Een nieuw Nederlands Christelijk Forum is in oprichting waaraan de Protestantse Kerk, de Rooms-katholieke Kerk en Pinkster- en Evangeliegemeenten deelnemen. Het forum moet een nieuwe impuls geven aan de oecumene. Dit zei Arjan Plaisier, voorman van de Protestantse Kerk, zondag in het RKK-programma Andersdenkenden.

Dit roept een aantal vragen bij me op. Wat bedoelt Plaisier met oecumene? Sinds 1966 bestaat de Raad van Kerken in Nederland. Wat voegt zo’n nationaal forum hieraan toe? En op mondiaal niveau bestaat sinds 1948 de Wereldraad van Kerken. Die laatste is volgens Plaisier een “eerbiedwaardig en in principe goed oecumenisch lichaam, dat een beetje aan slijtage onderhevig is.”

Het Global Christian Forum – waar het nationale forum aan ontsproten is – is een relatief nieuw ini­tia­tief. De oprichters stelden zich in 1998 ten doel om alle chris­telijke families en interkerkelijke organisaties aan één tafel te brengen. Het idee voor een dergelijk forum ontstond bin­nen en vanuit de Wereldraad van Kerken. Daar lukte het niet om de (meeste) pentecostale en evangelikale kerken en ge­meen­schappen “aan boord” te krijgen en juist die stromingen namen in de twintigste eeuw qua aantallen enorm toe.

Het forum stelt, aldus Plaisier, “met name het geloofsgesprek centraal”. Volgens de kerkleider wordt het forum ondersteund door het Vaticaan. Het internationaal forum is inmiddels twee keer bijeengekomen. Dit leidde ertoe ook een Nederlands Christelijk Forum op te richten. “Hiermee proberen we de oecumene in Nederland een nieuwe impuls te geven”, aldus Plaisier.

Allereerst vind ik het positief dat zoveel mogelijk kerken zich openstellen voor elkaar. Door elkaar te erkennen ben je ook geloofwaardig. Het is goed dat de Wereldraad van Kerken intensief gesprekken voert met kerken die geen lid zijn. Ook is het mooi dat de landelijke Raad van Kerken samen optrekt met de Evangelische Alliantie en zich ook openstelt voor de kleine, meer behoudende, reformatorische kerken die nooit meededen in de oecumene.

Maar wat betekent oecumene eigenlijk? Letterlijk betekent dit griekse woord heel de bewoonde aarde’. Het ging de oprichters van de Wereldraad van Kerken in 1948 om de eenheid van de christelijke kerken gericht op de schepping, op het leven. Kort na de Tweede Wereldoorlog met de Holocaust en de atoombommen op Hirosjima en Nagasaki, brak binnen christelijke kerken wereldwijd het besef door: ‘Dit nooit weer’.

Ook beseften kerken in die tijd steeds sterker dat zij er uiteindelijk niet zijn om de wereld te kerstenen, maar om de wereld te humaniseren, om de wereld uit de greep van het kwaad te houden en mensen heil – perspectief – te bieden. Natuurlijk doen christenen en kerken dat vanuit hun eigen christelijke getuigenis. Maar je kunt de verspreiding van het christendom niet zomaar gelijkstellen met ‘het goede’ of wat christenen ‘het Rijk Gods’ noemen. Dat zou historisch gezien een vorm van zelfoverschatting zijn.

Jezus heeft naar mijn idee nooit een nieuwe godsdienst willen stichten temidden van andere levensovertuigingen, maar verkondigde in zijn tijd het Rijk Gods: het perspectief dat mensen met verschillende achtergronden samen kunnen leven en werken aan een nieuwe, betere wereld omdat de liefde sterker is dan de dood. Christus als een revolutionair, samenbindend en universeel begrip. Maar tweeduizend jaar christendom is uiteindelijk – denk aan kruistochten, jodenvervolging en aan seksueel misbruik in de kerken – de allerslechtste reclameboodschap gebleken van deze universele Christus.

Oecumene – ‘heel de bewoonde aarde’ – is een grenzeloos begrip. Geen wonder dat de interreligieuze dialoog ook volop aandacht krijgt binnen de Raad van Kerken en de Wereldraad van Kerken. Christus hoeft niet te worden verdedigd, maar kan voor mij als belijdend christen juist middenin het open en onbevangen gesprek tussen mensen met diverse levensovertuigingen aan het licht komen. Terwijl anderen uiteraard het volste recht hebben om diezelfde ervaring van vrede en verzoening tussen mensen anders te duiden.

Kerken kunnen naar mijn overtuiging ook niet politiek neutraal zijn als zij de bijbelse boodschap van gerechtigheid en vrede willen uitdragen. Geen wonder dat kerkelijke vertegenwoordigers regelmatig botsen met regeringen over zaken als asielbeleid, sociaal beleid en bewapening. En voordat deze issues een politieke lading krijgen, krijgen ze al eerder betekenis wanneer kerken concreet in dorpen en steden kiezen voor mensen in de knel. Maar deze liefdadigheid kan nooit los worden gezien van gerechtigheid: kritiek op maatschappelijke structuren en de keuzes van politici en beleidsmakers.

Eerlijk gezegd denk ik dat een ‘nieuw oecumenisch elan’ niet ontstaat door een ‘geloofsgesprek’,  een onderonsje tussen christenen, zoals de Protestantse voorman Arjan Plaisier zo hoopvol stelt. Op zo’n intern geloofsgesprek zit de wereld niet te wachten. Ik zie de krantenkop al voor me: “Na tachtig jaar praten, zijn de kerken het eens”.  Halleluja, het doel is bereikt.

Je kunt met conservatieve medechristenen blijven praten tot je een ons weegt, maar ondertussen wacht de wereld op liefdevolle en ook moedige kerken die omzien naar mensen in de knel, die profetisch durven te getuigen tegen maatschappelijke ongelijkheid en een bezielende oproep doen tot duurzame ontwikkeling, sociale gerechtigheid en ontwapening.

In tegensteling tot Arjan Plaisier denk ik dat het Global Christian Forum eerder aan slijtage onderhevig is dan de Wereldraad van Kerken. Maar misschien doe ik er beter aan deze twee bewegingen – die in hun oorsprong ook verwant zijn – vooral in elkaars verlengde te zien.

Het zou mooi zijn als het interne christelijke ‘geloofsgesprek’ leidt tot houdingen en acties van christenen en kerken, nationaal én wereldwijd, waar alle bewoners van onze aarde ook écht heil van mogen verwachten. Want een goed geloofsgesprek – hoe mooi dat ook moge zijn voor de betrokkenen – is in Christus’ naam echt te vrijblijvend.