“Werkend Nederland verdient belastingverlaging. Stem daarom VVD.” Ik herken de stem van onze minister-president op de radio. Wat een grap. Met strooigoed en primitieve beloften hoopt Mark Rutte in het Torentje te blijven. Hij doet geen appèl op mijn burgerschap, maar op mijn portemonnee. Eerder deze week noemde de VVD-leider de sociaal-democraten ‘een gevaar voor Nederland’. Het moet niet gekker worden.

De VVD evenaart de PVV in populisme. Sterker nog: Rutte overtreft Roemer in demagogie. Op 24 januari 1948 werd in Amsterdam de VVD opgericht. Ruim 64 jaar later bestaat de partij nog steeds, maar nu vooral als Volkspartij voor Vrijheid en Demagogie. Geen wonder dat de keurige liberaal Joris Voorhoeve onlangs overstapte naar D66. Geen wonder dat prominent VVD-lid en filosoof  Frank Ankersmit de partij van Rutte vaarwel zei. De partij is niet liberaal, maar populistisch en conservatief.

Laten we leren van de politiek filosoof Isaiah Berlin (1909-1997) die een onderscheid maakte tussen twee soorten vrijheid: negatieve en positieve vrijheid. Het liberalisme van de VVD richt zich sterk op ‘negatieve vrijheid’: het zoveel mogelijk terugdringen van overheidsbemoeienis. Maar een fixatie op deze ‘negatieve vrijheid’  leidt onherroepelijk tot een samenleving waar de mensen die geluk hebben en geslaagd zijn het nog beter krijgen. Dat gaat ten koste van mensen die door pech of sociale achterstanden aan het kortste eind trekken.

‘Positieve vrijheid’ moet daarom minstens evenveel aandacht krijgen. Want vrijheid voor iedereen kan niet zonder het scheppen van gelijke kansen. Om die kansen voor mensen te garanderen moet de overheid voldoende investeren in onderwijs dat voor iedereen toegankelijk is, in kinderopvang, in sociale voorzieningen en andere publieke goederen zoals zorg. Maar ook in ontwikkelingssamenwerking. De wereld is immers van iedereen.

Ik schaam me ervoor om in een land te leven waarin de minister-president graag aan de macht wil blijven door louter een beroep te doen op mijn eigenbelang. Beroemd zijn de woorden van de Amerikaanse president John F. Kennedy: ‘Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij kunt doen voor je land’. Dat is nog eens van een andere orde. Rutte valt hierbij in moreel opzicht in het niet.

De kans op een links kabinet is klein. D66 wil niet met de SP in zee. Ook Paars kan mij niet echt inspireren. Boeiend vind ik een betoog van Bas de Gaay Fortman onlangs in dagblad Trouw. Hij ziet een regering voor zich met de vijf ‘constructieve partijen’ PvdA, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. In de peilingen halen deze vijf partijen geen meerderheid, maar ze zitten er wel tegenaan. Dat gaat lukken als bijvoorbeeld de zwevende groene kiezer voor GroenLinks kiest, en daarmee voor meer stabiliteit. En als de wat meer conservatieve kiezers het CDA van Buma steunen in plaats van Rutte.

Onder leiding van PvdA-premier Samson kan Nederland vervolgens met deze vijf constructieve partijen sterker, groener en socialer worden. En Rutte kan blijven doen waar hij zo goed in is: Wilders de loef afsteken door voortdurend een appèl te doen op ons eigenbelang en ons te waarschuwen tegen alles wat volgens hem een gevaar is voor ons land. Ik zou zeggen: Mark, go for it!