“Geloof jij in wonderen?” Op deze vraag kunnen mensen heel verschillende antwoorden geven. “Nee, alles is toeval”, zegt de ene persoon. “Nee, alles wordt door God bepaald”, zegt de ander. Beide antwoorden vind ik onbevredigend en ontoereikend. Het leven laat zich niet persen in een logisch systeem. En geloven is voor mij wat anders dan het onmogelijke voor mogelijk moeten houden. Misschien staat Pasen voor de gebeurtenis die elke platgetreden waarheid op zijn kop zet. Behalve het spirituele inzicht dat liefde en compassie sterker zijn dan de dood. 

Kerken en christenen moeten er voor waken om allerlei geloofsantwoorden te formuleren. Dat worden al gauw leerstellige platitudes over Jezus, God en de Bijbel. Het gaat naar mijn smaak helemaal niet om het voor ‘waar’ moeten aannemen van een gebeurtenis daar en toen. Nee, de vraag is: wat doet zo’n verhaal met je? Wat is authentiek en wat raakt een snaar bij jezelf en bij de ander?

Het leven stelt ieder mens voor raadsels. Niet alleen verwondering speelt een rol, ook tegenslag en verbijstering kunnen een mens aangrijpen. Bij wonderen denken mensen al gauw aan mirakels. Ook met Pasen. Sommige mensen willen hun geloof graag bevestigd zien door indrukwekkende mirakels die ze vervolgens aan God toeschrijven. Maar liggen echte wonderen niet verscholen in het kleine? Zoals Johannes in zijn evangelie schrijft over de vrouw die kort na de dood van Jezus met de tuinman praat. Maar wie was nu toch die tuinman? En de evangelist Lucas schrijft over mannen die kort na de dood van Jezus samen met een vreemdeling op pad gaan (de Emmaüsgangers). Maar als hij verdwenen is, groeit de vraag: wie was toch die vreemdeling? 

In gewone en alledaagse gebeurtenissen ontmoeten ook wij vaak diegene voor wie liefde en compassie sterker zijn dan de dood. Wie zie je dan? Op welk spoor zit je dan? 

Hoe komt het dat iemand toch weer zin en smaak in het leven krijgt, na depressief te zijn geweest? Of er toch het beste van wil blijven maken na het fatale bericht te krijgen ernstig ziek te zijn en niet meer te kunnen genezen? En hoe ontstaat vriendschap? En al die kleine toevalligheden, met andere mensen, op je eigen weg.

Hoe kan ik leren leven van verwondering? Misschien door eerst te beseffen dat een wonder geen buitenissig succesverhaal is. Het lijkt me bijvoorbeeld een groot wonder dat een mens die veel tegenslag moet incasseren, zich er toch doorheen slaat. Of dat iemands liefde uiteindelijk toch sterker is dan zijn of haar dood.

Zo kan Pasen voor mij voelbaar worden. Niet als dogma of als mirakel, maar als levenskracht. Omdat iets van binnen – ondanks bijvoorbeeld onzekerheid of angst – zegt: ‘Het kan wél…’.