Verbondenheid met het jodendom past bij christenen. Maar liefde voor Israël verblindt hen als zij het bestaan van een ander volk – de Palestijnen – ontkennen of onzichtbaar maken.

De band met Israël is belangrijk voor de kerk, maar laat de Bijbel erbuiten. Emeritus hoogleraar Pieter W. van der Horst publiceerde op 5 januari een essay met deze strekking in Letter&Geest, de zaterdagbijlage van Trouw. Aanleiding voor het essay is een gespreksmiddag op 14 januari over de standpunten van predikant Jan Offringa en het manifest van een aantal liberale theologen. Zij stellen dat de speciale plaats van Israël binnen de christelijke theologie moet worden geschrapt.

Precies zoals deze liberale theologen wil ook Van der Horst wegblijven bij het laten buikspreken van de Bijbel en de idee van een ‘landbelofte’ voor Israël. Deze komt volgens hem voort uit een al te letterlijke en daarmee gevaarlijke uitleg van de Bijbel. Volgens hem zijn er twee andere belangwekkende redenen om Israël te steunen en de band met het land vast te houden: tweeduizend jaar Jodenvervolging en de opkomst van nieuw antisemitisme.

Verontrustend

Grotendeels kan ik instemmen met zijn betoog. De ernst en omvang van antisemitisme in verleden en heden is boven elke twijfel verheven. Het is echter opmerkelijk en verontrustend dat Van der Horst in zijn essay niet één keer de woorden Palestijnen of Palestina gebruikt. Bij het essay staat een grote kaart afgebeeld met daarop zowel Israël als de Palestijnse gebieden. Maar in de tekst staat geen woord over het huidige buurvolk van Israël. Hoe kun je aan vrede werken als je de andere groep, in dit geval de Palestijnen, negeert en volledig buiten beschouwing laat?
Voor de christelijke kerk is het jodendom onlosmakelijk verbonden met haar eigen wortels en geschiedenis. De Bijbel bestaat grotendeels uit Joodse geschriften. Zowel Jezus, de schrijvers van het Nieuwe Testament als de apostel Paulus zijn joden. De christelijke geloofstraditie is ondenkbaar zonder het jodendom.

‘Nationaal tehuis’

Tegelijk is het schrijven van de geschiedenis van de moderne staat Israël ondenkbaar zonder de erkenning van het Palestijnse volk. De geschiedenis en het lot van de relatief jonge staat Israël kan niet worden geschreven en begrepen zonder het besef dat er uiterst nabij een ander volk is.
Het is voor veel mensen een ongemakkelijke waarheid dat Israël in 1948 is gesticht op basis van geweld. Ruim zevenhonderdduizend Palestijnen werden verdreven waarbij ook doden vielen. Tegelijk is er terecht veel begrip dat Joden een ‘nationaal tehuis’ kregen nadat zij eeuwenlang vervolgd werden. De Holocaust was daarvan het macabere dieptepunt. Het onder ogen zien van deze twee feiten – ieder met hun eigen gewicht – is noodzakelijk om het conflict te kunnen doorgronden en aan een oplossing te werken.
Over de oorzaken van het conflict kun je lang discussiëren. En van beide kanten zijn fouten gemaakt. Maar de kwestie voor vandaag is hoe aan alle mensen die in Israël en de Palestijnse gebieden wonen, recht kan worden gedaan. Vanuit compassie met alle betrokkenen is de vraag urgent hoe er recht en ruimte kan komen voor beide volken.

Bezetting

Onlangs was Nabil Sahhar, een Palestijnse Nederlander, te gast in mijn kerk. Hij hoort bij de naar schatting 15 duizend Nederlanders van Palestijnse afkomst. Nabil moest vluchten tijdens de zesdaagse oorlog. ‘In onze taal is het woord ‘samed’ heel belangrijk,’ zei hij. ‘Het betekent: het uithouden, op je plek blijven, ondanks druk van buiten. Niemand kan dat woord beter begrijpen dan het Joodse volk: men wilde dat volk uitroeien maar het heeft de hele wereld laten zien dat je een volk niet kunt uitroeien. Ze vergeten dat dit nu ook geldt voor de Palestijnen.’
Nabil Sahhar is christen. Vóór de stichting van de staat Israël woonden circa 400 duizend christenen in Palestina. Toen Israël in 1948 werd gesticht, werd de helft van hen verdreven. Naar schatting wonen nu nog maar 42 duizend christenen in de Palestijnse gebieden. Dit komt grotendeels door de Israëlische bezetting en kolonisering. Het op grote schaal onteigenen van land en het bouwen van een muur dwars door Palestijns gebied brengt de bevolking grote schade toe.

Tweestaten-oplossing

De Wereldraad van Kerken ontving in 2018 een brandbrief van christelijke organisaties in Palestina. ‘Wij zijn verontrust dat staten en kerken zich verhouden tot Israël alsof de situatie normaal is. Daarmee negeren ze de werkelijkheid van bezetting, discriminatie en de dagelijkse dood in het land. Net zoals de kerken zich verenigd hebben om apartheid in Zuid-Afrika te beëindigen, en waarbij de Wereldraad een moedige en profetische leiderschapsrol speelde, verwachten we dat u nu hetzelfde doet.’
Hoe kan er een tweestaten-oplossing komen? Die gedachte moet leidend zijn. Zonder gerechtigheid krijgt vrede immers geen kans. Het heeft daarom voor christenen zin om de Bijbel open te houden. Niet vanwege een vermeende landbelofte voor één volk maar vanwege de rode draad van recht en vrede voor alle mensen.

Immigratie

Tenslotte verbaas ik me sterk over een ander element in het essay. Van der Horst koppelt antisemitisme uitsluitend aan immigratie. Volgens hoogleraar migratiestudies Leo Lucassen, die nauw betrokken is bij een onderzoek naar antisemitisme in vijf Europese landen, is antisemitisme vooral afkomstig van extreemrechts. Antisemitisme onder migranten bestaat maar is qua omvang kleiner. Wat heeft de christelijke kerk geleerd als ze opnieuw anderen exclusief tot zondebok zou aanwijzen en de doorwerking van klassiek wit antisemitisme zou negeren?
De band met het jodendom en Israël is voor mij als christen evident. Maar blinde liefde voor Israël die het bestaan van een ander volk ontkent en uitsluitend immigranten beschuldigt van antisemitisme, brengt ons niet verder. Het samen zoeken naar vrede vraagt allereerst om erkenning van alle betrokkenen en een eerlijke analyse.

Dit is een iets uitgebreide versie van een artikel dat de auteur aanbood aan de opinieredactie van dagblad Trouw maar door deze krant niet is gepubliceerd.

Trouw Letter en Geest 5 jan 2019.jpeg

Advertenties