‘De koning is een koopje’ schreef econoom Paul Teule eerder deze week op Joop.nl over de kosten voor het koningshuis: naar schatting 110 miljoen euro per jaar. Door allerlei economische en psychologische effecten verdienen de uitgaven zichzelf dik terug, aldus de econoom. Maar daarmee is niet alles gezegd. Het gaat ook om redelijkheid en fatsoen.

Het persoonlijke jaarsalaris van Koning Willem-Alexander bedraagt 825.000 euro per jaar en dat van koningin Maxima 327.000 euro. De vraag is: wil het Nederlandse volk een koningspaar met een beloning van meer dan een miljoen euro per jaar, los van alle kosten die zij functioneel moeten maken?

De prijs van het hele koningshuis is inclusief de uitgaven aan beveiliging, staatsbezoeken en onderhoud van de staatspaleizen ongeveer 110 miljoen euro, zo maak ik op uit het artikel van Paul Teule. De econoom toont aan dat het koningshuis zichzelf dubbel en dwars terugverdient. Zo refereert hij aan de theorie van de ‘monarchiebonus’ van econoom Harry van Dalen. Deze econoom vergeleek monarchieën met andere staatsvormen en concludeerde dat koninkrijken het structureel beter doen. Monarchieën zouden daardoor per jaar een procent extra economische groei opbrengen: enkele miljarden euro’s.

“Uiteindelijk is de monarchie niet goed in geld uit te drukken,” concludeert Teule. “Maar puur economisch gezien lijkt de koning toch echt een koopje, of hij nu duurder is dan andere staatshoofden of niet.” Als econoom kijkt Teule naar de cijfers en maakt een kosten- en batenanalyse. Die valt positief uit, dus hebben we een koning voor een koopje.

Maar is dit nu het morele punt waarover zoveel mensen vallen? Over die 110 miljoen euro ben ik zelf in elk geval niet verontwaardigd. In dit bedrag zitten ook veel personeelskosten, dus inkomens voor anderen. Het zijn de functionele kosten van de monarchie. Het koningshuis biedt tientallen en misschien wel honderden mensen een vast salaris en levert via opdrachten aan bedrijven indirect ook veel anderen werk op. Misschien is een republiek wel slechter voor de werkgelegenheid.

Het probleem bestaat voor mij uit de privésalarissen van Willem-Alexander en Maxima: een bedrag van samen meer dan een miljoen euro per jaar. Dit bedrag geeft geen pas, zeker niet in tijden van crisis. Dit staat los van alle functionele kosten. De koning en koningin kunnen echt met minder toe, en zouden respect afdwingen als ze hierin het goede voorbeeld geven.

Tijdens het televisie-interview met het aanstaande koningspaar zei Willem-Alexander geen inspraak te hebben over hoeveel salaris hij krijgt. “Dat is niet aan ons om dat te beslissen.” Dat lijkt me genoeg reden voor ons parlement om de salarissen op een acceptabel niveau terug te brengen. Ik stel voor: voor zowel de koning als de koningin een salaris op de Balkenendenorm.

De ruim zes ton die jaarlijks overblijft kan de regering storten in de begroting van ontwikkelingssamenwerking, deelpost microfinanciering. Het maakt Maxima een stuk geloofwaardiger. Jarenlang zette Máxima zich namens de Verenigde Naties in voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en sinds 2007 maakt Máxima deel uit van de Raad voor de Microfinanciering.

De doelstellingen van het Nieuw Republikeins Genootschap zijn aan mij niet besteed. Ik vind ze een nogal hoge zuurgraad hebben. Persoonlijk geef ik het koningshuis het voordeel van de twijfel. Op 30 april trek ik liever een oranje t-shirt aan dan een witte zoals het genootschap propageert. Maar wat betreft het privésalaris van het koningspaar hebben de republikeinen beslist een punt.

De salariskwestie kan een prachtige aanleiding zijn om deze maand de toenemende sociale ongelijkheid in ons land en wereldwijd hoger op de maatschappelijke en politieke agenda te krijgen. Ik heb al een slogan: ‘Puissante beloning? Geen kroning!’ Met in Amsterdam een massale vreedzame optocht tegen de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Geschreven voor opiniesite Joop.nl en daar ook gepubliceerd.