Vrijzinnigheid is een begrip dat leeft binnen GroenLinks – maar ook binnen D66 en de PvdA. Het slaat op een mentaliteit waarbij het individu niet langer wordt beknot door seksegebonden rolpatronen, taboes op homoseksualiteit of andere culturele en/of religieuze opvattingen en gewoonten die individuele ontplooiing in de weg staan.

Vrijzinnigheid is van groot belang, maar de maakbaarheid ervan is beperkt omdat vrijheid en emancipatie zich moeilijk laten afdwingen. Tegelijk is de veerkracht van de Nederlandse samenleving vaak zo groot dat veranderingen vaak van onderop groeien. Het is veel effectiever om die hoopvolle en authentieke processen te stimuleren dan om – op paternalistische wijze – onwillige mensen tot vrijheid te dwingen. Als dat überhaupt al mogelijk en wenselijk zou zijn.

Het is begrijpelijk dat de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen in 2001 bij een minderheid van conservatieve trouwambtenaren niet meteen tot enthousiaste reacties leidde. Ook ligt het niet voor de hand dat alle orthodox-gelovige vrouwen kiezen voor een radicaal andere levensstijl dan hun moeders en grootmoeders. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen wel dezelfde rechten hebben en ontplooingskansen zouden moeten krijgen. Vrijzinnigheid mag geen dwangbuis worden, wel een wenkend perspectief en een ontspannen uitnodiging.

Dat laatste – vrijzinnigheid als een ontspannen uitnodiging – mis ik bijvoorbeeld in het integratiedebat en in het debat over godsdienstvrijheid. Ook binnen mijn eigen partij, GroenLinks, mis ik bij sommigen weleens wat relativeringsvermogen. Enerzijds gaat het over vrijheidsrechten maar anderzijds over culturele verschillen en over ongelijktijdigheid: niet iedereen maakt de zelfde ontwikkeling door op het zelfde tijdstip. Het gaat over veranderingsprocessen die nog niet zo lang geleden in de breedte van de Nederlandse maatschappij plaatsvonden. Dat heeft tijd gekost. Mogen die processen nu (bij anderen) helemaal geen tijd meer kosten en geduld vragen? Ik denk van wel, als we de uiteindelijke richting maar helder hebben.

Het ontkennen of afwijzen van homoseksualiteit en het in stand (willen) houden van een ongelijke positie van vrouwen en mannen in sommige kringen, past niet bij de vrijzinnige maatschappij die ook mij voor ogen staat. Maar de bevordering van vrijheid en emancipatie vraagt in de eerste plaats om dialoog en geduld en pas in allerlaatste instantie om wetgeving en dwang. Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen en groepen stimuleren of verleiden om te kiezen voor vrijheid en emancipatie?

In elk geval niet door te stellen of te suggeren dat een bepaalde religie of (sub-)cultuur achterlijk is. Elke godsdienst, levensbeschouwing of cultuur wordt geïnterpreteerd en gepraktiseerd door nieuwe generaties. Zij doen dat in de context van de moderne wereld en de open samenleving. Onder de oppervlakte broeit het vaak van de langzaam groeiende veranderingen. Denk aan feministische moslima’s. Of bijvoorbeeld aan het feit dat er sinds kort kinderopvangcentra bestaan op reformatorisch-christelijke grondslag. Persoonlijk juich ik deze verzuiling niet toe, maar het geeft aan dat het steeds normaler wordt dat SGP-vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn, wat twintig jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar was. En het feit dat gereformeerd-vrijgemaakte homo’s zich organiseren en ruimte bevechten in hun eigen kring, is een ontwikkeling die ook spontaan is gegroeid en (een deel van) de achterban van de ChristenUnie uiteindelijk ingrijpend zal veranderen.

Juist omdat verandering van onderop het beste werkt, was het ook beter geweest als het onverdoofd ritueel slachten niet meteen door de Tweede Kamer per wet verboden zou zijn geworden, maar eerst tot dialoog had geleid met bijvoorbeeld een convenant als uitkomst. De betreffende joden en moslims hadden dan zelf met een veranderingsproces kunnen starten. De eigen geloofstraditie had dan in harmonie gebracht kunnen worden met nieuwe inzichten rond dierenwelzijn. Omdat echter niet voor dialoog en een ontspannen oplossing is gekozen maar voor dwang, voelt een groot deel van de joden en moslims zich geschoffeerd. Het is bovendien erg hypocriet dat een partij als de VVD – die nooit enige moeite heeft met de bio-industrie – zich wel keert tegen onverdoofd ritueel slachten. Geld verdienen aan grootschalig industrieel dierenleed is blijkbaar minder kwalijk dan kleinschalig dierenleed op basis van eeuwenoude rituelen. Ergo: voor de VVD is niet geldzucht, maar religie de bron van alle kwaad. Hoe simpel wil je het hebben.

De kwestie van de zogeheten weigerambtenaren vind ik ingewikkeld. In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem – zo kun je oppervlakkig stellen. Toch vind ik het ongerijmd dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm (en smallere interpretatie) hanteert van wat het huwelijk inhoudt – en voor wie het bedoeld is – dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren ten aanzien van weigerambtenaren, zoals nu het geval is.

Beter is een landelijke overgangsregeling voor weigerambtenaren (zoals eerder bepleit door publicist en politicologie-student Willem de Gelder). Deze regeling kan bijvoorbeeld behelsen dat vanaf nu (2011; tien jaar na invoering) geen enkele weigerambtenaar meer mag worden aangenomen. En dat alle nu nog zittende weigerambtenaren tot en met uiterlijk 2015 hun werkzaamheden mogen blijven verrichten. De richting is dan helder en trouwambtenaren hebben zich op termijn volledig te voegen naar de ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een volstrekt vrije keuze is, worden mensen in deze situatie niet gedwongen om handelingen te verrichten die tegen hun geweten in gaan.

De richting die ik kies is die van maatschappelijke vrijzinnigheid (die overigens niet hoeft te botsen met midden-orthodoxe posities in de wereld van kerk en religie). Maar de weg er naartoe moet van haar scherpe en intolerante randjes worden verlost. Dat vraagt bijvoorbeeld om ondersteuning van bewegingen van onderop, denk aan subsidies voor homo- en vrouwenemancipatie (positief). En dus niet om secularistische Don Quichottes die te hoop lopen tegen bepaalde groepen en overtuigingen (negatief).

GroenLinks moet bovendien niet vergeten dat ecologie en sociale rechtvaardigheid haar kernthema’s zijn en dat juist op die terreinen sneller en effectiever resultaten geboekt kunnen worden tegen consumentisme en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Door een fixatie op vrijheid, zouden we de gelijkheid en broederschap nog vergeten. Ja, broederschap… fraternalisme dus. En alstjeblieft geen paternalisme, hoe vrijzinnig die ook bedoeld moge zijn.