Als jongetje van een jaar of acht luisterde ik al aandachtig naar de preken van onze dominee. Twee keer per zondag gingen we naar de kerk. Dit alles volgens een logica die gelijk stond aan de dagelijkse zonsopgang en zonsondergang. ’s Morgens was er meestal kindernevendienst, maar niet altijd. En ’s avonds werd de christelijke (gereformeerde!) geloofsleer uit de doeken gedaan aan de hand van de Heidelberger Catechismus.

Mijn leven lang heb ik slechte maar ook goede preken gehoord. Vroeger was ik me daar minder van bewust dan nu. Vandaag kan ik kiezen naar welke kerk ik ga en tot op zekere hoogte naar welke dominee ik luister. Die keuzevrijheid is mij veel waard.

Als ik probeer terug te kijken, herinner ik me preken waar dominees in herhaling vielen: waarin ze hetzelfde nog eens in andere woorden zeiden. Zo kwam de dominee tenminste aan de dertig minuten die hij aan het woord moest zijn. Anders liep hij imagoschade op. Hij kwam dan te boek te staan als lichtvoetig of frivool. Maar boeiender werd de preek er beslist niet van.

Ook kan ik me dominees herinneren die altijd weer uitkwamen bij het verlossend bloed van Christus. Nu geloof ik nog steeds dat dit een kernpunt is van het christelijk geloof, maar eerder als een ‘geheim’ dat je kunt delen in het ritueel van het avondmaal: met brood en wijn. Woorden schieten tekort. Daarbij is ‘zonde’ meer dan alleen schuld, maar ook de ellende die jou en anderen overkomt. Verzoening door Christus is niet een waarheid die je in je broekzak stopt, of een geruststelling (‘met deze dominee zit het wel snor’) op basis waarvan je de wereldbevolking opdeelt in bokken en schapen. Als ik naar de Bijbel luister, hoor ik uiteindelijk een ander verhaal dat voor mij pas écht bevrijdend is.

Toch werd ik ook geraakt door preken die ik hoorde in de Christelijke Gereformeerde Kerk waarin ik opgroeide. Zo was er een dominee die preekte dat ik – ook als kleine jongen – belangrijk was. Dat triggerde mij. Niet alleen die mannen in zwarte pakken op de eerste rij – de ouderlingen – waren belangrijk maar ook ik zelf deed er toe! Niet zozeer om wie ik was, maar omdat God een plan met mij had (en heeft). Hij wil me inschakelen in de realisatie van zijn Koninkrijk. Welke keuzes maak ik? Hoe zet ik mij in? Zo voelde ik mij serieus genomen. En meer dan dat: ik werd geraakt en kwam in actie.

Inmiddels ben ik al lange tijd lid van de Protestantse Kerk omdat ik als student meer geloofsruimte zocht. Ik koos niet voor Bonders of Confessionelen – dat leek immers te veel op waar ik vandaan kwam – maar voor het Samen op Weg-gebeuren wat je nu gemakshalve het ‘centrumlinks’ van de Protestantse Kerk zou kunnen noemen. Ook hier heb ik slechte preken gehoord. Worstelende dominees voor wie het Paasfeest een onoplosbare puzzel leek, die tobden met dogma’s en de ontkerkelijking. Of dominees die een knappe maar puur rationele verhandeling hielden. Nice to know, maar wat moet ik ermee?

Op dit moment luister ik in mijn kerk meestal naar predikanten met bezielende preken die ruimte scheppen. Voorbij het getob of iets wat in de Bijbel staat echt gebeurd is of niet. Voorbij fixaties op bepaalde dogma’s. Nee: lees wat er in de Bijbel staat en laat je meenemen en raken. En zo kan een verhaal uit het Oude Testament ons al bij de kern brengen: plotseling wordt in een verhaal waarin ik mijn eigen leven kan spiegelen, het Levensmysterie – God de Levende – zichtbaar. Mijn angst verandert in hoop, gevoelens van zinloosheid maken plaats voor zin en kracht. Afgestomptheid maakt plaats voor inspiratie.

Predikanten doen er verstandig aan om politieke stellingnames achterwege te laten. Waar mijn geweten wordt aangesproken en waar het Koninkrijk Gods verkondigd wordt, kom ik toch wel op een bepaald spoor. Een spoor waar mensen omzien naar elkaar en niet kiezen voor louter eigenbelang, waar zij zich niet verliezen in nationalisme en xenofobie, waar zij naar vrede en compassie willen zoeken op klein en groter niveau, en waar zij ook bewuster omgaan met de schepping. Kerkgangers hebben dan aan een half woord genoeg en kunnen vanuit hun eigen context en achtergrond vervolgens hun keuzes maken. Maar predikanten moeten niet nalaten dit halve, subtiele (en soms minder subtiele), maar bovenal cruciale woord te spreken.

Goede predikanten zijn er gelukkig en ik laat me graag door hen raken en in beweging zetten. Maar er zijn er ook die mogen (moeten) bijspijkeren. Daarom ben ik blij dat de theologen dr. Bert de Leede en dr. Ciska Stark van de Protestantse Theologische Universiteit (PthU) met een onderzoek aan de bel trekken. Ze willen een bijdrage leveren aan een kerk waarin mensen ruimte mogen ervaren, geraakt worden en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Mens en maatschappij zijn daar zeer bij gebaat. Zo blijft de kerk als vindplaats van inspiratie relevant voor de (post)moderne mens.

Deze tekst is ook gepubliceerd als ‘Stelling van de dag’ op Protestant.nu.