Dit artikel is ook gepubliceerd in VolZin, tijdschrift voor zinvol leven (www.volzin.nu) op 14 oktober 2011.

In een huurauto reden we tijdens onze huwelijksreis over het eiland Mauritius. Na een scherpe bocht zagen we ineens honderden vrouwen met jurken en omslagdoeken in allerlei rode tinten. Langs het water en in het riet zaten ze stil, zongen en mediteerden. Het tafereel in de open lucht maakte indruk op ons. Misschien ook omdat het zondagmorgen was. De vrouwen bepaalden ons bij onze eigen ervaringen van verstilling, gebed en het deel uitmaken van een geloofsgemeenschap.

Wat me opviel was een lectuurtafel met tientallen boekjes met titels als The True Path en The Way to Total Satisfaction. Ook cassettebandjes en CD’s werden te koop aangeboden. De vrouw achter de tafel vertelde mij graag over de weg naar God zoals die gepraktiseerd wordt in de beweging Manav Utthan Sewa Samiti, een relatief jonge geestelijke en sociaal-maatschappelijke stroming uit India. Met de immigratie van tienduizenden Hindoes uit India naar Mauritius kwam deze beweging op het eiland terecht.

De vrouw achter de tafel kreeg assistentie. Er was immers een belangstellende bij de lectuurtafel! Al snel ontstond een gesprek. Uit welk land wij kwamen? Uit Nederland, zo vertelde ik. Een boekje kreeg ik toegestopt met achterin adressen van vestigingen en contactpersonen, ook in Nederland. Als ik weer thuis was, kon ik daar prima mijn licht opsteken.   

Het gaf me een warm gevoel. Mensen die oprecht geloven, daar samen gestalte aan geven en ook mij als vreemdeling in geestelijk opzicht het beste gunnen. En dat terwijl ik in Nederland met een grote boog om vergelijkbare – vaak christelijke – lectuurtafels heen loop. Waarom eigenlijk? Want wat is – los van de exotische ambiance en het feit dat het om verschillende religies gaat – nu echt het verschil tussen de ene en de andere lectuurtafel? Vanwaar die weerstand tegen verkondiging als het uit christelijke hoek komt?

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Dat geluid hoor ik althans vaker in Nederland. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen – kerken of moskeeën – een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire en dominante gedachtegang. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. En misschien is – in tegenstelling tot vroeger – maatschappijkritiek en non-conformisme vandaag de dag eerder binnen de religieuze instituten te vinden dan daarbuiten.

De ontkerkelijking maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Zoals wij dat in 2005 ervoeren bij de honderden – in rode jurken en omslagdoeken gehulde – vrouwen langs het riviertje op het eiland Mauritius: geen dwang, maar rust en saamhorigheid.

Individualisering is niet aan de kerkleden in Nederland voorbij gegaan. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat ook mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is. Ook zij – of juist zij – zoeken naar waar het in het persoonlijke leven én in de wereld echt op aan komt.

Het mooie van een kerk vind ik de gemeenschap: samen maken de kerkbezoekers een kring, staan open voor wat genoemd wordt het mysterie van de Eeuwige, delen brood en wijn, zetten zich in voor mensen – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed ontmoeten elkaar soms onverwacht en worden in de geloofsgemeenschap samen gevierd en gedragen.

Nu we zes jaar getrouwd zijn, hebben mijn vrouw en ik samen drie jonge kinderen. Alle drie zijn ze gedoopt. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moeten horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Over ‘de Levende’ die met je mee gaat. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze diepe  overtuiging wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.

De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag tegelijk zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een ander verhaal dan een puur geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit. We mogen als mensen een boodschap voor en aan elkaar hebben. En ook een boodschap voor en aan de wereld.

Waar blijf je als christen – maar ook als moslim of hindoe – zonder een wervende uitstraling, zonder missionair elan? Wat is je geloof en je geloofsgemeenschap waard als je niet getuigt van het geloof, de hoop en de liefde die in jou is? En je gunt de mens die op je pad komt – of het nu een vreemdeling is of niet – toch het beste?

Ja, die gun je het beste. Maar moet die ander dan ook jouw godsdienst aanhangen? Dat lijkt mij niet de grootste zorg. Zending en missie gaan altijd hand in hand met dialoog en diaconaat. In beide begrippen zit een stuk wederkerigheid. Waar je God als de afzender van een gebeurtenis tussen mensen beschouwt, daar mogen mensen in alle verwondering en bescheidenheid samen de ontvankelijke partij zijn. 

Wat betekent dit inzicht voor de christelijke kerken in Nederland? ‘Orthodoxie zonder vrijzinnigheid verkrampt, vrijzinnigheid zonder orthodoxie verdampt’, zegt de protestantse theoloog en hoogleraar Ruard Ganzevoort. Christenen mogen bewust leven en werken vanuit de eigen geloofstraditie, maar niet zonder openheid naar de cultuur, de mensen en ook andere religies om hen heen.

De rooms-katholieke bisschop dr. Gerard de Korte brak onlangs in een inspirerende toespraak voor de Protestantse Kerk een lans voor ‘open orthodoxie’. Voor hem is het belijden van de drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest de kern van het christelijk geloof die in alle openheid beleden mag worden.

Deze gedachte en de term ‘open orthodoxie’ spreken me aan. Maar we zouden het ook  ‘vrijzinnige vroomheid’ kunnen noemen. Met God als de ‘Levende die kracht geeft’, waarvan christenen geloven dat deze nauw verbonden is met de radicale humaniteit van Jezus. Samen maakt dat de goede Geest in mensen wakker.

Zo wordt de leer van de drie-eenheid geen christelijke afrastering in een multireligieuze samenleving, maar vooral een doorleefde kwalificatie van hoe menselijk samenleven – in samenhang met de rest van het geschapene – ten diepste bedoeld is.