Het Westen en de NAVO zijn in een nieuwe oorlog verzeild geraakt: deze keer in Libië. De militaire operatie door de NAVO is formeel niet gericht op het verdrijven van dictator Gadaffi, maar gericht op het beschermen van de burgers die hij onderdrukt en bestookt. Maar hoe groot is het verschil als drie NAVO-landen op eigen houtje de dictator met raketten bestoken? En hoe lang blijft het Westen vechten in Libië? En wat heeft deze militaire operatie voor gevolgen voor de Arabische Lente?

De manier waarop Gadaffi de opstandelingen in zijn land aanpakt, zelfs door bombardementen op burgerdoelen uit te voeren, laat zien hoe misdadig en machtsbelust de Libische leider is. Dat een breed gedragen verontwaardiging hierover leidde tot bemoeienis vanuit andere landen, is een ontwikkeling die mij in principe positief stemt. We zijn immers één mensheid en een wereldgemeenschap. Waar één volk lijdt, lijden alle volken.

De NAVO die inmiddels het voortouw neemt in de militaire operatie, moet zich beslist niet laten verleiden tot een jarenlange titanenstrijd die de instabiliteit van het land en de regio vergroot. Om die reden vind ik de argumenten van vredesbeweging Kerk en Vrede interessant en relevant. De organisatie wijst vooral op de keerzijden van het militaire maakbaarheidsgeloof vanuit een authentiek pacifisme. Of je het uiteindelijk met Kerk en Vrede eens bent of niet… meer mensen zouden kennis moeten nemen van de argumenten van deze in 1924 opgerichte vredesbeweging.

Persoonlijk vraag ik me af of we zonder militaire aanwezigheid en met puur pacifisme het geweld en de onderdrukking van dictators zoals Gadaffi zouden kunnen stoppen. Zo is die andere vredebeweging in ons land – IKV Pax Christi – veel minder uitgesproken tegen militaire acties, hoewel medewerker Freek Landmeter ons wel wijst op de noodzaak van een duurzaam buitenlandbeleid en een grote verandering van het Nederlandse wapenexportbeleid. Landmeter schrijft: ‘Houden we vanaf nu echt op met wapenleveranties of doorvoer van wapens aan regimes die mensenrechten schenden? Of blijft geld verdienen voor ons belangrijker en plakken we liever pleisters dan dat we leed voorkomen?’

Wordt Libië een tweede Irak en een tweede Afghanistan met tienduizenden doden, ook onder de burgerbevolking? Laten we bidden en hopen van niet. Het getuigt in elk geval van wijsheid dat de NAVO bij monde van secretaris-generaal Rasmussen uitsluitend het vliegverbod boven Libië wil handhaven en geen gronddoelen met raketten wil bestoken. Dat wordt overgelaten aan de coalitie van Amerika, Groot Brittannië en Frankrijk – de drie NAVO-landen die ook het initiatief namen tot de militaire actie.

Overigens denk ik dat het gematigde NAVO-standpunt eerder een compromis is om Turkije en Duitsland binnenboord te houden dan een gevolg van een evenwichtige visie op de grenzen van militaire maakbaarheid. Maar goed.

Om een nieuw wespennest te voorkomen, moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de toestemming voor de raketaanvallen zo snel mogelijk intrekken en alle kaarten gaan zetten op de handhaving van het vliegverbod door de NAVO. Want hoe geloofwaardig is de NAVO als dit bondgenootschap bewust kiest voor uitsluitend de handhaving van het vliegverbod maar tegelijk toestaat dat drie lidstaten op eigen houtje een aanvallende oorlog voeren?

Ook zou de oppositie in Libië actief ondersteund moeten worden om zich goed te organiseren, zich te verdedigen en Gadaffi aan de kant te kunnen schuiven. Want echte verandering en democratisering begint niet met raketaanvallen, maar door een bevolking die zelf het voortouw neemt en zich daarin moreel en materieel ondersteund weet door de wereldgemeenschap. 

Ik begrijp de behoefte van buitenstaanders om het democratiseringsproces in de Arabische wereld te versnellen. Maar het uitvoeren van raketaanvallen leidt makkelijk tot een langdurige oorlog met veel dodelijke slachtoffers die op lange termijn de spontane beweging van burgers, de Arabische lente dus, frustreert en om zeep helpt.

Laat de NAVO daarom doorgaan met de handhaving van het vliegverbod door F16’s en laten we tegelijk actief een einde proberen maken aan de raketaanvallen die onze Amerikaanse, Britse en Franse bondgenoten uitvoeren. Voor zover dat in ons vermogen ligt natuurlijk. Want ook in dit opzicht geldt: onze maakbaarheid kent grenzen.

Naschrift op 28 maart 2011: Inmiddels heeft de NAVO de regie overgenomen van alle westerse oorlogshandelingen in Libië, ook die los staan van de handhaving van het vliegverbod. Hopelijk kan de NAVO met een korte en doelgerichte militaire actie zonder (extra) burgerslachtoffers het geweld van Gadaffi doen stoppen. De komende weken of maanden zullen ons leren of die wens ijdele hoop is of niet. De ervaringen in Irak en in Afghanistan van de afgelopen jaren stemmen mij weinig hoopvol. Of zal het in Libië toch anders zijn omdat Gadaffi’s positie inmiddels fragiel is? En wat zijn – bezien vanuit de internationale rechtsorde – de juridische criteria om in het ene land wél tot militaire acties over te gaan om een agressief régime tot de orde te roepen, en in het andere land niet ? Helderheid daarover is van groot belang om van een echte rechtsorde te kunnen spreken.