De onroerende zaakbelasting (OZB) moet een grotere rol spelen om te komen tot een solidaire en rechtvaardige maatschappij. Deze gemeentelijke belasting heeft een sterk progressief karakter: hoe duurder iemands huis, hoe meer hij of zij moet afdragen. Misschien is het een nieuwe slogan waard: ‘OZB? Blij mee!’.

Van de gemiddelde gemeentebegroting zal straks 60 procent besteed worden aan zorg, welzijn en inkomen. Dit komt doordat vanaf 2015 veel taken die nu door het rijk worden uitgevoerd de verantwoordelijkheid worden van de gemeenten. Denk aan de nieuwe participatiewet, jeugdzorg en awbz-zorg thuis. Maar de gemeenten krijgen tegelijk veel minder budget voor deze taken. Dat heeft ernstige gevolgen voor  mensen in kwetsbare posities.

Op dit moment zijn veel lokale afdelingen van politieke partijen verkiezingsprogramma’s aan het schrijven. Zelf werk ik mee aan het programma van GroenLinks in Zwolle. Als gemeente moet je kritisch kijken naar je uitgaven maar ook naar je inkomsten. Gezien de grote verantwoordelijkheden die de gemeenten op hun bordje krijgen wat betreft zorg en inkomen, is het logisch dat dan ook de OZB in beeld komt.

Waar het rijk steeds minder uitgaat van het principe ‘de breedste schouders dragen de zwaarste lasten’, zullen gemeenten dat nu veel sterker moeten uitdragen. Natuurlijk staan gemeenten dichter bij de mensen en kunnen sommige dingen misschien effectiever en goedkoper. Ook particuliere initiatieven kunnen een rol spelen. Maar hiermee kunnen gemeenten een fatsoenlijk bestaan en eerlijke kansen voor een grote groep mensen nog niet voldoende garanderen. Er zullen zware klappen vallen, tenzij progressieve partijen op gemeentelijk niveau lef tonen. Beschouw de onroerende zaakbelasting daarom vooral als een solidariteitsheffing.

Of het een verstandige verkiezingsleus is, waag ik te betwijfelen. Maar voor politieke partijen die houden van eerlijk delen en gelijke kansen, moet de gedachte achter de slogan ‘OZB? Blij mee!’ toch als muziek in de oren klinken.