Dit artikel is gepubliceerd in tijdschrift VolZin, 26 oktober 2012. Zie www.volzin.nu.

GroenLinks richt zich op het grote geheel. Duurzaamheid is een kernwaarde. Het maakte de partij tot een vernieuwende en voor sommigen zelfs spirituele politieke factor. Totdat GroenLinks deze zomer het decor werd van intriges, wantrouwen en ellebogen. Ideaal en realiteit botsten radicaal. Als GroenLinks zich bezint, ziet het dat politiek met compassie de weg vooruit is, betoogt Theo Brand, actief in GroenLinks en redacteur van het tijdschrift De Linker Wang.

‘Knokken voor wat kwetsbaar is’ was enkele jaren geleden de leus van GroenLinks. Dit jaar was de partijslogan ‘Zin in de toekomst’. Maar veel kandidaat-Kamerleden dachten vooral aan hun eigen toekomst en knokten voor een hogere plaats op de lijst.

Tofik Dibi vocht zelfs om het partijleiderschap, tegen democratisch gemaakte afspraken in. En na de verkiezingsnederlaag van deze zomer – GroenLinks viel terug van tien naar vier kamerzetels – werd partijleider Jolande Sap knock-out geslagen door een zelfbenoemde partijtop.

Het getuigt van zoete ironie dat Bram van Ojik min of meer tegen wil en dank nu   fractievoorzitter is. “Ik was al blij dat ik door de kandidatencommissie op plek twee was gezet,” vertrouwde hij een journalist toe vlak nadat zijn fractiegenoten hem als voorzitter hadden aangewezen. Juist zo’n dienstbare houding bevestigt zijn gezag en kan GroenLinks er langzaam maar zeker bovenop helpen. Natuurlijk in combinatie met een gezonde dosis strijdbaarheid.

Onder invloed van met name Femke Halsema heeft GroenLinks waarden als individualisme en nonconformisme omarmd. Dat past ook wel bij het libertijnse karakter van GroenLinks dat vooral zijn wortels heeft in de PPR. Maar pleidooien voor de versterking van de civiele samenleving en gemeenschapszin werden door Halsema vaak als conservatief terzijde geschoven.

GroenLinks kenmerkt zich van oudsher door optimisme en vrijzinnigheid, geworteld in gezamenlijk gedragen idealen rond sociale gerechtigheid, duurzaamheid en vrede. Wat mensen beweegt, bezielt en drijft is daarbij belangrijk als sociaal-maatschappelijk en spiritueel kapitaal. Omarm daarom, zegt GroenLinks, de civiele samenleving van veelkleurig en veelzijdig geïnspireerde burgers. Zo wordt progressieve en groene politiek op termijn verwezenlijkt.

De politieke paradox is dat sociale vrijheid als doel, middelen nodig heeft die de persoonlijke vrijheid juist begrenzen. Mensen zijn – hoe vrijgevochten ook – op elkaar aangewezen. En juist waar het individu ervaart deel uit te maken van een groter geheel, ontstaat draagvlak voor georganiseerde solidariteit.     

Neem bijvoorbeeld de nationale belastingheffing als collectief instrument. Dat wij 37 tot 52 procent belasting betalen over ons inkomen, vinden de meeste mensen normaal. Het maakt voorzieningen mogelijk die we allemaal nodig hebben, maar die daarnaast ook mensen in achterstandsposities helpen om zich te redden of te ontwikkelen. Het leidt tot een ontspannen samenleving op basis van compassie. Toch is belastingheffing een forse inbreuk op onze vrijheid. Maar we nemen deze collectieve vrijheidsbeperking, gezien alle maatschappelijke voordelen, graag op de koop toe.

Naast vrijheid en gelijkheid mag GroenLinks het derde principe van de Franse Revolutie daarom niet vergeten: broederschap. Broederschap wordt in linkse kringen doorgaans vertaald met het begrip solidariteit. Dat woord is weliswaar inclusiever en daarmee vrouwvriendelijk, maar ook eenzijdig. Solidariteit is collectief georganiseerd en wordt in een vrije samenleving alleen gelegitimeerd door maatschappelijk draagvlak. Dit draagvlak is juist geworteld in concrete zorg en aandacht voor elkaar. Daarom is het goed om het klassieke begrip broederschap niet alleen te vertalen met solidariteit maar ook met begrippen als liefde en compassie. 

De overtuiging dat mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar en voor het milieu ontdekken ze vaak in onderlinge afhankelijkheid. Thuis, op school, in vrijwilligersorganisaties, in clubs of in levensbeschouwelijk verband groeit  een besef van zorg voor elkaar, de buurt en  de aarde. Daarbij passen geen al te overdreven verwachtingen van de staat, maar een intelligent samenspel van civiele samenleving, staat en markt. Zowel overheid als burgers dragen hun eigen verantwoordelijkheden. Zo blijft GroenLinks de natuurlijke bondgenoot van duurzame initiatieven van onderop, zoals burgers die hun eigen duurzame energiebedrijf opzetten of stadslandbouw ontwikkelen.

GroenLinks moet terug naar de wortels. De partij is van oudsher méér is dan een mix van socialisme en liberalisme. De voorlopers van de partij kenmerkten zich door radicaliteit die geworteld is in een grote betrokkenheid bij alles wat leeft. Denk aan het pacifisme, de Derde Wereldbeweging en een ecologisch bewustzijn. Geen platte belangenbehartiging maar radicaal en belangenoverstijgend durven denken.

Politiek met compassie dus, zoals De Linker Wang – de religiewerkgroep van GroenLinks –  als motto hanteert. Overigens gebeurde dit al voordat theologe Jacobine Geel het CDA probeerde warm te krijgen voor ‘compassie’. Die poging leidde tot weerstanden binnen de conservatieve hoofdstroom van die partij. Compassie past naar mijn idee dan ook beter bij een partij als GroenLinks.

Compassie geeft niet alleen richting aan het politieke programma. Het inspireert ook hoe mensen in de partij met elkaar omgaan en hoe ze bijvoorbeeld over politieke tegenstanders praten. Compassie is een houding die vooraf gaat aan kernwaarden als solidariteit en emancipatie. Het bepaalt mensen bij de overtuiging dat ’het persoonlijke politiek is’. Het gaat om de verbondenheid van jezelf met andere mensen en alles wat leeft, voorbij kortzichtig eigenbelang.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen met deze boodschap publiceerde ik regelmatig. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Bovendien plaatsen religie en spiritualiteit menselijke autonomie in een verfrissend nieuw daglicht. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn over godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht en werkt niet zelden behoudend.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Nieuws over autoritaire bisschoppen, seksueel geweld in de kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele seculiere wereldbeeld.

Ik heb echter geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn. Binnen GroenLinks is het soms een opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk. Godsdienst was en is vaak een bron van compassie.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen clichés om bijstelling. Een seculiere meerderheid mag niet dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Bij het realiserenvan die idealen kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam zijn.

Voor GroenLinks tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar evenzeer tellen respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren die geen onderscheid meer maakt tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur. Dat vraagt om evenwichtskunst die GroenLinks-politici met hun mediaoptredens niet altijd even goed voor het voetlicht brengen.

Gelukkig bestaan er binnen GroenLinks grote aarzelingen over een verbod op onverdoofd ritueel slachten en groeit er draagvlak voor het idee van een convenant waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, met pas als eventueel sluitstuk wetgeving.

GroenLinks maakt zich verder sterk voor het stopzetten van het aannemen van nieuwe weigerambtenaren. Maar waarom zegt GroenLinks daar niet nadrukkelijk bij dat de partij coulant wil omgaan met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen? Zij mogen hun werk afmaken, terwijl directe collega’s zorgen dat ook homostellen kunnen trouwen. Compassie dus, zonder geweld te doen aan je vrijzinnige idealen.

GroenLinks wordt daar evenwichtiger van. Misschien scoor je daar wat moeilijker mee in de media die gericht zijn op soundbites en heldere tegenstellingen. Journalisten willen graag ellebogen zien. Maar uiteindelijk waarderen mensen dat je als partij de nuance zoekt, compassie toont en een milde toon aanslaat jegens andersdenkenden. Ook dat kan een bewuste en radicale keuze zijn.

Tegelijk moet GroenLinks trouw blijven aan zijn idealen en principes. De steun aan een zogeheten politiemissie in de Afghaanse provincie Kunduz werd vooral ingegeven door de behoefte om door VVD, CDA en PvdA serieus genomen te worden. Resultaat was dat ook GroenLinks partij is geworden in een burgeroorlog. Hardop droomde GroenLinks als ‘ideeënpartij op zoek naar macht’ over regeringsverantwoordelijkheid. Begrijpelijk omdat zusterpartijen elders in Europa soms al meeregeerden. Maar het maakte de partij kwetsbaar en ideologisch chantabel.

Zwaarwegende compromissen moet GroenLinks niet op voorhand sluiten maar alleen als de partij inmiddels aan tafel zit als regeringspartij. Want alleen dan is er ook echt serieus wisselgeld. Hoe groots de idealen ook zijn, het blijft politiek. Maar het moet wel politiek zijn met zoveel mogelijk compassie.