Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het maartnummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Het ‘radicale midden’ lijkt een lokroep. Het helpt politieke partijen om zich te fixeren op  macht, zonder principiële keuzes te hoeven maken. Deze gedachte borrelde bij me op na het lezen van het artikel van filosoof Peter Sas in dit nummer van De Linker Wang over het strategisch beraad van de christen-democraten (pagina 12-13). Prima dat het CDA culturele verschillen wil verbinden, zo stelt Sas. Maar als het aankomt op duurzaamheid en publieke gerechtigheid, houdt het CDA de kaarten angstvallig tegen de borst en kan de partij straks nog alle kanten op waaien.

Maar opportunisme lijkt ook binnen GroenLinks een rol te spelen. Zo zei filosoof en Denker des Vaderlands Hans Achterhuis onlangs in tijdschrift VolZin: ‘GroenLinks opereert leugenachtig. Haar standpunt over de buitenlandse politiek is ingegeven door het verlangen in de binnenlandse politiek salonfähig te worden en op het regeringspluche plaats te nemen.’ Hans Feddema zegt het in zijn commentaar in dit blad (pagina 20) wat milder: ‘Alles wijst erop dat de fractie (…) vanuit een mengvorm van machtsdenken en ideëel denken, in een impuls heeft gekozen voor ‘Kunduz’.’

Verschil blijft dat GroenLinks geen minister-president in het zadel houdt die zegt dat armoede in Nederland niet bestaat. Deze uitspraak van Mark Rutte staat haaks op de dagelijkse ervaringen van predikant Katinka Broos, directeur van het pastoraat Oude Wijken in Rotterdam. Hoe zij voortdurend armoede om zich heen ziet, beschrijft ze in de rubriek De Uitsmijter (pagina 24).

Matigheid en nuance zijn, denk ik, juist wél van belang in de discussie over het zelfgekozen levenseinde en het burgerinitiatief ‘Uit vrije wil’. In progressieve kringen wordt snel het accent gelegd op autonomie en keuzevrijheid. Maar zijn er naast autonomie wellicht ook andere overwegingen in het geding, zo vraagt theoloog Manuela Kalsky zich af (pagina 6-7).

Ook emancipatie vraagt om ‘een radicaal midden’ zo leert Marc van der Giessen ons (pagina 16-18). Jarenlang woonde en werkte hij als ontwikkelingswerker in Kenia. Hij zag hoe een politiek van goede bedoelingen in de vorm van ontwikkelingshulp (veel donorgeld) de emancipatie van homo’s en lesbo’s belemmert en zelfs kapot maakt. Uiteindelijk bleek niet geld van buitenaf, maar God een uitweg te bieden: geestelijke kracht van de betrokkenen zelf.

Een God dus die ‘aan de straat staat’, om met columnist Margrietha Reinders te spreken (pagina 9). ‘Weerloos maar niet stuk te krijgen’. Dat betekent consequent partijkiezen  voor alles wat kwetsbaar is en voor wie geen stem heeft. En dat vraagt om radicale keuzes die niet zonder wijsheid en gematigdheid kunnen, maar zich vaak ook moeilijk kunnen verhouden tot een naar macht hongerend politiek midden.