Gelovigen zijn dom, rechts en conservatief. Mensen die juist niet (meer) in gevaarlijke fantasieën geloven, zijn slim, links en liberaal. Het is een beeld dat steeds dominanter wordt in Nederland. De jonge kandidaat PvdA-leider Martijn van Dam is er een exponent van. Maar religie heeft ook een positieve kant. Als linkse partijen dat laatste vergeten, maakt dat hen steeds marginaler. Of positiever gesteld: links wint aan kracht door een evenwichtige visie op religie te ontwikkelen met ruimte voor zowel  fundamentele kritiek als (strategische) samenwerking.

Afgelopen zaterdag benadrukte premier Mark Rutte tijdens een bezoek aan SGP-jongeren dat ook hij een gelovige is. En dat de joods-christelijke traditie een stevig fundament zou zijn tegenover alles wat vreemd is. Het is dus waar: godsdienst werkt behoudend. En ook onderdrukkend. Want je zult maar als homo in een SGP-milieu geboren worden. Waarschijnlijk word je dan naar hulpverleners gestuurd die je in een heteroseksueel keurslijf willen duwen. Religiekritiek hoort – ook daarom –  thuis bij linkse politiek.

Maar de geschiedenis leert dat religie ook een vernieuwende, opbouwende en bevrijdende kracht kan hebben. Kijk naar de vredesbeweging met organisaties als IKV, Pax Christi en Kerk en Vrede die voor een groot deel zijn ontstaan vanuit de kerken. De anti-armoedebeweging (‘De Arme Kant van Nederland’) wordt gedragen door veel mensen vanuit kerkelijke kringen. Gelukkig samen met mensen van bijvoorbeeld Humanitas. Want er zijn Goddank ook veel niet-religieuze mensen die zich inzetten voor mensen in de knel.

Dat geldt ook voor de begeleiding en/of opvang van uitgeprocedeerde vluchtelingen, met de diaconie van de Protestantse Kerk in Amsterdam als lichtend voorbeeld. En ook stichting INLIA. In Nederland zijn verder organisaties actief die – gesteund door de overheid en naast de reclassering – ex-gedetineerden begeleiden om terug te keren in de maatschappij. Vaak zijn deze organisaties christelijk geïnspireerd met ook SGP-ers als drijvende krachten. Particulier initiatief werkt vaak beter dan een bureaucratisch apparaat om sociale doelstellingen te bereiken. En veel particuliere initiatieven worden opgezet door bevlogen –  vaak  levensbeschouwelijk geïnspireerde – mensen.

Het idee van een ‘Big Society’ van de Britse conservatieven moet door links daarom niet zomaar worden afgeschoten. Als alle maatschappelijke initiatieven maar wél worden ondersteund door een assertieve overheid die sociale vrijheid, publieke gerechtigheid en solidariteit blijft organiseren. Een overheid die private rijkdom begrenst en publieke armoede tegengaat. Dus naast een ‘Big Society’ is er beslist ook een ‘Smart & Responsible State’ nodig. Want de staat kan niet alles zelf, maar ook de samenleving niet. Dat laatste wordt vaak vergeten door conservatieven, christen-democraten maar ook door liberalen.

Het gaat om een krachtige wisselwerking tussen de civiele samenleving en de staat zodat de vrije markteconomie niet de lachende derde wordt. Uiteindelijk is de civiele samenleving – die bestaat uit levensbeschouwelijk (al dan niet religieus) geïnspireerde mensen – de bezielende basis van elke maatschappelijke vernieuwing. In die zin kan er zelfs een verband worden gelegd tussen drie grote hedendaagse maatschappelijke processen: individualisering, secularisatie en verrechtsing.

Wat mensen, beweegt, bezielt en drijft is daarom zeer belangrijk als sociaal-maatschappelijk en spiritueel kapitaal. Ook religieuze inspiratie speelt daarin een rol. Niet uitsluitend religieus, ja dat is waar. Maar toch. Job Cohen – de staatsman die het helaas niet verder schopte dan oppositieleider – zag dat haarscherp met zijn ideeën over een ‘omgekeerde doorbraak’. Want natuurlijk zijn er moslimmannen die hun vrouw slaan, gereformeerde ouderlingen die seksueel misbruik plegen, vrouwen die een boerka moeten dragen en fundamentalistische christenen die de islam demoniseren. Dat verdient kritiek en correctie van links. Tuurlijk. Maar het zou zo jammer zijn als de vele religieus geïnspireerde mensen – voor wie God geen dwingend opperwezen is maar eerder een spirituele krachtbron; en die juist open staan voor mensen met een andere levensbeschouwelijke achtergrond –  zich massaal zouden afkeren van linkse politieke partijen.

Naast een principiële overweging om religie als fenomeen zowel kritisch als ook positief te benaderen, is er daarom ook een strategische overweging: linkse partijen jagen het (min of meer vrijzinnige) religieus geïnspireerde deel van hun achterban richting CDA, ChristenUnie of VVD waarvan de partijleiders immers (ja, ja)  ‘ook gelovigen’ zijn. Zo kom je dus nooit aan een linkse meerderheid.

Niet dat elke linkse lijsttrekker zichzelf voortaan als gelovig en vroom mens moet presenteren. Dat is natuurlijk onzin. Maar kies tenminste voor een evenwichtige benadering waarbij mensen niet beoordeeld of gelabeld worden op basis van hun levensbeschouwing maar op basis van hun daden en keuzes. En omarm de civiele samenleving van veelkleurig en veelzijdig geïnspireerde burgers. Zo komt linkse politiek op termijn sterker en krachtiger op de kaart te staan. Pas dan kunnen we – I have a dream – SGP-vriend Rutte naar huis sturen. Zoals dominee Martin Luther King ooit zei: There will be a day…