In het Dominicanenklooster te Zwolle was op 12 juni een kloostercollege waar dr. Iemke Epema vertelde over haar proefschrift over de Canadese filosoof Charles Taylor, de auteur van onder meer ‘A Secular Age’. Ook ik werd gevraagd kort wat te vertellen. Mijn tekst deel ik hieronder.

Het bestaan van God heeft voor mij niets met wetenschap of kennis te maken en alles met voelen en diepte-ervaringen. Ik denk dat andere mensen ook zulke ervaringen hebben, of ze nu gelovig zijn of niet. En of ze dat nu God noemen of niet. Het heeft voor mij te maken met verwondering en met ‘geraakt zijn’. Met het ultieme in het leven. En ook met concentratie en dingen hardop uitspreken.

In het boek van Iemke Epema over Charles Taylor gaat het onder meer over immanentie en transcendentie. Immanentie is de natuur, de concreet aanwijsbare werkelijkheid, mensen van vlees en bloed. Transcendentie is iets dat op ons kan inbreken: het overstijgt een grens en vergroot ons begrip van de werkelijkheid. Een heuse openbaring.

Uiteindelijk is God voor mij een geheim, een mysterie. Geen almachtig opperwezen, niet opgesloten in een schatkist of in een reeks leerstellingen, maar een transcenderende kracht. In de kerk ontmoet ik mensen die ik niet uitkies, hoor ik verhalen die ik niet zelf selecteer. Daar kan ik wijzer van worden. Als er in de kerk tenminste voldoende wijsheid, subtiliteit en fijngevoeligheid is.

Ik ben weleens een kerk uitgelopen waar een voorganger met zevenmijlslaarzen door mijn geestelijke tuintje banjerde. Van een kerk of religie die bijvoorbeeld een exclusief religieuze waarheid claimt, kan en wil ik geen deel uitmaken. Zo’n claim doet geweld aan de radicale openheid en beweeglijkheid van de Geest die zich niets van grenzen aantrekt en op veel plekken actief is in onze wereld. En laat ik meteen duidelijk zijn: die radicale openheid en grenzeloosheid kenmerkt naar mijn idee ook Jezus, die er volgens mij nooit op uit was om een nieuwe godsdienst te stichten.

Wat me aanspreekt in het gedachtegoed van Charles Taylor is ook het besef dat we niet bij nul beginnen. We zijn een product van onze geschiedenis. Niet alleen als persoon, maar ook als samenleving en cultuur staan we op de schouders van de generaties voor ons. Niet dat we het dús moeten doen zoals vroeger. Juist niet. Alles in de maatschappij verandert en dat is uiteindelijk goed.

Het woord transformatie dat Iemke Epema gebruikt, laat zien dat radicale verandering geen verlies van de essentie inhoudt. En wat die essentie inhoudt, blijkt uit een gesprek dat nooit eindigt. Taylor zoekt daarom voortdurend de dialoog en Iemke Epema doet dat ook in haar proefschrift. En hier doen wij dat ook weer. Zonder het socratische gesprek groeien er vooroordelen, is er geen transformatie en verliezen we, denk ik, de essentie. We worden dan doof voor het appèl dat ons met open oren en open ogen in de wereld plaatst, zoals dat klinkt in het eerste Bijbelverhaal: ‘Mens, waar ben je?’

Het gesprek gaat dus door, ook als er bijna geen kerk meer bestaat en mijn eigen Oosterkerk is vertimmerd tot een appartementencomplex. Over heilige huisjes gesproken…

Daarom verheug ik me op de borrel straks. Hier in het klooster. Ja, gelukkig dat wel. Want ook hier hebben we… Zomaar een dak, boven wat hoofden. Deur die naar stilte open staat. Muren van huid, ramen als ogen, speurend naar hoop en dageraad.

Dank voor jullie aandacht.

Advertenties