Afbeelding van Maria met Jezus in de Aya Sofya moskee in Istanbul (eigen foto, 2006)

Afbeelding van Maria met Jezus in de Aya Sofya moskee, Istanbul (eigen foto).

Jezus was geweldloos terwijl Mohammed onder meer een legeraanvoerder was. Logisch dus dat de islam een bron is van terrorisme. Dit geluid klinkt steeds vaker. De zanger Daniël Lohues schreef er een column over in het Dagblad van het Noorden. Ook in Trouw klinkt dit geluid. Schrijver Caspar Visser ’t Hooft stelde in deze krant: “Moslims baseren hun geloof op de boodschap van een profeet die door veroveringen getriomfeerd heeft, christenen geloven in een God die zich heeft laten vernederen.”

Mohammed is geen Jezus. En langs de morele meetlat scoort Jezus beter dan de profeet die in de zevende eeuw na Christus aan de wieg stond van de islam. Die stelling durf ik wel te poneren. Maar betekent deze constatering ook dat moslims gewelddadiger zijn dan christenen? Of dat de christelijke boodschap superieur is aan de boodschap van de Koran? Voor christenen is de verleiding groot om deze vragen met ‘ja’ te beantwoorden. Maar hoe terecht is dat?

Ten eerste is er een principieel verschil in de posities van Jezus en Mohammed binnen de beide wereldreligies. Jezus is door zijn volgelingen beleden en te boek gesteld als Messias. Jezus stond volgens de Bijbel op uit de dood en voer op ten hemel. Volgens christelijke belijdenissen maakt Jezus deel uit van de goddelijke drie-eenheid. Van Mohammed zoals moslims hem zien, kun je dat niet zeggen. Wel is hij de profeet die een fundamenteel nieuw inzicht bood aan Arabieren die tot die tijd meerdere goden aanbaden: het geloof in één God.

De Koran brengt de religieuze ideeën van Mohammed, die voor veel Arabieren vernieuwend waren, nadrukkelijk in verband met de ‘Mensen van het Boek’: de joodse en christelijke gemeenschappen op het Arabisch schiereiland. Een Koranvers (soera Jonas 94) daagt de tegenstanders van Mohammed zelfs uit om de ‘Mensen van het Boek’ te raadplegen voor onweerlegbaar bewijs voor de waarheid van zijn boodschap. Hier ligt naar mijn indruk de oecumenische grondslag van de islam.

Christenen konden niet zomaar instemmen met die boodschap. Het grootste discussiepunt was de status van Jezus: volgens moslims was Jezus een profeet, volgens joden was Jezus geen profeet en volgens christenen juist meer dan een profeet. Opvallend is vooral dat Mohammed zijn volgelingen waarschuwde om hem niet te vereren, zoals christenen Jezus vereerden en vereren. Kortom: door het vergelijken van Jezus en Mohammed, heb je een verkeerd instrument in handen om het christendom en de islam op hun merites te beoordelen en tegen het licht te houden.

Ten tweede is het de vraag of de meeste christenen beseffen en praktiseren wat het betekent om in een God te geloven die zich heeft laten vernederen en zichzelf heeft geofferd. Tot in de vorige eeuw was het bijvoorbeeld normaal dat christenen joden de schuld gaven van de dood van Jezus. Zijn dood werd – en wordt – vaak niet gezien als een bewuste keuze voor én consequentie van geweldloosheid.

Wat christenen door de eeuwen heen ook geloofden, Jezus koos nooit voor geweld en liet zich vernederen tot in de dood. Voor mij ligt hier een essentie. Niet dat ik Jezus letterlijk hoef na te volgen. Maar het minste is toch een open houding en een oprechte kennismaking met bijvoorbeeld moslims. Over de grenzen van de vertrouwde kaders heen de dialoog aangaan, zoals de God van Abraham, Mozes en Jezus mensen voortdurend uitdaagt om uit hun comfortzone te komen. Daar zit voor mij ook de angel in het islamdebat: de competitieve gedachte dat Jezus beter is dan Mohammed werkt eerder triomfalisme en zelfgenoegzaamheid in de hand, dan dat het uitdaagt om jezelf open te stellen en de ander onbevangen tegemoet te treden.

positivoos

Van Kooten en De Bie in hun rol als ‘De Positivoos’

“Onze God is de beste, Hij is wereldkampioen. Daarom zijn wij in het Westen, relatief in goede doen.” Dit is een regel uit een lied dat het satirische duo Van Kooten en De Bie in de jaren tachtig schreven. Ze lieten het zingen door hun typetjes De Positivoos: twee zeer blije dienaren van Jezus. Voor veel christenen was dit bijtende satire. Als tiener herkende ik in het lied een kritische en profetische stem.

Inmiddels is het 2015. De christelijke vorm van zelfgenoegzaamheid die ruim dertig jaar geleden op satirische wijze door Van Kooten en De Bie op de hak werd genomen, lijkt maatgevend te worden wanneer christenen Jezus en Mohammed met elkaar gaan vergelijken. Met welk doel?

In een veelkleurige wereld kan waarheid pas gestalte krijgen voorbij groepsdenken en in een praktijk van liefde en gerechtigheid. Waarheid en wijsheid laten zich niet objectiveren. Zeker niet als wapen in de strijd om de vraag welke God de beste is. Dit inzicht bood Jezus Christus die met een universele boodschap het verschil tussen alle mensen in zijn tijd – joden én heidenen – wilde opheffen. In 2015 staat Christus in de beeldvorming niet meer voor een grenzeloos universalisme, maar voor één van de geïnstitutionaliseerde wereldgodsdiensten. Wie recht wil doen aan de vredesboodschap van Christus, zou zich daarom moeten dwingen tot een radicaal universeel perspectief.

De politieke islam heeft zeer gevaarlijke kanten. En de oorzaken van terrorisme moeten worden bestreden. Het is zinloos om dat te ontkennen. Maar is daarmee alles gezegd? De apostel Paulus schrijft: ‘Overwin het kwade door het goede’. Dat vraagt om actie en dialoog. Waar en hoe is liefde en compassie aanwijsbaar in de diverse wereldgodsdiensten en wijsheidstradities, inclusief de islam? Het antwoord op deze vraag leidt ongetwijfeld tot veel hoopvolle inzichten en inspirerende voorbeelden. Want hoewel zij het nieuws niet vaak halen: er zijn zeer veel vredelievende moslims. Juist door deze vraag centraal te stellen, laten mensen zich niet langer leiden door angst en zelfgenoegzaamheid, maar geven ze steun aan alle opbouwende krachten en mensen van goede wil.

Dit artikel verschijnt deze week in het Friesch Dagblad en op de websites Protestant.nu en NieuwWij.nl.