Coverplaat_spelen_met_heilig_vuur_isbn_9789025903251_1_1370988002Onderstaande tekst – een bewerking en actualisering van een eerdere recensie van mijn hand in tijdschrift De Linker Wang – is gepubliceerd op Protestant.nu.

Naast instemming kreeg theoloog Ruard Ganzevoort veel kritiek op zijn essay ‘Spelen met heilig Vuur’. Vooral de ondertitel van Ganzevoorts essay riep veel reacties op: ‘Waarom de theologie haar claim op de waarheid moet opgeven’. Maar over welke waarheid gaat het dan? Ook in 2014 zal het debat doorgaan.

Grensoverschrijdend en prikkelend voor wie in hokjes denkt. Zo lees ik het essay. De maatschappelijke relevantie van de theologie staat volgens Ganzevoort op het spel. Veel theologen hanteren een geheimtaal die alleen nog voor een slinkende groep kerkgangers te volgen is. Wie het zo doet, voert een achterhoedegevecht, meent hij. Theologen zouden volgens hem ‘makelaars in levenswijsheid’ moeten zijn voor een breed en pluriform publiek. Zo’n houding kan mensen – met welke levensovertuiging dan ook – helpen te ontdekken hoe hun leven en de wereld beter en mooier kunnen worden.

Religieuze pluriformiteit is voor Ganzevoort het uitgangspunt, simpelweg omdat de maatschappij pluriform is. In alle religies kan iets van waarheid oplichten waarbij we volgens de auteur een beroep op geopenbaarde waarheid niet moeten zien als het eind van tegenspraak, maar als ‘uitdrukking van het geloof dat de wijsheid ons gegeven is en dat we dat niet zelf bedacht hebben’.

Voorbij levensbeschouwelijke waarheidsclaims van orthodoxe gelovigen of felle atheïsten, kunnen mensen zoeken naar wat authentiek en waarachtig is. Ganzevoort is in mijn ogen dan ook geen relativist. Wel is hij iemand die relativeert. Hij ziet graag ‘geloofsgemeenschappen die – gesteund door hun theologen – zich transformeren tot open, creatieve en gedreven beheerders die hun traditie als open source beschikbaar houden voor wie daar behoefte aan heeft.’

Betekent het omarmen van religieuze pluriformiteit en een theologie die levensbeschouwelijke scheidslijnen doorbreekt, het einde van een Christus belijdende kerk? Veel critici lijken daar bang voor te zijn. Ik vind dat onterecht. Het ging Jezus naar mijn overtuiging niet om het stichten van een nieuwe godsdienst: het christendom. Het ging hem wel om het ‘Koninkrijk van God’ waarbij geloofstradities juist gerelativeerd werden.

De eerste volgelingen van Jezus waren spiritueel op drift geraakt en relativeerden juist hun (joodse) religieuze identiteit met het oog op een nieuwe werkelijkheid van vrede en gerechtigheid voor alle mensen. Wat maakt Jezus eigenlijk tot Christus? Waarom krijgt de dood volgens de evangeliën uiteindelijk geen vat op Hem? Komt dat misschien door de sterk relativerende – en op humaniteit gerichte – gelijkenissen die hij vertelde? En wat heeft dit voor consequenties voor het belijden van het christelijk geloof en – in nauwe samenhang daarmee – voor de opdracht van de kerk in de wereld?

Kortom: voor welke waarheid kiezen we? En welke waarheid mag er wijken? Moet het christenen gaan om het veiligstellen en afbakenen van de eigen christelijke identiteit en metafysische waarheid, tegenover andere levensbeschouwingen? Of gaat het om het zoekend en tastend vormgeven van een betere wereld samen met alle mensen van goede wil, zoals Ganzevoort bepleit? De theologie maakt zich volgens mij relevant door zich juist aan dit laatste te verbinden.