DSC_0117Dit journalistieke verslag is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 17 januari 2014. Een uitgebreid verslag van mijn hand is hier te vinden.

Zijn de ideeën van Klaas Hendrikse alles wat er te zeggen is over vrijzinnigheid? Nee, vindt Rick Benjamins. “Een waardevol stuk van de vrijzinnige traditie blijft vandaag onbelicht.” Theo Brand was er bij.

“God is een woord in de taal,” zegt Rick Benjamins, theoloog en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie te Groningen. “Met dat woord is van alles aan de hand. Sommigen menen dat als God niet bestaat, het woord ook weg kan. Volgens mij ligt dat anders. Het wonder zit in de creativiteit van het wereldproces en in gebeurtenissen die het onmogelijke mogelijk maken. Het woord ‘God’ opent een kijk op de wereld, die er anders niet zou zijn.”

Benjamins sprak in de Zwolse Oosterkerk over hoe mensen kunnen geloven na de beeldenstorm van de moderne theologie.

“In de kerk ontstond deining door atheïstisch predikant Klaas Hendrikse. God bestaat niet, zegt hij. Er is geen wezen waarnaar het woord verwijst. Je kunt het woord gebruiken, maar dan beschrijf je gevoelens die anderen ook ervaren. Het maakt volgens hem niet uit of je het woord God of andere woorden gebruikt.”

“Met moderne theologen als Kuitert en Hendrikse kan ik ver meegaan,” zegt Benjamins. “Ze komen beiden uit een gereformeerde traditie waar men stelde dat de vrijzinnige theologie niet deugde. Dat leidde tot een inhaalslag maar wel heel rationeel. Dat rationele zit ook in de vrijzinnige traditie. Maar daar was ook het besef dat er méér was dan het verstand. Dat leidde bij vrijzinnigen tot tastend en voorzichtig spreken.”

“God is een woord dat verschil maakt. Welk verschil? Ik ben vrij en verantwoordelijk maar ik heb nooit zelf besloten mijn leven te beginnen. Het is een geschenk. Het woord God drukt uit hoe ik me verhoud tot datgene wat groter is dan ik en wat me overstijgt. Maar niet buiten mij om.”

Vooral de ideeën van twee Amerikaanse theologen hebben het denken van Benjamins beïnvloed: Gordon Kaufman en John Caputo. Hij staat eerst stil bij Kaufman (1925-2011): “Op hoge leeftijd durfde hij zijn denken radicaal te herzien. We moeten de christelijke traditie volgens Kaufman laten aansluiten bij het moderne, gedeelde wereldbeeld van de evolutie.”

Creativiteit

“Maar mensen worden niet alleen door hun instincten of hersenen aangedreven. De neuroloog Dick Swaab zegt: ‘wij zijn ons brein’. Dat is mij te kort door de bocht. Leven vanuit waarden kun je niet uitsluitend verklaren vanuit de mens als biologisch wezen. Kaufman ziet de mens daarom als bio-historisch wezen.”

Er zit creativiteit in het wereldproces. Dat is het ultieme mysterie van onze wereld, meent Benjamins. “Volgens het principe van Intelligent Design kan er geen orde zijn zonder plan, dus moet er een planmaker zijn. Maar dat is niet de creativiteit waar Kaufman op doelt. Hij vergelijkt creativiteit met hoe een goed gesprek zich ontwikkelt. De ene opmerking lokt de andere uit. Je gaat op in zo’n gesprek. Er ontstaat een lijn, zonder dat je vooraf een plan hebt. Zo ziet Kaufman scheppende kracht.”

“Mensen zijn meer dan een gril van de natuur. We zijn uitdrukking van de creativiteit in onze wereld en dragen er zelf ook aan bij. Godsdienst heeft mensen georiënteerd en een verhaal gegeven. De grote godsdiensten hebben de evolutie nooit in hun traditie opgenomen als thema. Daarom hebben de godsdiensten het nu zo moeilijk.”

God is een symbool van verbeelding maar geen illusie, benadrukt Benjamins. “Door onze creativiteit maakt Creativiteit zich bekend. Het woord God komt uit onze menselijk geest, maar die geest is groter dan onszelf.”

Poëzie

Na Kaufman staat Benjamins stil bij John Caputo (1940). “God gebeurt. God is een event, zegt Caputo. Dat kennen we ook van Hendrikse. Maar Caputo zegt dat God kan gebeuren in wat voorvalt. Op deze manier verhindert Caputo dat God met de wereld samenvalt.”

Benjamins: “Met het woord ‘God’ kun je niks beschrijven of analyseren; het woord is evocatief, het roept iets op. Het valt eerder onder poëzie dan onder wetenschap. In de naam van God bid je dat er iets gebeurt in de gebeurtenissen in de wereld. Het komt er op aan daarvoor open te staan.”

God laat zich volgens Caputo zien in ‘onmogelijke gebeurtenissen’, meent de hoogleraar. “Waarvoor we bidden, waarop we hopen, waar we om huilen. Het evangelie vraagt het onmogelijke. Vergeving is de spits van het onmogelijke dat gebeurt. Caputo zegt: ‘We weten niets van God behalve de naam. En alles aan God is belangrijk, behalve de naam’.”

Hier zit mystiek in, meent Benjamins. “Er ritselt een geheim dat je niet onder woorden kunt brengen. Wij moeten de ongedachte gebeurtenissen belichamen. Bestaat God? Caputo zegt dat God niet existeert maar insisteert. Met onze hulp kan Hij gebeuren.”

En Benjamins besluit: “Kaufman stelt het wereldbeeld en de creatieve kracht centraal, Caputo de gebeurtenissen in ons leven. Wij worden gevraagd om zelf creativiteit te belichamen en de gebeurtenis te belichamen en te herbergen. Zo opent het woord ‘God’ een andere kijk op de wereld en ons leven.”