wapperende vlagNooit eerder had ik op 31 januari – de verjaardag van Koningin Beatrix – de nationale driekleur uitgestoken. Dit jaar deed ik dat wel. Het was kort nadat Beatrix bekend maakte te stoppen als staatshoofd. Van de wapperende vlag aan de voorgevel van ons huis maakte ik een foto die ik plaatste op Facebook. Dat leverde een groot aantal ‘vind-ik-leuks’ op. De wimpel was ik vergeten, schreef iemand. Tja, mijn spontane Oranjeliefde bleef toch wat improviseren, zo antwoordde ik.

Later reageerde een goede bekende: ‘Leve de republiek’. Driftig raakten we op Facebook in discussie. Omdat zij – zoals ikzelf – in de christelijke geloofstraditie staat, schreef ze: ‘Toch blijf ik mijn bedenkingen houden. In welk Koninkrijk willen we leven?’ Ze schreef over de enorme financiële rijkdom van het Koningshuis en over het systeem van erfelijke troonopvolging dat haaks staat op onze moderne democratische inzichten.

‘In welk Koninkrijk willen we leven?’ Ja, die vraag bleef bij mij hangen. Ik reageerde dat we niet de illusie moeten hebben dat we met een republiek als staatsvorm het ‘koninkrijk der hemelen’ ineens dichterbij zouden kunnen brengen. En Willem Alexander en Maxima houden zich toch bezig met maatschappelijk relevante issues, zoals duurzaamheid en ontwikkelingssamenwerking? Waar een groot deel van de Nederlandse bevolking zich achter de dijken verschuilt, hebben zij oog voor migranten, internationale samenwerking en mondiale vraagstukken.

De constitutionele monarchie houdt bestaansrecht voor mij. Niet alleen als een waardevolle traditie en een symbool van onze nationale geschiedenis. Het geeft ook glans aan Nederland als een open, rechtvaardige en vooruitstrevende natie. Tot de blind religieuze volgelingen van het Koningshuis behoor ik niet. Zoals ChristenUnie en SGP onlangs nog pleitten voor een demonstratieverbod als het gaat om protesten tegen de monarchie. Met God, Nederland en Oranje valt kennelijk nog steeds niet te spotten. Deze sacralisering van de constitutionele monarchie staat haaks op de uitgangspunten van onze democratische rechtsstaat. En voor mijzelf staat het ook haaks op een nuchter en waakzaam – zeg maar een gezond protestants – geloof.

“Ik ben u diep dankbaar voor het vertrouwen dat u mij heeft gegeven in de vele mooie jaren waarin ik uw koningin mocht zijn.” Dit zijn de slotwoorden uit de toespraak waarmee de Koningin op 28 januari bekendmaakte afstand te doen van de troon. Ze dankt ons dat ze onze koningin “mocht zijn”. Koningin Beatrix ziet haar koningschap – in elk geval achteraf – als iets dat op haar weg kwam, als een geschenk. Van wie? Het antwoord op deze vraag is een existentiële en kan een religieuze betekenis krijgen. Het ligt voor de hand dat de Koningin dat zo ervaart. De Oranjes staan in een traditie van dienstbaar koningschap. 

Maar dat ‘dienstbaar koningschap’ mag van mij anno 2013 wel wat scherper ingevuld worden. Met bijvoorbeeld meer koninklijke aandacht voor de groeiende sociale tweedeling in onze eigen Nederlandse maatschappij. Meer transparantie over de eigen inkomsten en uitgaven van de Oranjes past daar goed bij, zeker als het om belastinggeld gaat. Prinses Maxima is VN-adviseur Microkrediet: voor kredietverlening aan ondernemende mensen in derde wereldlanden. Dat is prachtig. Maar hoe staat de groeiende armoede in ons eigen land in relatie tot de levensstijl van de Oranjes? En kan het spirituele pacifisme van Koningin Juliana misschien weer wat vleugels krijgen door een echt koninklijke inzet die de wereldwijde miljardenhandel in oorlogswapentuig ombuigt in een economie die meer gericht is op ontwikkeling, vrede en geweldloosheid?

Heilig en onaantastbaar is voor mij uitsluitend datgene, of diegene, waar de dienstbaarheid van de Koning zich op richt – of zich op zou moeten richten. Voor mij wordt datgene – heel aards gezegd – gevormd door alle menselijke krachten die zich inzetten voor datgene wat echt van waarde en vaak weerloos is. Misschien had zonder prinses Maxima’s betrokkenheid bij microfinanciering, de vlag op de voorgevel van ons huis niet zo uitbundig gewapperd. Want in al dat enthousiasme voor de nieuwe koning dat de komende tijd losbarst, is voor mij uiteindelijk de vraag relevant: in welk Koninkrijk willen we leven?     

Deze tekst schreef ik voor www.protestant.nu en is daar ook gepubliceerd.