CY19VsYWEAAx1LxGroene politici uit heel Europa vertellen over religie en politiek. Het gebeurt in een nieuwe bundel van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Is religie vijand of vriend van progressieve, linkse en groene politiek? De werkelijkheid is weerbarstig en het antwoord veelkleurig, zo blijkt. GroenLinks schiet niet in een kramp en gaat voorbij de religiestress. Een lichtend en humanitair voorbeeld voor progressief Nederland.

Eind 2014 werd ik getriggerd door een Facebookbericht van Boris van der Ham, bekend van het Humanistisch Verbond en D66. Hij deelde een nieuwsbericht van de Telegraaf met een foto gemaakt door een bewakingscamera. We zien een vrouw-met-hoofddoek die met een gestolen pas van een bejaarde vrouw tweeduizend euro pint. ‘Wat een hyprocisie’, is de teneur van het commentaar van Van der Ham. Je vroom en kuis voordoen met een hoofddoek en tegelijk een criminele daad plegen… Uiteraard staan er veel ‘likes’ bij, maar ook kritische reacties. Waarom zouden mensen met een hoofddoek slechter of juist beter zijn dan anderen? Wat zegt dit over hoe je kijkt? Kunnen we ook leven zonder vooroordelen?

Populisme en xenofobie zijn een gegeven. Om een grote krant als de Telegraaf kunnen we in Nederland niet heen. Maar waar ik me moeilijker bij neerleg is het feit dat islamofobie en religiestress gehoor vinden in links-liberale kringen. De islam deugt niet en eigenlijk is alle godsdienst schijnheilig of achterlijk. Dat is vaak de teneur. Maar hoe vruchtbaar en productief is dit standpunt? Wat versta je onder religie en welke verschijningsvormen zijn er? Is de sociale werkelijkheid niet veel te complex om algemeen geldende uitspraken over religie te kunnen doen?

Met de interviewbundel ‘Green values, religion and secularism’ is Erica Meijers van Bureau de Helling – het wetenschappelijk bureau van GroenLinks – samen met een Europese collega erin geslaagd het thema ‘religie’ op een evenwichtige manier te agenderen binnen GroenLinks en de andere groene partijen in Europa. Groene politici van Ierland tot Turkije met uiteenlopende achtergronden – zowel atheïstisch als religieus – laten vanuit een persoonlijk en maatschappelijk perspectief hun licht schijnen op religie als maatschappelijke en politieke factor.

Om de hoofddoek dan nog maar eens als voorbeeld te nemen… Boeiend is het interview met de in België geboren Meyrem Almaci (1976). Sinds 2014 is zij voorzitter van Groen, de groene partij van Nederlandstalig België. Tevens is zij lid van het federale Belgische parlement. Ze schrijft: ‘Ik was het eerste meisje dat geen hoofddoek meer droeg in de kleine Turkse gemeenschap van het gehucht waar we woonden. Mijn ouders werden erop aangesproken.’ En tegelijk verzet Alamaci zich tegen een verbod op de hoofddoek in het onderwijs: ‘Emancipatie onder dwang heeft nergens ter wereld in de geschiedenis ooit gewerkt. Het werkt contraproductief.’ De politica wil dat mensen vrij zijn om hun keuzes te maken en distantieert zich van ‘een samenleving die is gebaseerd op de angsten en projecties van één specifieke groep, de dominante groep. Dat is niet het soort samenleving waar ik in geloof.’

Bijzonder is ook het gesprek met de Turkse Nil Mutluer (1974). Deze niet-gelovige, seculiere, vrouw is actief in de Groene partij van Turkije. Zij was in haar studententijd getuige hoe moslima’s werden gemarginaliseerd. ‘Ik deed er onderzoek naar en werd daardoor één van de voorvechters van de vrijheid van islamitische vrouwen om een hoofddoek te dragen in de openbare ruimte, in het bijzonder het onderwijs.’ Op dit moment ziet zij dat de rechten van seculieren juist onder druk komen te staan in Turkije. ‘We moeten ruimte creëren voor vrijheid, zodat alle verschillen vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan,’ concludeert ze.

Ook in Nederland zouden we levensbeschouwelijke en religieuze verschillen sterker mogen waarderen en erkennen. Dat betekent niet dat er geen kritische vragen gesteld mogen worden. Nee, juist linkse politieke partijen hebben de opdracht om kritisch te zijn als het gaat om de verdeling van macht, om vrijheid, om gelijke kansen, ontwapening en duurzaamheid. Maar we moeten wel verder kijken dan mensen als Boris van der Ham.

Waar humanisten in de jaren zeventig en tachtig in Nederland bezig waren met maatschappelijke thema’s zoals de wapenwedloop en sociale gerechtigheid, is nu individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie geworden. Zijn de maatschappelijke problemen niet veelomvattender? Zoals vroeger humanisten en vooruitstrevende gelovigen zij aan zij stonden in de strijd tegen kruisraketten en armoede, zouden zij zich vandaag samen sterk kunnen maken voor duurzaamheid, gelijke kansen, een stevige publieke sector, interreligieuze en interculturele dialoog en mensenrechten.

Wie het boek ‘Green values, religion and secularism’ leest, beseft dat er veel levensbeschouwelijke inspiratiebronnen zijn die vrede en vooruitgang bewerkstelligen en dat juist dialoog en ruimte voor levensbeschouwelijke verschillen tussen mensen, hier ook voorwaarden voor zijn. Het zou goed zijn als na GroenLinks ook het georganiseerde humanisme in 2016 de religiestress voorbij gaat. Het komt de humaniteit ten goede.