Met een aantal mensen uit de Protestantse Gemeente van Zwolle is een dagboekje gemaakt voor de Veertigdagentijd, de tijd voor Pasen. Het thema is ‘Ontmoeting’. Ik mocht de overweging schrijven voor dinsdag 29 maart naar aanleiding van een specifiek Bijbelgedeelte, Ester 7: 6b-8:2, waarin de schurk Haman wordt opgehangen aan een paal.

Kies voor het onderdrukte volk

“De Bijbel bakt geen zoete broodjes,” denk ik bij het lezen van de tekst over de ondergang van Haman. “En ze hingen Haman op aan de paal die hij voor Mordekai bedoeld had. Toen bedaarde de woede van de koning”  (Ester 7:10).

Wat moet ik met deze gewelddadige tekst in de Veertigdagentijd? Niet de Messias maar een gevaarlijke duivel wordt hier ter dood gebracht. En wat voegt deze tekst toe aan het thema ‘ontmoeting’? Het brengt me eerlijk gezegd nogal in verwarring.

Laten we vooral niet vergeten dat Haman in dit verhaal de verpersoonlijking is van het ultieme kwaad. Hij wil het volk van God uitroeien. Ester neemt grote risico’s om dát te voorkomen. Uiteindelijk slaagt ze.

Ester heeft de Messiaanse kracht waar later ook Jezus zo vol van is. Zij leeft voor vrede en gerechtigheid. En ze zwicht niet. “Kwaad liep de koning van tafel weg, de paleistuin in. Haman bleef achter om koningin Ester om zijn leven te smeken, want hij begreep wel dat de koning tot zijn ondergang besloten had” (Ester:7:7).

Een zeer confronterende ontmoeting. Haman dringt zich op en speelt in op Esters gevoel. Dit is zijn laatste kans! Heb medelijden met mij, red mijn leven! Het is als een verzoeking in de woestijn. Maar ze houdt stand. Nee, ze kiest niet voor Hamans dood, maar voor het leven van haar volk. Zijn dood is daarvan de consequentie. En dat vraagt ontzettend veel van haar omdat ik vermoed dat Ester als ‘rechtvaardige’ in staat is haar vijanden lief te hebben. 

Haar naam fonkelt aan de hemel als een ster in de nacht, die ons helpt bij de vraag: waar vinden wij in ons eigen, soms zo weerbarstige leven, de Messias?