Cathy Ubels-Veen in 1982 op het Binnenhof.

Cathy Ubels-Veen in 1982 op het Binnenhof.

Gedachten bij het overlijden van Cathy Ubels-Veen (1928-2015) – gepubliceerd in het mei-nummer van De Linker Wang.

Catharina (Cathy) Ubels-Veen (1928) is op 17 februari 2015 overleden. Zij was namens de Evangelische Volkspartij (EVP) van 1982 tot 1986 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Toen het overlijdensbericht de redactie bereikte, lag het maartnummer al bij de drukker. Daarom nu in De Linker Wang aandacht voor deze authentieke progressieve politica. En voor de partij waarvan zij vier jaar het gezicht was: de EVP, misschien wel de meest opmerkelijke voorloper van GroenLinks.

Van 1975 tot 1982 was Ubels lid van de gemeenteraad van Dokkum, eerst voor de ARP en later voor het CDA. Ubels was ontevreden over het beleid van het CDA en stapte uit de partij. Ze sloot zich aan bij de progressieve Evangelische Volkspartij (EVP). Ubels verdedigde de progressief-christelijke standpunten van de EVP in de Kamer. Ze streed tegen het kernwapenbeleid van het kabinet-Lubbers en voor meer solidariteit en rechtvaardigheid. Ze kwam in aanvaring met premier Lubbers. Het was de tijd van massale demonstraties tegen de kruisraketten. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 1986 werd Ubels niet als Kamerlid herkozen. De EVP fuseerde enkele jaren later samen met CPN, PPR en PSP tot GroenLinks.

Ruard Ganzevoort, voorzitter van De Linker Wang, schreef kort na het overlijden van Ubels het volgende op de website van De Linker Wang: ‘Op geheel eigen wijze heeft Cathy Ubels zich ingezet voor een religieus geïnspireerde progressieve politiek. De manier waarop zij zich in de Tweede Kamer inzette voor de Evangelische Volkspartij was soms tegendraads en onconventioneel, maar ook authentiek. Zij hield vast aan het visioen van een rechtvaardige, vreedzame en duurzame wereld, die zij in bijbelse woorden omschreef als het ‘Koninkrijk van God’. De nagedachtenis aan haar nodigt ons uit politiek te blijven bedrijven vanuit onze eigen diepste drijfveren en inspiraties. Die handschoen neemt de Linker Wang graag op.’

De geschiedenis van de EVP hoort onmiskenbaar bij de wortels van De Linker Wang. In mensen als Hans Feddema en Cor Ofman zien we de rode draad. Maar De Linker Wang is niet uitsluitend schatplichtig aan de EVP. Ab Harrewijn – predikant, CPN-er en later GroenLinks-partijvoorzitter en Tweede Kamerlid, hoorde nadrukkelijk ook bij de oprichters van De Linker Wang, terwijl veel anderen uit onder meer PPR en PSP hun weg naar De Linker Wang vonden. Het magazine heeft inmiddels een veel breder abonneebestand met ook jongere abonnees.

Hoewel de EVP – in de traditie van de gereformeerde ARP – een volop confessionele partij was, was de EVP geen partij van exclusief of dogmatisch religieus denken. EVP-ers lieten zich eerder inspireren door bijvoorbeeld Martin Luther King, de bevrijdingstheologie en de feministische theologie. Binnen de EVP werd liberaal gedacht over homoseksualiteit, abortus en euthanasie. De EVP begon als een ‘links alternatief’ voor het CDA maar kreeg steeds meer raakvlakken met de PPR – die overigens ook wortels had binnen de voorlopers van het CDA (christen-radicalen) maar juist bewust géén confessionele partij was.

Anno 2015 is het moeilijk te begrijpen dat progressieve partijen zo versnipperd waren in de jaren zeventig en tachtig. En hoe belangrijk beginselen waren in een nog niet (geheel) ontzuilde maatschappij. Ganzevoort spreekt nu liever over ‘onze eigen diepste drijfveren en inspiraties’. Dat getuigt van inclusiviteit en openheid. Dat past bij onze tijd. Uiteraard kunnen onze persoonlijke drijfveren ook nu bijbels of anderszins religieus geïnspireerd zijn. Eeuwenoude spirituele tradities bevatten immers verhalen, rituelen, melodieën en symbolen die mensen inspiratie, hoop en richting kunnen bieden. Ze zijn niet te onderschatten.

Cathy Ubels schreef in juli 2011 op verzoek van de redactie van dit blad een gastcolumn. Van het politieke bedrijf bleek zij grote afstand te hebben genomen. Maar, zo schreef ze: ‘Het is mijn vaste overtuiging dat politiek inspiratie nodig heeft’. Haar idealisme en maatschappijkritische houding bleken – ze was inmiddels ruim de tachtig gepasseerd – onverminderd van kracht: ‘Meer dan een miljard mensen moeten leven in extreme armoede met wereldwijd dagelijks veel hongerdoden, slechte huisvesting, falende gezondheidszorg, werkloosheid en gebrekkig onderwijs dat vaak voor meisjes ontoegankelijk is. Zou het ooit nog goed kunnen komen? Of bescheidener gezegd: beter kunnen worden?’

En Ubels eindigde haar bijdrage in De Linker Wang met deze woorden: ‘Die droom over een betere wereld moeten wij niet opgeven, ondanks zoveel dat in een tegenovergestelde richting wijst. In de Bijbel wordt die droom het ‘Koninkrijk van God’ genoemd. Die betere wereld komt er niet vanzelf. Daar zullen we zelf aan moeten werken. In ons eigen leven door bijvoorbeeld meer soberheid te betrachten en ook in de politiek. Politiek is tenslotte niet meer of minder dan menselijk handelen. En daar hebben wij inspiratie voor nodig. Het in vroeger eeuwen bouwen van indrukwekkende kathedralen, begon ook toen met het leggen van een eerste steen.’

Voor wie meer wil lezen over de EVP is het proefschrift van Jan de Bas van onschatbare waarde: ‘De muis die even brulde. De Evangelische Volkspartij 1981-1991 (Uitgeverij Kok, 1999).