Politieke analyse in het Nederlands Dagblad, 28 juli 2018. 

Het is een ongemakkelijke waarheid. De staat Israël is in 1948 gesticht op basis van geweld. Ruim zevenhonderdduizend Palestijnen werden verdreven waarbij ook doden vielen. Van deze Palestijnen woont een deel tot op heden in vluchtelingenkampen. Tegelijk heb ik begrip dat de Joden in 1948 een ‘nationaal tehuis’ kregen nadat zij in Europa en elders eeuwenlang vervolgd werden. De Holocaust is daarvan het macabere dieptepunt. Vanuit compassie met alle betrokkenen vind ik de vraag urgent hoe er vandaag recht en ruimte kan komen voor beide volken.

Onlangs ontmoette ik Nabil Sahhar, een Palestijnse Nederlander. Hij was te gast in mijn kerk in Zwolle. Als jongen woonde hij nog in Palestina en moest vluchten tijdens de zesdaagse oorlog. Zijn verhaal werd onlangs gepubliceerd in magazine De Linker Wang. ‘In onze taal is het woord ‘samed’ heel belangrijk,’ zegt hij. ‘Het betekent: het uithouden, op je plek blijven, ondanks druk van buiten. Niemand kan dat woord beter begrijpen dan het Joodse volk: men wilde dat volk uitroeien maar het heeft de hele wereld laten zien dat je een volk niet kunt uitroeien. Ze vergeten dat dit nu ook geldt voor de Palestijnen.’

Nabil Sahhar is christen. Vóór de stichting van de staat Israël woonden circa 400 duizend christenen in Palestina. Toen Israël in 1948 werd gesticht, werd de helft van hen verdreven. Naar schatting wonen nu nog maar 42 duizend christenen in de Palestijnse gebieden. Dit komt grotendeels – zo vertelde Nabil mij uit eigen ervaring – door de Israëlische bezetting. Het op grote schaal onteigenen van land en het bouwen van een muur dwars door Palestijns gebied brengt de bevolking grote schade toe.

Voor veel Palestijnse christenen wordt hun leven zó ondragelijk dat ze emigreren. Zij vormen een natuurlijke brug naar hun geloofsgenoten in het Westen en stellen daarmee de Israëlische mythe ter discussie dat alle Palestijnen terroristen zijn. Nabil hoort ook bij deze gevluchte Palestijnen. Kleine organisaties proberen het tij te keren, zoals ook zijn eigen stichting Vrede voor Palestina. Steun van de kant van christenen in Nederland blijft tot nu toe grotendeels uit.

De Wereldraad van Kerken ontving onlangs een brandbrief van christelijke organisaties in Palestina. ‘Wij zijn verontrust dat staten en kerken zich verhouden tot Israël alsof de situatie normaal is. Daarmee negeren ze de werkelijkheid van bezetting, discriminatie en de dagelijkse dood in het land. Net zoals de kerken zich verenigd hebben om apartheid in Zuid-Afrika te beëindigen, en waarbij de Wereldraad een moedige en profetische leiderschapsrol speelde, verwachten we dat u nu hetzelfde doet.’

In sommige kerken in Nederland wordt uitsluitend gebeden voor Israël. Ik vind dat eenzijdig en kortzichtig. In veel andere kerken wordt gebeden voor vrede tussen de beide volken. Dat vind ik evenwichtiger. Tegelijk ben ik tot een extra inzicht gekomen: bidden voor vrede wordt obligaat als christenen zich niet sterk maken voor recht en ruimte voor beide volken.

Zou Israël – met één van de sterkste legers ter wereld – echt willen stoppen met bezetting en verdere kolonisatie? En stoppen bewegingen als Hamas dan ook met gewapend verzet? Hoe kunnen we vanuit Nederland en de EU druk uitoefenen om te komen tot een tweestaten-oplossing? Dat is voor Palestijnen zoals mijn geloofsgenoot Nabil een cruciale vraag. Zonder gerechtigheid zal vrede immers geen kans krijgen.

02_x_Jerusalem_Dome_of_the_rock_BW_1 (wikimedia comons)

Advertenties