Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Deze tegenstelling hoor ik regelmatig. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen (kerken of moskeeën) een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire gedachtegang, die naar mijn gevoel steeds dominanter wordt in Nederland. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. Dat kan ertoe leiden dat maatschappijkritiek en nonconformisme – in tegenstelling tot vroeger – op den duur juist eerder binnen de religieuze instituten te vinden zijn dan er buiten. Misschien zijn hiervan ook vandaag al voorbeelden te vinden?

Bij nonconformisme denk ik aan journalist en publicist Anton de Wit (1979). In tijdschrift VolZin van deze week komt hij uitvoerig aan het woord vanwege de publicatie van zijn boek Van klokken en klepels waarin hij het opneemt voor de Rooms-Katholieke Kerk. Volgens hem wordt het seksueel misbruik – dat hij niet ontkent en uiteraard afkeurt – door journalisten misbruikt om de kerk te demoniseren en de hele geloofstraditie met alle priesters over één kam te scheren.

De Wit begeeft zich op glad ijs, zoals hij zelf ook aangeeft. Maar hij heeft wel een punt dat het in de massamedia wel erg makkelijk scoren is tegen kerk en religie. En ik herken De Wits liefde voor de eeuwenoude rituelen, de prikkelende verhalen die klinken, de liederen die worden gezongen en de gemeenschapszin die ontstaat in de kerk. In mijn geval is dat de Protestantse Kerk.

De secularisatie maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Individualisering gaat niet voorbij aan de meeste kerkleden. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is en waar het persoonlijk én in de wereld echt op aan komt. De verbinding naar andere mensen en naar de maatschappij is dan gauw gelegd.

Onlangs ontving ik een brief van portrettekenaar en ‘humanosoof’ Frans Couwenbergh uit Ooy (bij Nijmegen). Aanleiding was een krantenartikel dat ik had gepubliceerd. Naast zaken waarmee hij het oneens was, bespeurde hij ook mogelijke raakvlakken. In zijn brief schreef hij: “Om te beginnen maak ik een sterk onderscheid tussen religie in de vorm van een godsdienstige groepering, zoals jodendom, christendom en islam, en anderzijds in de vorm van aangeboren religieuze gevoelens.” En zijn interessante betoog ging verder. Meer over zijn visie is te lezen op www.humanosofie.nl.

“U maakt een scherp onderscheid tussen geïnstitutionaliseerde religie en aangeboren religieuze gevoelens,” zo mailde ik de Ooyense humanosoof terug. “Het is goed dit onderscheid te maken en het universele aspect van religie – het aangeborene – te benadrukken. Al was het maar om het kunstmatige onderscheid dat religie tussen mensen kan aanbrengen, radicaal te relativeren.”

En ik vervolgde: “Mijn eigen kerk – protestants, open en oecumenisch van karakter – helpt mij om gestalte en ook een heilzame richting  te geven aan mijn aangeboren religieuze gevoelens. Het instituut en het aangeboren aspect sluiten elkaar niet uit, maar plaats ik in elkaars verlengde. Want ze hebben elkaar juist nodig. Dat doe ik vanuit een min of meer vrijzinnig perspectief. Voor mij is het christelijk geloof geen exclusieve waarheid, maar wel een waardevolle en spirituele geloofstraditie.”

“Het mooie van een kerk vind ik ook de gemeenschap: samen maken we een kring, staan we open voor het mysterie van de Eeuwige, delen we brood en wijn, zetten we ons in voor mensen elders – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed bestaan náást elkaar en worden samen gevierd en gedragen.”

“Ontroerend wat u schrijft over pasgeborenen,” zo vervolgde ik mijn antwoord. “Dat zij uit zichzelf al kunnen dansen. Zij kunnen ons veel leren. We moeten worden als een kind, zei bijvoorbeeld Jezus. Al onze zintuigen gebruiken. Zo’n kind weet niet wat christendom, new age of een scheppingsverhaal is. Het is zélf een nieuwe schepping, zelf een nieuw leven.”

“Ik stuur u in de bijlage een foto waarop u kunt zien dat we onze jongste dochter onlangs hebben laten dopen. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moet horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze overtuiging zijn het wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.”

“Wat u schrijft is interessant en biedt inderdaad aanknopingspunten. Al was het alleen al om het feit dat u en ik beiden tot die mensen behoren die nadenken over spiritualiteit en de zin van het leven (in plaats van ons te verliezen in materialisme). Zowel binnen als buiten de kerken zijn spirituele mensen te vinden.”

Tot zover mijn reactie aan Frans Couwenbergh, een spiritueel mens aan de andere kant van het land. Ja, de ‘onzichtbare kerk’ kan wat mij betreft niet groot genoeg zijn! De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag ook zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een heel ander verhaal dan een sterk geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit.