15_x_RAVEN-boekcoverDeze boekbespreking is gepubliceerd in De Linker Wang, juli 2014.

‘Mensen hebben geen boodschap aan een instituut dat als een pantser om hun levensstijl ligt. Ze glimlachen om de ethische normen van kerkelijke autoriteiten.’ Dat schrijft theoloog en predikant Klaas van der Kamp in zijn boek ‘Raven’. De titel verwijst naar de vogelsoort die in de Bijbel symbool staat voor vertrouwen (Lucas 12: 24) en voor het verkennen van nieuwe mogelijkheden (Genesis 8: 6-7). In die geest verkent de auteur de kansen van christelijke kerken in seculariserend Nederland.

Van der Kamp is ruim vijf jaar algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland, het samenwerkingsverband van veertien kerken waaronder de Rooms Katholieke Kerkprovincie en de Protestantse Kerk Nederland. Eerder hield hij in dit blad een dagboek bij over zijn werkzaamheden voor de Raad. Met ‘Raven’ wil hij ‘gedachten aanreiken voorbij de verzuiling’. Hij richt zich op mensen ‘die hun spiritualiteit en religiositeit willen verbinden met oecumene en met de wereld van vandaag’.

Wat is ‘oecumene’ volgens Van der Kamp? Het gaat hem om de letterlijke betekenis: ‘heel de bewoonde aarde’. Dat gaat principieel verder dan een goede samenwerking tussen kerken, hoewel hem daar veel om gelegen is. Uiteindelijk draait het niet om instituten, maar om mensen die zich geroepen of aangesproken weten en zich richten op een wereld van vrede en gerechtigheid. Bij oecumene hoort volgens hem nadrukkelijk ook de ontmoeting en samenwerking met mensen die een andere religie belijden en met atheïsten.

Van der Kamp is onder meer geïnspireerd door Paus Franciscus die als kardinaal Jorge Bergoglio in Argentinië pleitte voor een ‘cultuur van ontmoeting’: iedereen heeft de ander wat te bieden en kan op zijn beurt wat in ontvangst nemen. ‘Zonder de ander kan ik mijn eigen beperktheid niet overstijgen, heb ik geen transcendentie’.

In deze radicale openheid ligt volgens Van der Kamp een vruchtbare toekomst voor kerkgenootschappen: dienstbaar aan mensen en de schepping. Van der Kamp duidt het zoeken naar deze eenheid als lofprijzing voor God die elke vorm van zelfgenoegzaamheid te boven gaat. Ook de seculiere mens kan een bijdrage leveren aan de lofprijzing, meent Van der Kamp. ‘Dat krijgt bij hen een gezicht in altruïstisch gedrag (…). De kerk heeft symbolen en kan op die manier faciliteren, vereenvoudigen, een adres geven, vieren. De kerk gaat voor in het zegenen, het benoemen van de naam van God.’

Het is inspirerend om te lezen hoe de auteur het christelijke leerstuk van de drie-eenheid (triniteit) ziet als basis voor een eenheid die niet afbakent maar juist ruimte schept, ook in het contact met anders- en niet-gelovigen. Van der Kamp weet zijn kerkelijke en theologische lezerspubliek te verrassen en te boeien. Kanttekening is wel dat het boek voor mensen van buiten deze kringen lastiger te volgen is.