Hoe kon het nu zo ontzettend mis gaan binnen GroenLinks? Waar ligt de oorzaak? Ik denk dat we terug moeten naar december 2010. Femke Halsema kwam met het nieuws dat ze ging stoppen als Tweede Kamerlid en partijleider. In haar souvereiniteit – volgens sommige partijleden vertoonde ze al een poosje ‘koninginnegedrag’ – koos Halsema zelf haar opvolgster uit: Jolande Sap. De media-aandacht bevestigde het beeld van een afzwaaiende koningin en een welhaast erfelijke troonopvolging.

Daar liepen ze samen door de sneeuw. Allebei gehuld in een donkere jas met daaronder modieuze laarzen. De historisch aandoende foto sierde de voorpagina van menige krant. Maar was de keuze van Koningin Femke ook de keuze van de Tweede Kamerfractie? En was het ook de keuze van het partijcongres en de partijleden?

Ik denk dat Jolande Sap als partijleider best de primaire en spontane keuze van de Tweede Kamerfractie en van het partijcongres geweest had kunnen zijn. Al gauw bleek Sap bij veel leden vertrouwen te genieten. Dit werd bevestigd toen ze in de strijd met Tofik Dibi om het lijsttrekkerschap steun kreeg van maar liefst 85 procent van de stemmende partijleden. Ook buiten de partij oogstte Sap bewondering en respect met onder meer het Lenteakkoord.

Maar hoe werd de leiderschapswissel beleefd binnen de Tweede Kamerfractie? Hoe is het om als collega-parlementariër voor een voldongen feit te komen staan? Waarom benoemde Koningin Femke haar eigen kroonprinses? Waarom niet samen een nieuwe fractievoorzitter aanwijzen? Oké, dacht Tofik Dibi. Zolang Jolande maar fractievoorzitter blijft en de partij bij de komende verkiezingen in alle openheid een nieuwe partijleider kan kiezen… maar dat werd lastig. De rest van het verhaal mag als bekend worden verondersteld. 

Ik hoop dat de Commissie Van Es, die onderzoek doet naar de verkiezingsnederlaag van GroenLinks, de gang van zaken rond de leiderschapswisseling van eind 2010 nadrukkelijk meeneemt in zijn analyses. Ik heb de stellige indruk dat hier een belangrijke oorzaak ligt van de ontstane problemen. Niet omdat Sap een slechte fractievoorzitter en partijleider was. Allerminst. Wel omdat afzwaaiend partijleider Halsema zo sterk domineerde en blijkbaar de koers vrijwel autonoom bepaalde.

Deze ondemocratische manier van doen speelde ook het afgelopen weekeinde een rol bij de val van Jolande Sap. Partijvoorzitter Heleen Weening heeft zich op sleeptouw laten nemen door een informeel clubje invloedrijke partijleden. Het leidde tot de val van Sap én – vanwege de voor partijleden niet te pruimen schimmigheid – ook tot de val van het complete partijbestuur.

De macht moet weer bij het partijcongres komen te liggen. En bij het tussentijds opstappen van een partijleider verdient het aanwijzen van een opvolger openheid, tijd, transparantie en zorgvuldigheid. Wijsheid en compassie ten opzichte van elkaar dienen hierbij leidend te zijn.

Bram van Ojik lijkt me een prima fractievoorzitter. Maar GroenLinks zou de fout van december 2010 herhalen om – hoe keurig geaccordeerd ook door het partijcongres – van de nieuwe fractievoorzitter meteen ook de nieuwe partijleider te maken. Neem de tijd om in alle openheid te zoeken naar een voorman of voorvrouw met voor leden de keuze uit meerdere kandidaten.

De partijleden van GroenLinks moeten in 2013 kunnen kiezen uit tenminste drie kandidaten die aan elkaar gewaagd zijn. Mocht de nieuw gekozen partijleider van buiten de Tweede Kamerfractie komen, dan dient het laagst geplaatste Kamerlid zijn of haar zetel ter beschikking te stellen met de inspanningsverplichting van partijbestuur en fractie om mee te helpen bij het vinden van een passende nieuwe betrekking. 

Het lijkt me heel verstandig om deze procedure democratisch vast te stellen op het volgende partijcongres en goed terug te koppelen aan alle betrokkenen voordat de pleuris opnieuw uitbreekt. Want wie als parlementariër door het volk gekozen is, hoeft zijn of haar zetel niet af te staan. En de eerstvolgende kandidaat op de lijst mag formeel zijn of haar zetel opeisen. Veel zal daarom afhangen van ego-overstijgende dienstbaarheid en goodwill. Maar daaraan lijkt het binnen de landelijke partijtop nu juist zo schrijnend te ontbreken.