Bijdrage aan het debat in CW Opinie van 20 april 2018.

Wat mij verbindt met de leiders van CDA en ChristenUnie is dat zij lid zijn van de Protestantse Kerk in Nederland. Sybrand Buma, Gert-Jan Segers en ik horen bij hetzelfde kerkverband. Dat brengt me bij de vraag wat voor mij persoonlijk de essentie is van christelijke politiek.

Deze maand is het vijftig jaar geleden dat dr. Martin Luther King jr. werd vermoord. Beroemd werd hij vooral door zijn ‘I have a dream’-toespraak. De predikant hield deze speech voor tienduizenden mensen die demonstreerden voor gelijke burgerrechten in de Verenigde Staten. Voor veel mensen is King een inspiratiebron met het geloof als drijfveer voor gerechtigheid en vrede. Geen conservatisme en al helemaal geen wantrouwen en angst. Wel een vergezicht van hoe de wereld anders en beter kan.

Voormalig president Barack Obama toonde in zijn ambtsperiode ook iets van deze mentaliteit gericht op verbinding en hoop. Hij nam geen genoegen met de bestaande orde, keerde zich tegen geweld en tegen scheve sociaaleconomische verhoudingen. Dat deed hij ook door te zoeken naar verbindingen tussen mensen, volkeren en religies.

Niet in de laatste plaats gaat het volgens mij om duurzaamheid. Want hoe verwend een volk ook is, de opwarming van de aarde zet door en dat vraagt om radicaal groene beleidskeuzes. Maar ik focus me in deze bijdrage op het zoeken naar verbinding. Daarover heb ik een droom.

Ik zie Buma en Segers schouder aan schouder staan voor een vernielde en bekladde moskee. Van dit soort zijn er – en ik maak nu even een sprongetje uit mijn droom terug naar de weerbarstige werkelijkheid – de afgelopen jaren in Nederland meer dan driehonderd geweest. Soms kreeg zo’n incident aandacht in de pers, maar meestal niet. Niet elke vernielde moskee krijgt immers dezelfde publiciteit die een koosjer restaurant in Amsterdam krijgt nadat er diverse keren een ruit is vernield.

Geweld verdient altijd veroordeling en vraagt om vervolging ongeacht wie het slachtoffer is. Laat daarover geen misverstand bestaan! Maar de mate waarin het ene incident media-aandacht krijgt boven het andere, zegt veel over hoe we in ons land met minderheden, en met name moslims, omgaan.

Vandaar mijn droom over Buma en Segers. In mijn verbeelding geven ze de geschrokken imam pal voor zijn moskee een stevige handdruk. Dat leidt tot een foto die de wereld over gaat. Maar in ons kikkerlandje is het hek van de dam. GeenStijl en Wilders noemen hen direct ‘laffe moslimknuffelaars’ en De Telegraaf maakt in grote chocoladeletters vergelijkbare verwijten.

Tot zover mijn bescheiden droom. In werkelijkheid kiest Segers in zijn campagne voor een solidariteitsbezoek aan genoemd joods restaurant en laat hij zich bij getroffen islamitische gebedshuizen niet of nauwelijks zien. Dat is uiteraard zijn goed recht. Segers kiest evenals Buma consequent voor godsdienstvrijheid, ook voor die van moslims. Dat is een duidelijk en positief onderscheid met de PVV. Tegelijk ervaar ik de toonzetting van de beide confessionele partijleiders niet als expliciet verbindend en religie-overstijgend.

Buma kiest heel bewust voor het verhaal van ‘de gewone Nederlander’. En daar bedoelt hij geen moslims of immigranten mee. Deze Nederlander is vooral bang voor alles wat vreemd is. Diversiteit is een probleem. En het CDA is – zo mogen we geloven – de partij die onze vertrouwde christelijk-nationale identiteit beschermt.

Wat een verschil met de jaren negentig toen de christendemocraten investeerden in interreligieuze dialoog. Het wetenschappelijk bureau van het CDA nodigde de Duitse theoloog Hans Küng uit om te reflecteren op een ‘Wereldethos’ vanuit de wereldgodsdiensten. En nee, dat was allerminst naïef.

Wat christenen doorgaans niet beseffen is dat terroristen die zich islamitisch geïnspireerd noemen, bij vrijwel alle moslims verbazing en bevreemding oproepen. Als christenen vernemen dat massamoordenaars als Anders Breivik of Frazier Glenn Miller zich beroepen op het christendom, dan ontbreekt bij hen ook elke vorm van identificatie. Hetzelfde geldt voor moslims bij islamitisch gemotiveerd terrorisme.

Als we in de media lezen over ‘moslimterrorisme’ dan maakt ons dat blind voor het feit dat alle wereldgodsdiensten, inclusief de islam, twee kanten hebben. De wereldreligies zijn in eerste instantie diepgewortelde wijsheidstradities met veel sociaal en spiritueel kapitaal. Daarnaast kennen ze autoritaire varianten en zijn ontsporingen mogelijk die leiden tot geweld.

Het kwaad zit soms diep en geweld ligt op de loer. Aan naïef optimisme hebben we niks. Juist dit besef vraagt om politici die kiezen voor verbinding en die ervoor knokken dat mensen met goede intenties niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Het vraagt om ‘benoemen en bouwen’ en durven ingaan tegen hardnekkige frames.

Wat is voor mij persoonlijk christelijke politiek? En hoe kunnen verhalen van hoop, verbinding en verandering weer richting geven aan de Nederlandse samenleving? En in welke richting zouden de confessionele partijen moeten kijken als zij op zoek zijn naar bondgenoten op de gedroomde weg vooruit? Dat gaat voor mij dieper dan de vraag welke partij je kunt herkennen aan een vlaggetje met een C erop.

Advertenties