Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen organiseert het Nederlands Dagblad traditiegetrouw een christelijk lijsttrekkersdebat. Ook nu. De partijleiders van CDA, ChristenUnie en SGP kruisten op 5 september in Amersfoort de degens. Buma, Slob en Van der Staaij lieten verschillende  geluiden horen: liberaal-conservatief (CDA), christelijk-sociaal (ChristenUnie) en gesloten orthodox (SGP). Als progressief christen voel ik me bij dit soort happenings altijd een beetje dakloos. Hoezo een ‘christelijk lijsttrekkersdebat’, denk ik dan.

Honderdduizenden mensen die op de één of andere manier gevormd of geïnspireerd zijn door Jezus en de Bijbel, stemmen helemaal niet op een partij die ‘confessioneel’ is. Het begrip ‘confessioneel’ – letterlijk: ‘gebaseerd op een geloofsbelijdenis’ – gebruik ik liever om CDA, ChristenUnie en SGP te kenschetsen. ‘Christelijk’ houdt immers een waardeoordeel in dat voor mij persoonlijk juist links, groen en vrijzinnig van karakter is. Immers: waarom zouden partijen als GroenLinks of de PvdA niet christelijk kunnen zijn? Wie bepaalt dat? Het woord ‘confessioneel’ is daarom objectiever. 

De ChristenUnie komt voor mij op een aantal punten aardig in de richting. Deze partij heeft een behoorlijk groen en sociaal programma en heeft daarom ook wel mijn sympathie. Het voordeel van het CDA vind ik echter dat daar – vergeleken met ChristenUnie en SGP – een stuk liberaler wordt gedacht over homoseksualiteit. De SGP steekt daarover zijn kop in het zand en de ChristenUnie tobt er vooral mee. Verder staat het CDA positiever tegenover de Europese Unie en heeft de partij ook een wat genuanceerder standpunt over abortus.

Maar het CDA is juist weer verre van groen en geeft ruimte aan neoliberaal economisch beleid waarbij vooral gevestigde belangen worden beschermd. Liberaal-conservatief dus. De SGP maakt op mij vooral een gesloten, rechtse en xenofobe indruk. Wat betreft het conflict tussen Israël en de Palestijnen vind ik alle drie de confessionele partijen veel te eenzijdig pro-Israël, zonder oog te hebben voor het lot van het Palestijnse volk. En ten opzichte van vraagstukken rond oorlog en vrede in het algemeen, zijn de drie ‘christelijke’ partijen volgzaam en behoudzuchtig.

GroenLinks is sinds 1994 mijn partij. En omdat veel mensen denken dat christelijke politiek gelijk staat aan confessionele politiek, ben ik met overtuiging actief bij De Linker Wang, de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks. Want: er is ook een ander christelijk, religieus geluid mogelijk dat progressief van karakter is. Het ‘christelijke’ wordt dan niet als scheidslijn tussen mensen gebruikt, als een ‘hokje’ waar je samen met ‘ons-soort-mensen’ in past, maar als een bron van vernieuwing. Op die manier ontstaat dialoog en worden verbindingen gelegd tussen levensbeschouwingen en religies. Dat opent nieuwe perspectieven.

Op dit moment is er naast Buma, Slob en Van der Staaij een andere christelijk geïnspireerde lijsttrekker actief. Hij maakt zich sterk voor het homohuwelijk. Hij vindt dat vrouwen zelfbeschikking hebben over hun lichaam. Hij staat open voor andere religies. Hij maakt een hoopvol begin met de invoering van een verplichte ziektekostenverzekering zodat solidariteit tussen zieke en gezonde mensen georganiseerd wordt. Ook duurzaamheid staat op zijn netvlies. Ja… ik heb het over Barack Obama die geen geen geheim maakt van zijn christelijke inspiratiebronnen.

En of je de ideeën van Barack Obama nu christelijk, links-liberaal of sociaal-democratisch noemt, dat is me uiteindelijk om het even. Dat is mijn punt ook niet. Ik heb tijdens het zo keurig gevoerde ‘debat der confessionelen’ vooral Obama’s hoopvolle en op de toekomst gerichte geluid gemist. Een geluid dat in Nederland door politici als met name Sap en Samson vertolkt wordt.