met waarschuwen tegen xenofobie en moslimhaat kom je als politicus niet ver, denken velen. Dat vind ik treurig. Tegelijk mag progressief Nederland wel wat ontvankelijker zijn voor de positie van ex-moslims. Ook zij horen bij onze multiculturele werkelijkheid.

Polarisatie maakt veel kapot. Ook vertroebelt de politisering van sommige kwesties een nuchtere kijk op de werkelijkheid. Oorzaak hiervan is voor een belangrijk deel het zogeheten ‘islamdebat’ en de uit de hand gelopen hobby van politici en opiniemakers om diversiteit en multicultureel samenleven voortdurend te problematiseren. Dat is jammer, want als er écht problemen zijn, denken mensen ‘vals alarm’ en mist er draagvlak om de onwenselijke situatie op een slimme manier aan te pakken.

Zware verwijten

Ik moet denken aan de Iraans-Nederlands activist en publicist Ehsan Jami. Hij was in 2007 oprichter van het Centraal Comité voor Ex-moslims. In de jaren daarvoor was hij gemeenteraadslid voor de PvdA in Leidschendam-Voorburg. Als ex-moslim was hij mishandeld door mensen die niet blij waren met zijn religieuze afvalligheid.
Jami ervoer binnen zijn partij te weinig steun en maakte de PvdA zware verwijten. Hij behield zijn zetel om vervolgens medewerker te worden van PVV-Tweede Kamerlid Hero Brinkman en later gemeenteraadslid voor Leefbaar Rotterdam. Terwijl de PvdA van meet af aan de mishandeling afkeurde, radicaliseerde Jami en bekeerde zich definitief tot extreemrechts.
Het is een treffend voorbeeld hoe door polarisatie mensen uit de bocht vliegen. Het was een echo van Ayaan Hirsi Ali. Haar ervaringen, vanuit een autoritaire en sterk patriarchale cultuur in Somalië, waren veel heftiger. Ayaan begon bij de PvdA als medewerker bij de Wiardi Beckman Stichting (het wetenschappelijk bureau van de partij) maar stapte over naar de VVD. Ze gaf als reden voor de overstap dat er binnen de PvdA onvoldoende ruimte zou zijn voor kritiek op de negatieve gevolgen van migratie en multiculturalisme. Ze werd met de dood bedreigd en kreeg permanente politiebescherming en woonde op een schuiladres. Begin 2003 werd ze met ruim dertigduizend voorkeurstemmen gekozen in de Tweede Kamer. Later gaf ze toe dat de kans die zij kreeg bij de VVD om Tweede Kamerlid te worden, een beslissende rol had gespeeld voor de overstap naar deze partij.

Alarmbellen

De verhalen van zowel Hirsi Ali als Jami zeggen naar mijn idee veel meer over het gepolariseerde klimaat dan over een vermeend wegkijken door linkse partijen. Juist ex-gelovigen hebben vanuit hun persoonlijke ervaringen moeite om nuances te zien. Terwijl Ayaan en Jami redeneerden vanuit hun persoonlijke ervaringen in respectievelijk Somalië en Iran, kenmerkt de Islam in Nederland zich grotendeels door de levensverhalen van tweede en derde generaties Turken en Marokkanen.
Geen wonder dat er in progressief Nederland, en uiteraard ook bij veel moslims, nog steeds alarmbellen gaan rinkelen als ex-moslims aan de bel trekken. Hoe representatief zijn hun verhalen voor de reëel bestaande moslimgemeenschappen in Nederland? Met hoeveel geld en uitzicht op politieke baantjes worden ze ingekapseld door rechtse en extreemrechtse partijen? Het ‘moslim knuffelen’ mocht niet meer, maar het knuffelen van ex-moslims leek een nieuwe, rechtse, hobby te zijn geworden.

Ik begrijp de historisch gegroeide reserves bij progressieven daarom goed als het gaat om ex-moslims en hun comités. Maar ook hier geldt dat je de nuance niet uit het oog mag verliezen. Dat inzicht kreeg ik na het lezen van een artikel door Jan Bockma dat onlangs verscheen op de website van Vrij Links. Deze beweging maakt zich sterk voor een seculiere maatschappij en cultuur.
Mijn indruk is dat er binnen Vrij Links eenzijdige beelden bestaan over godsdienst en religie. Vrij Links is weliswaar qua etniciteit veelkleurig, maar in levensbeschouwelijk opzicht is vrijwel iedereen seculier atheïst. De uitingen vanuit Vrij Links komen daardoor vaak nogal ‘getuigend’ op me over. Tegelijk is er ook openheid en ruimte voor tegengeluiden zoals mijn artikel ‘Eigenzinnigheid en emancipatie kunnen ook binnen religie’.

Taboe doorbreken

Jan Bockma schrijft in zijn artikel over het internationale Celebrating Dissent Festival dat op 31 augustus 2019 plaatsvond in Amsterdam. Het festival werd geopend door burgemeester Femke Halsema. ‘Ketters, ongelovigen, afvalligen: welkom in Amsterdam,’ zei ze, waarop een luid gejuich klonk. De seculiere activisten die er spraken waren afkomstig uit meer dan veertig landen.
Het overgrote deel van de sprekers bestond uit ex-moslims. Het verlaten van de islam is in een fors aantal landen illegaal. In dertien landen staat er de doodstraf op. En Bockma schrijft: “Om dat taboe te doorbreken en emancipatie mogelijk te maken, is het belangrijk mensen er bewust van te maken dat ex-moslims überhaupt bestaan en rechten hebben.”
Ex-moslima Halima Salat sprak ook op het festival, zo meldt het artikel. Ze heeft een Keniaans-Somalische achtergrond en woont sinds drie jaar in Nederland. “Ex-moslims moeten in Westerse landen op veel fronten vechten,” zei ze. “Dat is ironisch, want het zijn de enige plekken waar ze werkelijk kunnen spreken. Fundamentalisten en fundamentalistische moskeeën roepen op dat ze dood moeten, vallen hun argumenten aan als ‘geestelijke gezondheidsproblemen’ en mobiliseren hun gemeenschappen om zichtbare ex-moslims te vermijden en te verstoten.”
“Extreemrechts haalt onderdelen uit de kritiek van ex-moslims en gaat daarmee aan de haal om complete gemeenschappen weg te zetten als kwaadaardig, barbaars of achterlijk. Links houdt ex-moslims verantwoordelijk voor toenemende moslimhaat. Om dezelfde reden en om de status quo te beschermen, praten familie en vrienden niet meer met ze,” aldus Salat.

Voorvechters

Bockma concludeert: “Uit de talloze verhalen en zorgen die te horen zijn tijdens het festival, is eigenlijk maar één conclusie mogelijk: het is tijd voor links om veel duidelijker solidair te zijn met ex-moslims. Dat is strategisch slim, want het neemt extreemrechts de wind uit de zeilen: niet alleen door met oplossingen te komen voor reële problemen, ook omdat het véél moeilijker wordt mensen over één kam te scheren als je de diversiteit binnen ‘de moslimgemeenschap’ zichtbaar maakt.”
Over hoe groot en politiek relevant die ‘reële problemen’ in Nederland zijn, kun je uiteraard met elkaar in debat gaan, maar ik ben het in dit opzicht grotendeels eens met Bockma. Het opkomen voor vrijheid is overigens niet alleen goed voor ex-moslims, maar ook voor anderen zoals voorvechters van LHBT-rechten, feministen en andere vernieuwers, ook als zij zich wél als gelovig beschouwen en zichzelf zien als onderdeel van de islam. Vrijheid is in dit alles het sleutelwoord.
“Ex-moslims snappen wat hervormers van de islam bezielt, maar zullen ook doorgaan met het aanwijzen van de kern van het probleem. Boven alles snappen ex-moslims de schade die de islam veroorzaakt, méér dan wie dan ook,” zei Halima Salat nog. Het is jammer dat zij hier generaliserend sprak over ‘de islam’. Als ze bijvoorbeeld had gesproken over “de schade die in de islamitische milieus die ik ken, veroorzaakt wordt” dan zou haar punt al een stuk evenwichtiger geformuleerd zijn.

Ruimte en bescherming

Zorgvuldig taalgebruik en het vermijden van generalisaties zijn van levensbelang, zeker als je draagvlak wilt creëren voor steun aan ex-moslims en andere ex-gelovigen. Juist in tijden van islamofobie en moslimhaat, dreigt het politiek opportunisme van rechts-nationalisten de meer gematigde en progressieve mensen blind te maken voor het feit dat naast moslims ook ex-moslims in Nederland ruimte en bescherming verdienen.

MosqueinAbuja