voorpagina ADKoningin Beatrix zal op 30 april van dit jaar plaats maken voor Koning Willem-Alexander. Een historisch moment dat niettemin vragen oproept. Is de constitutionele monarchie nog wel van deze tijd? Is het geen achterhaald principe dat op basis van erfelijke opvolging vastligt wie het nieuwe staatshoofd van Nederland wordt? Het zijn vragen die naar mijn smaak terecht zijn. Zeker omdat het koningschap in Nederland niet louter ceremonieel van karakter is.

“Ik ben u diep dankbaar voor het vertrouwen dat u mij heeft gegeven in de vele mooie jaren waarin ik uw koningin mocht zijn.” Dit zijn de allerlaatste woorden uit de toespraak die onze Koningin op 28 januari hield, waarin ze bekend maakte dat ze afstand doet van de troon en het koningschap overdraagt aan haar oudste zoon. Ik vind het eerlijk gezegd een bijzondere slotzin van een indrukwekkende toespraak die mij prikkelt tot nadere duiding.

De Koningin spreekt haar dank uit voor het vertrouwen dat wij haar gaven. Koningin Beatrix lijkt daarmee aan te geven dat in onze moderne tijd de constitutionele monarchie uitsluitend kan blijven bestaan als er voldoende maatschappelijk draagvlak is. Daarin spreekt bescheidenheid door en ook een besef van dienstbaarheid. Het ging haar niet om haarzelf, maar om het naar eer en geweten waarmaken van wat op haar weg kwam.

Ze dankt ons in de slotzin van haar toespraak voor de vele mooie jaren waarin ze onze koningin “mocht zijn” – en dus niet alleen maar “was”. Koningin Beatrix ziet haar koningschap – in elk geval achteraf – als een geschenk, als iets dat op haar weg kwam, als iets wat ze mocht doen. Van wie? Het antwoord op deze vraag kan in existentiële zin geduid worden en op die manier een religieuze betekenis krijgen. Het zou mij niet verbazen als de Koningin dat zo ervaart. De Oranjes staan in een traditie van dienstbaar koningschap. 

De slotwoorden “waarin ik uw koningin mocht zijn” kunnen er ook op duiden dat de Koningin zich bewust is dat de monarchie sinds de jaren zestig van de vorige eeuw niet zomaar mag uitgaan van een vanzelfsprekend gezag. De emancipatie van de bevolking heeft er aan bijgedragen dat gezag blijvend waargemaakt moet worden en principieel wat anders is dan macht. Overigens sluit ook dát aan bij dienstbaar koningschap. 

Volgens de diverse oud-premiers die met Koningin Beatrix hebben samengewerkt en nu op radio en televisie verschijnen, hield zij mensen scherp, dacht ze kritisch mee, was zij een uitstekende ‘sparring partner’. Omdat ze zichzelf zo interessant of belangrijk vond? Dat lijkt me een grove misvatting. Dit deed ze omdat ze haar rol als staatshoofd zo goed mogelijk wilde vervullen in het algemeen belang.

De aanstaande koning en koningin, Willem Alexander en Maxima, houden zich bezig met allerlei maatschappelijk relevante issues zoals duurzaamheid, watermanagement, kunst en cultuur en ontwikkelingssamenwerking. Waar een groot deel van de bevolking zich achter de dijken verschuilt, hebben zij oog voor grensverleggers, migranten, internationale samenwerking en mondiale vraagstukken. Het bevestigt wat mij betreft het gezag van het Huis van Oranje.

Koningin Beatrix, prins Willem Alexander en prinses Maxima beseffen dat de komst van de vader van prinses Maxima, Jorge Zorreguieta, bij de inhuldiging op 30 april, beslist niet past bij hun identiteit en imago. Het zal pijn doen, maar niet zoveel pijn als de autoritaire Argentijnse president Videla zijn onderdanen aandeed, de dictator die Zorreguieta als minister van landbouw in zijn regeringsploeg had zitten. 

De afwezigheid van Jorge Zorreguieta op 30 april – en eerder ook bij het huwelijk van Willem Alexander en Maxima – is het bewijs dat het Huis van Oranje beseft dat zijn gezag niet vanzelfsprekend is. En naar mijn idee ook dat het Huis van Oranje staat voor een hoge publieke moraal die persoonlijke gevoelens – hoe vervelend ook – overstijgt.

Het handhaven van een constitutionele monarchie met erfelijke troonopvolging in Nederland spreekt niet vanzelf. Het vraagt om tact en gewetensvol handelen. Zolang de Oranjes daarin slagen, het toonbeeld zijn van dienstbaarheid en authentiek moreel gezag, en bovendien enthousiasme oproepen onder de bevolking, houdt de constitutionele monarchie bestaansrecht. Niet alleen als een waardevolle traditie en een symbool van onze nationale geschiedenis. Het geeft ook glans aan Nederland als een open, rechtvaardige en vooruitstrevende natie.

Wat mij betreft blijft dit de ultieme paradox der Lage Landen. Zolang Koning Willem Alexander het opgebouwde gezag tenminste blijft waarmaken. Want niets is voor altijd in beton gegoten, voeg ik daar voor de zekerheid aan toe.