Het begrip fundamentalisme is rond 1920 ontstaan en had betrekking op behoudende christenen in de Verenigde Staten die protesteerden tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Vandaag denken we bij fundamentalisme vooral aan moslims die geweld gebruiken. Zo wordt in de massamedia gesproken over ‘moslimterrorisme’. Een merkwaardig begrip.

Denk aan Noord-Ierland. Was de IRA een vertegenwoordiger van ‘rooms-katholiek terrorisme’? En was het door dominee Paisley gelegitimeerde geweld ‘terrorisme op gereformeerde grondslag’? En gaf de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig in Duitsland uiting aan ‘socialistisch terrorisme’? En recenter: is de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een ‘christelijk-historische terrorist’?

Hoe absurd het ook klinkt, misschien moeten we dit niet te snel ontkennen. Elk geloof en elke ideologie kent het gevaar te ontsporen. Het kan ons een spiegel voorhouden. Als ideologisch of religieus gedreven mens, balanceer je – als het je tenminste menens is – voortdurend tussen fundamentalisme en relativisme.

Nu kan relativeren beslist geen kwaad. Ook Jezus was een meester in het relativeren (terwijl een groot aantal van zijn volgelingen dat wel eens vergat of vergeet). Jezus relativeerde niet alleen wetten en regels, maar ook het verschil tussen joden en heidenen: de gelovigen en de andersgelovigen in zijn tijd.

Deze kritische (profetische) boodschap – die haaks staat op de menselijke neiging om te denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ – tref je ook aan in de Joodse Bijbel (voor christenen: het Oude Testament). Daarin wordt in talloos veel verhalen verteld dat juist een buitenstaander (denk aan de prostituee Rachab) of een underdog (denk aan de herdersjongen David) een cruciale rol speelt om toekomst mogelijk te maken. Moraal van het oeroude verhaal: zonder de inbreng van vreemdelingen en rare snuiters geen heil voor ‘het volk van God’ en uiteindelijk de hele schepping.

Jezus én de joodse traditie waaruit hij voort is gekomen: de appel valt niet ver van de boom. De les die de joodse en de christelijke traditie ons voorhoudt, vertelt dat we de wereld niet zomaar mogen opdelen in gelovigen versus ongelovigen, in ‘wij’ versus ‘zij’. Het bijbels geïnspireerde geloof dat God (‘de Levende’) onze menselijke fixaties wil openbreken, kan mensen behoeden om fundamentalist te worden, of aanhanger van een politieke leider die alles zwart-wit presenteert. Zo blijft (of wordt) de Bijbel voor mensen een bron van vrede en humaniteit. Misschien moeten juist ook gelovigen zelf veel meer oog krijgen voor deze rode draad van humaniteit en grensoverschrijding in hun heilige boeken.

Worden we daarmee allemaal liberale relativisten? En hoe verstandig is relativisme in een wereld van ongebreideld kapitalisme, ecologische crisis en groeiende private rijkdom die gepaard gaat met publieke armoede? Nee, niet alleen fundamentalisme maar ook relativisme is gevaarlijk: gemakzucht en onverschilligheid die vaak conservatief van aard is (denk aan de dominante stromingen binnen CDA en VVD) maar zich soms ook progressief voordoet.

Voorzichtigheid troef, aangevuld met wat symboolpolitiek om ‘vreemde rituelen van achterlijke gelovigen’ aan te pakken. Dat is de dood in de pot. Daarom zijn passie en compassie zo hard nodig in de politiek. Praat niet langer over normen (nieuwe verboden voor minderheden onder het mom ‘Doe toch eens normaal man’). Nee, bedrijf liever politiek vanuit inspirerende en dieper liggende waarden.  

Als dat gebeurt kunnen relativisten zich weer laten aanspreken door politieke partijen met een herkenbaar politiek fundament. En mensen die vatbaar zijn voor fundamentalisme en xenofobie kunnen hun gevoelens van onbehagen dan hopelijk weer wat relativeren. Niet 150 boerka dragende vrouwen in Nederland zijn het grootste maatschappelijk probleem, wel het feit dat jonge migranten minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de aarde opwarmt door CO2-uitstoot. Ja, vooral dát zou niet langer gerelativeerd moeten worden! 

Gooi daarom de joodse en christelijke traditie niet te grabbel zodat populisten als Wilders ermee aan de haal gaan. Of zodat conservatieven – denk aan het CDA – deze waardevolle inspiratiebronnen voor hun eigen politieke karretje spannen. Het ‘geroepen zijn’ om bruggen te bouwen en mee te werken aan de ‘voltooiing van de schepping’ is immers bij uitstek een opdracht voor groene en linkse politiek.