Een Europese conferentie over kerk en milieu vindt eind augustus plaats in Nederland. Zo’n honderd betrokkenen uit heel Europa denken na over leefstijl, duurzaamheid, klimaatverandering en eerlijke economie. Het betreft een bijeenkomst van het European Christian Environmental Network (ECEN). Centrale vraag is welke bijdrage mensen vanuit het christelijk geloof kunnen leveren aan een duurzame en rechtvaardige maatschappij. 

Om een beetje politiek correct te zijn moeten kerken natuurlijk ook aan ecologie doen, naast sociale gerechtigheid en wat aandacht voor vrede. Tja, daar ontkom je niet aan. Maar kijk wel uit voor  activisme. Want al die politieke issues in de kerk, dat leidt maar tot onderlinge conflicten. Laten we daarom vooral bidden en ons richten tot God in de hemel. Of… ligt het misschien toch een tikkeltje anders?

Aandacht voor de schepping is geen bijzaak, maar duurzaamheid en ecologie raken – evenals andere grote maatschappelijke kwesties – naar mijn overtuiging het hart van het christelijk geloof en de kerkelijke presentie in de wereld. Van maatschappelijke en politieke onverschilligheid kan geen sprake zijn.

Natuurlijk: de kerk is geen politieke partij. Ook is de kerk geen maatschappelijke organisatie die voortdurend politieke standpunten inneemt. Dan zou je dingen dubbel gaan doen, en dat is zonde van de tijd. Bovendien vergeet de kerk dan haar kerntaak: mensen existentieel en spiritueel voeden. Want in kerken gaat de Bijbel open, vieren mensen het leven als geschenk dat om inzet en verantwoordelijkheid vraagt. Geestkracht is nodig: een weg naar binnen om vervolgens weer ‘buiten’ aan de slag te kunnen gaan.

Geen ‘vergeestelijking’ dus, met vrome bespiegelingen over het zielenheil of juist getob over de geringe kansen op een mooi plekje in de hemel. En ook geen bekrompen, vaak op seksualiteit gefixeerde, moraal. Alsof spiritualiteit niks met onze fysieke verlangens, de materiële werkelijkheid en de machtsverhoudingen in de wereld te maken zou hebben. Bijbelse spiritualiteit is in haar Joodse oorsprong juist gericht op de aarde, op het weerbarstige leven en onze dagelijkse keuzes.

Als we tenminste de Bijbel niet laten buikspreken. Als we de rode draad en het narratieve (verhalende) aspect van de Bijbel serieus nemen. Als we de letterknechten van het biblicisme niet laten domineren. Dat gebeurt helaas nog vaak, vooral in oude maar springlevende piëtistische tradities die ook de geestelijke onderstroom vormen van veel modern ogende evangelische kerken.

Toch moet ik dit laatste relativeren. Juist in de meer orthodox-protestantse kerken groeit het maatschappelijk en ecologisch bewustzijn zoals blijkt uit het bestaan van het Christelijk Ecologisch Netwerk (CEN) dat in 1998 is opgericht en waarin onder meer de Evangelische Alliantie en de wetenschappelijke bureaus van ChristenUnie en SGP deelnemen. Er is beslist een voorhoede in orthodox-protestantse kring.

Het Christelijk Ecologisch Netwerk is nu bezig op te gaan in de Noach Alliantie waarin wordt samengewerkt met onder meer Kerk en Milieu, een werkgroep van de Raad van Kerken in Nederland met rooms-katholieken en uiteenlopende (ook vrijzinnige) protestanten. In laatst genoemde kerken is de werkgroep Kerk en Milieu eveneens een groene voorhoede. Want veel protestantse gemeenten, rooms-katholieke parochies en vrijzinnige geloofsgemeenschappen zijn vooral bezig het eigen hoofd boven water te houden met krimpscenario’s en kerksluitingen. Vaak zijn er wel vormingsactiviteiten, maar maatschappelijke thema’s ontbreken. Laat staan dat kerkelijke of diaconale vermogens op een sociale, geweldloze en groene manier worden belegd. Vrijzinnige kerken zijn wat dat betreft niet groener dan orthodoxe.

Hoe kan de maatschappij de omslag maken naar een sociale en duurzame economie? En hoe kunnen ook de kerken daaraan een bijdrage leveren? Kerken doen dat niet door zelf een milieuorganisatie te worden. Maar wel door het goede voorbeeld te geven in het maken van concrete keuzes ten aanzien van onder meer financieel beheer, energiegebruik, en bouwactiviteiten (denk aan duurzame bouw en het plaatsen van zonnepanelen). En vooral door de scheppingstheologie serieus te nemen: het aardse leven te ervaren en te vieren als een hemels geschenk dat zorg en aandacht verdient.

En ja, toch ook door openlijk kritiek uit te oefenen op regeringen – ongeacht hun politieke samenstelling – ten aanzien van concrete beslissingen die indruisen tegen gerechtigheid, compassie, vrede en duurzaamheid.

Dit alles leidt niet zozeer tot een ‘oecumene van het hart’ – een term die populair is geworden in kringen rond de Evangelische Omroep. Ik denk eerder aan een oecumene van hoofd, hart én handen die alle schepselen met elkaar verbindt. Dat doet ook meer recht aan wat het woord ‘oecumene’ feitelijk betekent: ‘heel de bewoonde aarde’. Zo blijft ecologie geen blinde vlek of een politiek correcte bijzaak, maar een onmisbaar element in de missie van kerken in hun keuze voor het leven.