Mensen uit de geloofsgemeenschap waartoe ik behoor (www.oosterkerk.nl) hebben een dagboekje geschreven voor de 40-dagentijd, de tijd van inkeer en reflectie tot aan Pasen. Dit jaar deden alle auteurs dat in de vorm van een brief. Zelf schreef ik een brief aan Jezus, naar aanleiding van het bijbelgedeelte over Jezus die door de duivel op de proef wordt gesteld (Lucas 4 : 1 – 13).

Lieve Heer,

Ooit werd u zwaar op de proef gesteld, zo gaat het verhaal. Veertig dagen lang in de woestijn. U was hongerig en verzwakt. En de duivel haalde alles uit de kast. Het was een enorme verzoeking voor u, zo begrijp ik. Mag ik daaruit opmaken dat niets menselijks u vreemd was?

Wanneer u als een onaantastbare godheid op aarde had rond gewandeld, was het immers een koud kunstje geweest. Maar dat was het niet! Toch doorstond u de langdurige en heftige beproeving. U koos niet voor macht en prestige, maar voor radicale dienstbaarheid.

Dit verhaal bevestigt naar mijn idee de geruchten die al snel rond gingen: u bent zeer diep verwant met de bevrijdende God van dat kleine nomadenvolk Israël. Die vreemde god die een Bondgenoot van mensen wil zijn. Hij die mensen redt en bevrijdt en kiest voor de kleinen en verdrukten.

Al die hoogheidtitels in de Bijbel over u zoals ‘Heer’, ‘Verlosser’, ‘Zoon van God’, mag ik die pas begrijpen in het licht van de weg die u gegaan bent? Geen hoge titels omdat u of de Vader religieuze exclusiviteit wilde claimen, maar omdat u koste wat kost vasthield aan liefde, gerechtigheid, humaniteit en compassie. Een weg door het donker naar het licht. Mag ik geloven dat u juist en uitsluitend om deze reden in de Bijbel ‘de weg, de waarheid en het leven’ genoemd wordt?

Met vriendelijke groet,

Theo Brand