Redactioneel commentaar in magazine De Linker Wang, juli 2019.

In de zomervakantie kom ik vaak in oude monumentale kerken. Dat was ook het geval toen we als gezin in Parijs waren. Naast onder meer het beklimmen van de Eiffeltoren bezochten we de Notre-Dame. Op het plein voor de kathedraal nuttigden we een zelf meegebrachte lunch.

Ik zat op een bankje en voor me stond een zwerver die uit een prullenbak at. We hadden royaal boterhammen gesmeerd zodat ik hem een boterham gaf. Hij nam het snel aan en dook nog dieper de prullenbak in om een leeg frietbakje met klodder satésaus tevoorschijn te halen. De man haalde de boterham er doorheen om het erna smakelijk en tot de laatste kruimel op te eten. We aten rustig door en zagen een lange rij mensen voor de Notre-Dame. Daar moesten we aansluiten om de kerk van binnen te zien. Dat deden we.

Toen afgelopen april de Notre-Dame grotendeels door een brand werd verwoest, moest ik terugdenken aan onze stedentrip. En ik verbaasde me een beetje over de grote publieke emotie rond de verwoeste kathedraal. Natuurlijk is het zonde van zo’n monument. Maar hoe komt het toch dat burgers en bedrijven in korte tijd honderden miljoenen euro’s beschikbaar stelden voor de herbouw? Ook journalist Peter R. de Vries was verbaasd. Hij twitterde: “Als men net zo vrijgevig zou zijn voor de hongerende, vluchtende en onderdrukte mens als voor de Notre-Dame zou de wereld er anders uitzien. Dat is ook mijn bezwaar geweest tegen religie: de kerk – het uiterlijk vertoon – is altijd belangrijker geweest dan de mens zelf…”.

Het hoongelach hierop kwam van rechtse ‘cultuur-christenen’ die De Vries maar ‘sneu’ vonden. Maar toen ik zelf de tweet van De Vries las, dacht ik terug aan de man bij de prullenbak. Hij fascineerde me omdat hij zo volledig zijn eigen gang ging, zonder sociaal wenselijk gedrag. De man staat symbool voor duizenden mensen in Parijs zonder huis, baan en geld. En voor de groeiende groep mensen die door ons economische systeem wordt uitgesloten, maar vaak creatief probeert overeind te blijven.

Volgens religiewetenschapper Karen Armstrong is compassie de kern van alle grote religies. Als mensen daarnaar leven, gaat het beter. Soms zie je er een glimp van. Zoals christenen die vluchtelingen helpen of oog hebben voor de aarde. Of joden die oprecht begaan zijn met verdrukte Palestijnen en daarom kritisch staan tegenover de staat Israël. Of moslims die zich sterk maken tegen antisemitisme. Of talloze varianten hierop met ook rollen voor niet- of anders-godsdienstige mensen.

Religie verdient kritiek. Tegelijk verdient de mystieke kern van religies respect en aandacht. Als we vanuit deze gedachte verwoeste godshuizen herbouwen, worden religieuze monumenten geen symbolen van macht of exclusiviteit, maar inspirerende vindplaatsen van het goede leven.

Theo Brand, hoofdredacteur.

DSC_0330