rechts_420x273Zelfverzekerd en met elan voert het CDA oppositie, schrijft Trouw (13 februari). De redactie van deze krant schroomt niet om de ontwikkelingen binnen de partij positief te duiden. Dat is terecht omdat de christen-democraten erin slagen een redelijk herkenbaar verhaal neer te zetten. Het CDA ontwikkelt zich verder als centrumrechtse oppositiepartij en verovert daarmee op langere termijn terrein terug op de VVD. Maar daarmee wordt het CDA nog niet de bestuurlijke middenpartij van voorheen. En voor het aantrekken van centrumlinkse kiezers lijkt het CDA al helemaal geen moeite meer te doen. De aansluiting met PvdA en GroenLinks lijkt verder weg dan ooit.

Het CDA verzet zich tegen plannen die van bovenaf worden opgelegd zoals de woningbouwplannen van minister Blok of het plan voor een superprovincie van minister Plasterk. De christen-democraten staan relatief sterk tegenover dit Paarse kabinet met hun ideeën over gespreide verantwoordelijkheid die geworteld zijn in het christelijk-sociaal denken. Redeneer niet vanuit een topdown-structuur maar leg alle sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheden zo laag mogelijk neer. De samenleving van actieve burgers staat voor het CDA centraal, naast de werking van de vrije markt en de beschermende verantwoordelijkheden van de staat.

Ook de kritiek op de Europese Unie kan in dit licht worden gezien. Het CDA is weliswaar pro-Europees maar schroomt niet om kritische kanttekeningen te plaatsen zodra wetgevende verantwoordelijkheden op een – althans volgens de christen-democraten – te hoog niveau worden gelegd. Maar waarom zouden regels over zwangerschapsverlof en persvrijheid niet op Europees niveau geregeld kunnen worden? Onder de vlag van het christelijk-sociaal gedachtegoed lijkt het CDA zich nu vooral als een conservatief politieke beweging te profileren.

Tegelijk kiest het CDA er bewust voor om zich niet te vereenzelvigen met thema’s als duurzaamheid, mensenrechten, de nadelige effecten van marktwerking in de zorg en de zeer forse ingrepen in de WW. Wat betreft mensenrechten en het  vluchtelingenbeleid zou het CDA bijvoorbeeld de vrijwilligers van de Vluchtkerk in Amsterdam of Den Haag een hart onder de riem kunnen steken. Hier komen christenen op voor het lot van uitgeprocedeerde asielzoekers die tussen wal en schip vallen. Maar zo’n keuze past niet binnen de strategie van de CDA-Tweede Kamerfractie die eerder de electorale concurrentie op de rechterflank op het oog heeft.

Verder zou een keuze voor duurzame ontwikkeling een groot deel van de agrariërs die traditiegetrouw vaak op het CDA stemmen, van de partij vervreemden. En kritiek op de forse ingrepen in de WW, die een groot aantal vooral oudere werkzoekenden hard zullen raken, kunnen de christen-democraten zich niet permitteren. De relatie met het CNV zou weliswaar beter worden, maar omdat de partij deze maatregelen zelf in gang heeft gezet, zou dat de partij ongeloofwaardig maken.  

Doordat het CDA zich juist niet profileert op groene, sociale en mensenrechtenthema’s, krijgt de partij een helder profiel. Namelijk dat van een centrumrechtse partij die op de kiezersmarkt vooral vreest voor concurrentie van VVD en PVV. Misschien is dat wel de eerste stap om weer een grotere politieke factor te worden. Maar tijdens deze marsroute zal de partij veel andere, meer centrumlinks georiënteerde kiezers van zich vervreemden. Het behalen van het einddoel, namelijk een rol spelen als bestuurspartij in het centrum van de macht, wordt daarmee juist lastiger. En voor partijen als PvdA en GroenLinks wordt het CDA een steeds minder voor de hand liggende samenwerkingspartner.