verzoening als voldoeningEen openbaar college over de klassieke betekenis van Jezus’ sterven (‘verzoening door voldoening’) vindt woensdag 1 april plaats in Zwolle, midden in de Stille Week. De avond wordt gratis aangeboden door AKZ+ voor theologische bezinning, een initiatief vanuit de theologische universiteiten in Kampen (gereformeerd vrijgemaakt) en Apeldoorn (christelijk gereformeerd) en VIAA, de gereformeerde hogeschool in Zwolle. Ik ben getriggerd, hoopvol gestemd en… verbaasd. Want vraagt de Stille Week voor Pasen niet eerder om meditatie en verstilling?

Een persbericht geeft toelichting: “Het college wil – met Goede Vrijdag en Pasen voor de deur – proberen een aantal zaken (weer) helder te krijgen, en daarbij moeilijke vragen niet uit de weg gaan.” Ik lees dat het college te bezoeken is op locatie in Zwolle én online te volgen via een livestream die ook via websites van onder meer de Evangelische Omroep en het Nederlands Dagblad ontsloten wordt. Geen pretentieloos gebeuren dus. En zeker geen 1 aprilgrap.

De sprekers zijn relatief jong en vormen, zo is mijn indruk, de theologische voorhoede binnen de kleinere gereformeerde kerkgenootschappen, rechts van de Protestantse Kerk in Nederland: Reinier Sonneveld, Hans Burger, en Cees-Jan Smits (zie foto). Het zijn drie intelligente mannen die hun geloof en kerkelijke achtergrond serieus nemen en dat eigentijds vertolken vanuit een grote openheid voor de wereld en de cultuur om hen heen.

Getriggerd ben ik vanwege mijn eigen achtergrond en opvoeding. ‘Jezus is voor mijn zonden gestorven’. Dat leerde ik thuis en vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerk waar ik opgroeide en geloofsbelijdenis deed. Als je dát maar geloofde, dan kwam het allemaal goed. Ook al beweerde je voor de rest een boel onzin: als je díe waarheid beaamde, was je voor eeuwig gered. Ik zeg het wat cru, maar daar kwam het wel op neer. Gaandeweg riep dat vragen bij me op. Want gaat het niet vooral om de navolging van Christus? En waarom moet God zijn Zoon laten bloeden voordat Hij mensen kan vergeven? Dat is toch geen liefde? Missen we zo niet de kern van het verhaal? In de jaren zestig en zeventig bleken moderne theologen als Dorothee Sölle en Herman Wiersinga deze vragen al stevig te hebben doordacht.

Het zijn precies deze vragen die nu lijken mee te spelen bij de organisatoren van het hoorcollege. Daarom ben ik naast getriggerd ook hoopvol gestemd. Want ook de kleinere klassiek gereformeerde kerken zijn volop in beweging. Als zoekende twintiger heb ik – soms wat eenzaam – met veel vragen geworsteld. Ik was niet de enige, blijkt ook nu. Onder meer het boekje ‘Moet ik dat geloven?’ van predikant Wim Jansen uit de Protestantse Kerk hielp mij destijds om een nieuwe weg te vinden. Het boekje heeft de veelzeggende ondertitel: ‘Onderdrukking en bevrijding in geloof en kerk’ (Ten Have, 1991). Zoals ik al eerder in een blog deed, citeer ik graag een fragment uit dit prachtige boekje. Jansen schrijft onder meer over Jezus:

“Hoe een rechtvaardig mens, in wie we God zelf herkennen – hoe zó een mens de meest vernederende straf moet ondergaan – dát heeft de gelovigen van de eerste eeuw zo verbaasd, daar zijn ze zó op gestoten, dat ze zijn gaan zoeken naar beelden om in dit raadselachtige gebeuren een zin te ontdekken. Beelden die de mensen van hun tijd kenden. Beelden uit de joodse offercultus: lam, bloed, maar ook uit de rechtspraak: loskopen, en uit de godsdienst: zoon van God. Het is voor de hand liggend dat wij tegenwoordig andere beelden zouden gebruiken, want een offercultus kennen we bijvoorbeeld niet meer. Dat is ook de reden dat velen er niet meer door aangesproken worden: het zijn onze beelden niet. Ze moeten ons worden uitgelegd. En dan gaat er onmiskenbaar veel zeggingskracht verloren.”

“Maar,” zo vervolgt Wim Jansen, “de apostelen en evangelieschrijvers gebruikten voor die tijd vertrouwde beelden en zo zijn ze al stamelend tot de herkenning gekomen: deze mens was God zelf. Kijk nou toch eens, zo’n rechtvaardig mens, volmaakt integer en vol liefde, die de zwaarste straf van die tijd trotseert, er niet voor uit de weg gaat – dat doet denken aan het onschuldige bokje, dat de woestijn in werd gestuurd, symbolisch beladen met de schuld van het volk, en aan het geslachte Paaslam. Het is God zelf die de gevolgen draagt van ons wanbeheer. Het is zijn schuld niet maar toch deelt Hij in die schuld.”

Het is voor mij zonneklaar: zonder kennis van de joodse traditie, van Grote Verzoendag en Pesach (het joodse Pasen), kunnen we het christelijke Paasfeest niet goed begrijpen. Jezus was een jood en stond voor honderd procent in de joodse traditie. En dat gold ook voor zijn apostelen en voor de schrijvers van de evangelieverhalen. We moeten Bijbeltaal zien als symbolische taal. Wim Jansen schrijft ook: “Geloofstaal is moeilijk in woorden te vangen. Je kunt er nooit helemaal je vingers achter krijgen. Het is meer iets om aan te voelen met je geloofsintuïtie, om te proeven als brood en wijn, om te vieren en te zingen.”

Gaandeweg heb ik ontdekt hoe waar deze woorden zijn. En dat de christelijke geloofstraditie zoveel breder, dieper en rijker is dan het vaak zo rationeel ingestelde calvinisme. Probeer waarheid nooit in woorden te vangen. Daarom ben ik vooral ook verbaasd over het hoorcollege. Vallen de organisatoren niet in een typisch gereformeerde valkuil? Is dit hoorcollege – dat op mij over komt als een intellectuele en rationele exercitie – wel passend in de Stille Week?

Begrijp me niet verkeerd: bezinning en een theologisch debat in kerkelijke kring juich ik van harte toe. Zeker als dit blikken verruimt, een nieuw licht werpt op klassieke geloofsthema’s en als dit mensen in hun spiritualiteit vooruit helpt. De drie sprekers komen ongetwijfeld met waardevolle opmerkingen en inzichten. Na Pasen hoop ik het hoorcollege dan ook terug te kunnen zien op YouTube.

Maar in deze Stille Week voor Pasen kies ik zelf liever voor verstilling, poëzie en het luisteren naar een Taizélied. Als het lukt, neem ik deel aan één van de avondvespers in de Paascyclus in mijn protestantse geloofsgemeenschap. Vooral zo verwacht ik iets te proeven van het geheim van menswording, verzoening en opstanding. Een geheim dat verrassend veel ruimte schept.