Een opmerkelijk initiatief staat te lezen op opiniewebsite Joop.nl onder de titel ‘Programma zonder partij, een andere visie op politiek’. De initiatiefnemers lijken groen, vrijzinnig en idealistisch te zijn. Daarin herken ik me wel. Tegelijk zijn ze cynisch over de rol en werking van politieke partijen. Ze schrijven: “Terwijl wij verlangen naar een aansprekende visie, is de politiek verworden tot standpunt-schermutselingen, idolsverkiezingen en struisvogelarij.”

Veel politieke partijen onderschrijven dezelfde idealen, zo schrijven de initiatiefnemers. “Maar de strijd gaat niet over de idealen, maar over wie de beste oplossingen heeft voor actuele problemen.” Tja, zijn de mensen van het initiatief ‘programma zonder partij’ echt niet verder gekomen dan het bestuderen van abstracte beginselprogramma’s? Wie echter de uiteenlopende (veel concretere) verkiezingsprogramma’s naast elkaar legt, kan echt niet om de grote inhoudelijke verschillen heen. In deze programma’s staan concrete maatregelen – of zij ontbreken juist. En afhankelijk van de eigen politieke idealen kan iemand zelf beslissen of deze maatregelen ook echt ‘oplossingen’ zijn – of juist niet.

Het iniatief ‘Een programma zonder partij’ vind ik daarom kortzichtig, gericht op de onderbuik en allerminst recht doen aan de keuzevrijheid die burgers in Nederland hebben. Nederlanders kunnen stemmen op politieke partijen die onderling totaal verschillende beleidskeuzes maken. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen ten aanzien van het milieu, een rechtvaardige inkomensverdeling, de Europese Unie en de hypotheekrenteaftrek. 

We zijn verwend. We geven te snel af op traditionele instituties. We beseffen niet hoe het is om in een totalitaire staat te leven. We vinden onze vrijheid zo gewoon. Daarom wordt het tijd om verwonderd en ook dankbaar te zijn vanwege de politieke vrijheid die we hebben. Want of er een linkse of juist rechtse regering komt… dat maakt beslist een verschil. En dat verschil bepaal je zelf door te stemmen op een bepaalde partij, er lid van te worden of je namens zo’n partij verkiesbaar te stellen.

Natuurlijk is het reilen en zeilen binnen een politieke partij allemaal mensenwerk. Maar dat is geen reden om aan de zijlijn te blijven staan. Doe mee. Wees van de partij!

Maar ik zie ook de andere kant wel. En daar leggen de initiefnemers terecht hun vinger bij. Het vertrouwen in politieke partijen is aan erosie onderhevig. Burgers zijn de partijpolitieke goochel-acts zat. En ze houden niet van interne rivaliteit en egotripperij. Waarom toch dat nabootsen van Amerikaanse ‘Primaries’ op Madurodam-niveau? Een partij als GroenLinks mag zich deze kritiek beslist aantrekken.

De vraag aan alle politieke partijen is hoe open en flexibel zij zijn. Hoe vinden nieuwe generaties hun weg binnen gevestigde en nieuwe partijen? En hoe toegankelijk zijn de uiteenlopende partij-elites, ook voor mensen met andere culturele achtergronden, een lager opleidingsniveau en dito inkomen? 

De opkomst van politieke bewegingen zonder leden, zoals de PVV, hangt samen met het afnemende vertrouwen in gevestigde politieke partijen. Een deel van de bevolking wil helemaal geen partijdemocratie, maar iemand die hun angstgevoelens verwoordt, tegen de gevestigde orde aanschopt en schijnbaar eenvoudige oplossingen aandraagt.  Zo groeit de PVV. En zo kan deze partij met 24 zetels in ons parlement vertegenwoordigd zijn, zonder dat deze partij leden heeft en democratisch georganiseerd is.

Ik bedoel het niet flauw, maar de PVV is tot nu toe het enige vleesgeworden ‘programma zonder partij’. Een programma van één man, enkele vertrouwelingen en een grote schare volgers en opportunisten. Vergeefs probeerde Hero Brinkman van de PVV een ledenpartij van te maken. Vergeefs probeerde het 16-jarig meisje Jackie een jongerenafdeling van de PVV op te richten.

Ik vind dat we serieus moeten nadenken om aan politieke bewegingen die (willen) meedoen in ons parlementair-democratische stelsel, een aantal eisen te stellen. Bijvoorbeeld dat zij leden toelaten en open en democratisch georganiseerd zijn. Zie ook mijn eerdere bijdrage op Joop.nl. Dat vraagt natuurlijk om denkwerk. Het zou moeten gaan om minimale eisen die controleerbaar zijn. Dus geen controle op inhoud, maar op procedures en werkwijzen. Partijen die voldoen aan de democratische normen, kunnen zich vervolgens inschrijven bij de Kiesraad.

Burgers dienen naar mijn mening ‘van de partij’ te zijn, zoals ik hierboven schreef. Maar dan moeten alle parlementaire bewegingen burgers daartoe ook kansen bieden. Daarom dient de Rijksoverheid wettelijke bevoegdheden te krijgen om een minimum aan interne partijdemocratie af te dwingen. Mensen moeten lid kunnen worden van hun favoriete partij. Mensen moeten kunnen meepraten en meebeslissen in de partij van hun voorkeur. Zo leggen we het gemakzuchtige cynisme aan banden, ontstaan binnen alle partijen ‘checks & balances’  en werken we samen aan een vitale parlementaire democratie.

Dit pleidooi is zeker geen vrijbrief voor de keurig democratisch georganiseerde partijen zoals GroenLinks, PvdA, CDA, VVD, D66, SP en ChristenUnie. Voldoen aan de democratische minimumeisen moet noodzakelijk gaan worden, maar is geen reden achterover te leunen. Ook deze partijen zijn verplicht om voortdurend kritisch naar zichzelf te kijken en hard te werken aan meer vertrouwen bij de argwanende en op drift geraakte kiezer.