In onze woonkamer hangt een aquarel aan de muur. Donkere wolken vullen het beeld. Met moeite dringt aan de rand van de wolken het licht door. Bescheiden maar niet te stuiten. ‘Licht breekt door’ heet het schilderij. Ik kreeg het van mijn vriend Harry. Na zijn overlijden verhuisde het schilderij van zijn huis naar het onze.

De aquarel had voor Harry – en heeft voor mij – alles te maken met Pasen. De overwinning van het licht, de opstanding uit de dood, krijgt pas betekenis als we ervaren en beseffen hoe donker het leven is of kan zijn, voor jezelf of voor een ander. Wat dat betreft is de heidense Paashaas maar een oppervlakkige spring-in-het-veld. De Bijbel vertelt ons geen miraculeus verhaal dat moet imponeren, maar een verhaal met doorleefde diepgang dat troost kan bieden.

Doopsgezind predikant Henk Leegte zei enkele jaren geleden in dagblad Trouw over Pasen: “Ja, er is licht aan het einde van de tunnel, hoe donker ook. Het kwaad en de dood hebben niet het laatste woord. Maar het licht is niet los verkrijgbaar, je moet door het donker heen. Je kunt pijn, verdriet en angst niet ontkennen, je moet het durven ervaren en aanvaarden. Pasen bestaat niet zonder Goede Vrijdag. Als je dat wel wilt, dan wordt het een vreemd soort halleluja.”

”Pasen gaat over een vorm van leven die door de dood heen is gegaan, waar de dood geen grip op heeft.” Dat zei de rooms-katholieke bisschop Gerard de Korte in datzelfde krantenartikel. “Dat is geheimvol, we kunnen het ons nauwelijks voorstellen. Het is stotteren en stamelen (…). Voor mij is Pasen het feest van hoop op leven, ondanks alles.”

Pasen is voor mij niet zozeer de triomf van het christendom of van de kerk. Ook is Pasen voor mij niet een miraculeuze en eenmalige uitzondering op de natuurkrachten die plaats vond in het jaar 33 van onze jaartelling. God heeft Jezus opgewekt, zo gaat het verhaal. De essentie daarvan kun je niet objectief of fotografisch vastleggen. Ik ervaar de essentie bijvoorbeeld in een aquarel.

Pasen is de verhoging van wie gekleineerd wordt, troost voor wie getart wordt, belofte voor wie niet meer geloven kan, verlossing voor wie zich verloren waant, en hoop voor wie de wanhoop nabij is. ‘Ik zal er zijn’, wordt Hij genoemd. Hoe donker de hemel ook is.

Deze column verscheen begin maart in het Zwolse protestantse kerkblad ‘Gaandeweg’. Deze week is het precies vijf jaar geleden dat mijn vriend Harry Lodenstein (1938-2008), die ik in deze column noem, overleed. Vorige week, op 18 maart, overleed mijn schoonmoeder Rennie Nijmeijer-Pathuis (1948-2013) wat deze tekst voor mij weer in een nieuw licht plaatst.