Deze tekst is vandaag – maandag 21 mei – gepubliceerd op www.protestant.nl.

Geboren en getogen in de sfeer van de Gereformeerde Bond, koos hij in zijn studententijd voor socialisme en actiewezen. Maar de bijbelse boodschap bleef altijd zijn leidraad. “Ik heb de theologie nooit ingewisseld voor de politiek.” Deze maand is het tien jaar geleden dat dominee en GroenLinks-politicus Ab Harrewijn (1954-2002) overleed. Toen hij in 1998 in Tweede Kamer geïnstalleerd werd, kwamen SGP-kamerleden hem speciaal feliciteren. Want een hervormd predikant in de politieke arena dat dwong toen – hoe dan ook – respect af bij de mannenbroeders van de SGP.

Harrewijn werd geboren in de Alblasserwaard. Zijn vader was monteur en begon later een installatiebedrijf. “Als oudste zoon was ik voorbestemd het bedrijf over te nemen. Maar ik ging theologie studeren,” vertelde Harrewijn vlak voor zijn dood aan het Christelijk Weekblad. “Ik werd getroffen door het inzicht dat de Bijbel ook een andere kant heeft, de lijn van gerechtigheid en vrede. Tijdens mijn studie in Utrecht was ik vooral aan het actievoeren.”

Harrewijn werd in 1983 bedrijfspastor voor DISK in Amsterdam, in de tijd van economische crisis en massaontslagen. Hij werd medeoprichter van De Linker Wang, het platform voor geloof en politiek verbonden met GroenLinks. In de jaren negentig werd hij projectleider van De Rafelrand, een platform voor vernieuwing van de zorg voor aan dak- en thuislozen en drugsverslaafden. Diverse conferenties leidden tot modernisering van de sector. Minder betutteling en meer activering van cliënten, met nadruk op talenten van de mensen. Tenslotte werd Harrewijn partijvoorzitter voor GroenLinks en belandde na een forse winst in 1998 voor deze partij in de Tweede Kamer.

“Het is goed dat er theologen zijn binnen GroenLinks, maar dat geldt ook voor andere beroepsgroepen,” zei Harrewijn. “Misschien heb ik wat meer gevoel voor de civiele samenleving. Als overheid kun je veel, maar lang niet alles. De overheid moet niet een moraal opleggen want de Staat kan niet alles. Het is goed dat je oog hebt voor wat mensen bindt, beweegt en inspireert. En dat daar positieve krachten vanuit gaan waar samenleving en overheid baat bij hebben.”

In deze geest wordt sinds 2003 jaarlijks op zijn sterfdag de Ab Harrewijn Prijs uitgereikt: een prijs voor sociale initiatieven van onderop. Op 13 mei dit jaar ging de prijs naar Bien Hofman, drijvende kracht achter de Pendrecht Universiteit. Pendrecht geldt als de een na zwakste onder de zogeheten Vogelaarwijken. Voor Bien en haar team zijn de bewoners de deskundigen van hun eigen wijk. Professionals zoals ambtenaren en bestuurders kunnen juist van hen wat leren. Zo is de Pendrecht Universiteit ontstaan, een kenniscentrum in de wijk van, voor en door wijkbewoners.

Wat kunnen Ab Harrewijn en de naar hem vernoemde prijs ons anno 2012 leren? Ten eerste dat de civil society geen speeltje is van de christen-democratie en de confessionele partijen. Ook politiek links heeft oog voor de soevereine rol van mensen en groepen, los van staat en markt.

Ten tweede kunnen we leren dat politici die voortdurend de nadruk leggen op de civil society zonder duidelijk te maken voor welke groep mensen zij kiezen, een rookgordijn optrekken. Kies je voor mensen in kwetsbare omstandigheden of voor de middenklasse en bovenklasse? Door deze vraag niet te beantwoorden blijft de vraag in de lucht hangen of christen-democraten kiezen voor georganiseerde solidariteit of juist voor een vrije markt aangevuld met liefdadigheid.

Een goed functionerende maatschappij, waarin naast vrijheid en verantwoordelijkheid ook solidariteit en duurzaamheid leidend zijn, vraagt om een intelligent samenspel van civiele samenleving, staat en markt. Emeritus hoogleraar bestuurskunde Andries Hoogerwerf heeft deze gedachte enkele jaren geleden uitgewerkt in zijn boek ‘Politiek als evenwichtskunst’. Zijn conclusie: de markt krijgt te veel ruimte ten koste van de kwaliteit van de samenleving omdat de overheid zich te sterk terugtrekt.

Het motto van een ‘verantwoordelijke samenleving’ is nietszeggend als politici niet duidelijk maken hoe solidariteit en duurzaamheid overeind gehouden kunnen blijven worden. Of beter: hoe deze grondwaarden op een nieuwe en creatieve manieren gestalte kunnen krijgen. Daarbij moet de overheid niet de illusie hebben zelf alle problemen op te lossen. Ook burgers, maatschappelijke groepen en marktpartijen zijn hard nodig om de wereld vrijer, socialer en rechtvaardiger te maken.

Het gaat in de geest van Ab Harrewijn om initiatieven van onderop. Maar altijd samen met een actieve overheid die wil ondersteunen, faciliteren en – waar nodig – bijsturen. Sociale voorzieningen en collectieve arrangementen blijven van groot belang om mensen eerlijke kansen te bieden. Wie mensen in hun ‘eigen kracht wil zetten’ en tegelijk de publieke sector ontmantelt en private rijkdom en private armoede vergroot, heeft van het concept van de ‘verantwoordelijke samenleving’ bar weinig begrepen.

Toch lijkt door de innige samenwerking tussen CDA en VVD het neoliberale denken en het christelijk-sociaal denken in de politieke praktijk in elkaar over te vloeien. Is er nog wel verschil tussen deze twee? Wat de nalatenschap van Ab Harrewijn ons in 2012 kan leren is dat christelijk geïnspireerde politiek – opkomen voor gerechtigheid en vrede – niet altijd een christelijk labeltje heeft en bovendien vraagt om evenwichtskunst. Burgers en hun sociale verbanden dienen centraal te staan, maar de overheid moet ook zelf ‘in haar eigen  kracht’ blijven staan en oppassen zich niet door kapitaal, vrije marktwerking en het ‘ieder voor zich’ te laten verdringen.

Het hele interview met Ab Harrewijn in het Christelijk Weekblad (3 mei 2002) is hier te lezen.