‘Het CDA moet weer een partij van de samenleving worden.’ Deze uitspraak doet het goed bij veel CDA-ers. Je hoort dergelijke geluiden ook bij de zes kandidaat-voorzitters die nu in de race zijn om de partij te besturen. Het bekende verhaal luidt immers dat de VVD de vrije markt omhelst, de PvdA voor overheidsingrijpen kiest en het CDA heil verwacht van de eigen verantwoordelijkheid vanuit maatschappelijke verbanden, de zogeheten civil society. Maar wat zegt dit over solidariteit en duurzaamheid? Wordt het geen tijd dat het CDA kleur bekent? 

Het mantra ‘minder overheid, meer samenleving’ klinkt sympathiek maar verhult ook dat het CDA de vrije markt meer ruimte geeft waardoor solidariteit en duurzaamheid onder druk komen te staan. Een overheid die met wetgeving solidariteit organiseert hoeft echt geen gevaar te zijn voor een verantwoordelijke samenleving. Als er maar voldoende prikkels zijn voor de burger. Een sterke civil society is uiteraard van levensbelang maar de vraag is vooral: hoe kijkt het CDA aan tegen de rol van de overheid en de vrije markt?  

Wie deze laatste vraag niet beantwoordt, werpt – bewust of onbewust – een rookgordijn op. Het CDA doet dat al jaren. Zo blijft de vraag in de lucht hangen of christen-democraten kiezen voor georganiseerde solidariteit of juist voor een vrije markt aangevuld met particuliere liefdadigheid zoals we dat bijvoorbeeld zien in de  Angelsaksische wereld. Waar staat het CDA?  En is een gebrek aan heldere antwoorden op deze vraag niet één van de oorzaken van de crisis binnen het CDA?

Minister Donner benadrukt in diverse beschouwingen vooral de grenzen van wat de overheid kan en mag. Minister Hans Hillen radicaliseert dat verhaal, terwijl oud-minister Bert de Vries, die onlangs zijn partijlidmaatschap opzegde, juist wel een stevige rol voor de overheid ziet weggelegd. Ook voormalig CNV-voorzitter Doekle Terpstra (nog steeds CDA-lid) zit op deze lijn. Hoe sterk is de vleugel binnen het CDA die positief is over een stevige publieke sector? Of wordt het CDA nu definitief een soort VVD met een christelijk jasje?         

In de Sovjet Unie is geprobeerd de vrije markt volledig uit te schakelen en maatschappelijke verbanden als verenigingen, scholen, kerken en vakbonden onder een zeer sterke controle van de staat te plaatsen. Dat leidde tot een totalitair systeem en liep uit op tirannie en een economisch fiasco. Maakt deze historische ervaring ons misschien wat eenzijdig in ons denken? Maakt het ons blind voor de kwalijke gevolgen van een al te vrije markteconomie?

Een goed functionerende maatschappij, waarin niet alleen vrijheid en verantwoordelijkheid maar ook solidariteit en duurzaamheid als grondwaarden leidend zijn, vraagt om een slim samenspel van  samenleving, staat en markt. Emeritus hoogleraar bestuurskunde Andries Hoogerwerf heeft deze gedachte enkele jaren geleden uitgewerkt in zijn boek ‘Politiek als evenwichtskunst’. Zijn conclusie: de markt krijgt te veel ruimte ten koste van de kwaliteit van de samenleving, ook omdat de overheid zich te sterk terugtrekt.

In Nederland hebben de markt en de civil society altijd goed kunnen gedijen. De markt is nu minder getemd dan dertig jaar geleden, maar toch was er ook toen een goed functionerende markteconomie. Het evenwicht tussen markt, staat en samenleving gold ook voor bijvoorbeeld Duitsland en de Scandinavische landen. Deze landen kenmerken zich – ook nu nog – door welvaart, een relatief eerlijke verdeling van middelen, een gezonde publieke sector, sociale rust en lage criminaliteitscijfers. Zeker als je dat vergelijkt met de Verenigde Staten waar van oudsher de vrije markt veel ruimte krijgt en de overheid een veel kleinere rol speelt. De Verenigde Staten tellen miljoenen daklozen, relatief veel gedetineerden terwijl het land zich kenmerkt zich door onderwijs en zorg die niet voor iedereen in gelijke mate toegankelijk zijn. Welke kant gaan we op in Nederland? En in Europa? En hoe luiden de adequate antwoorden op deze vragen vanuit het christelijk sociaal gedachtegoed?

Het motto ‘we zijn de partij van de samenleving’ is nietszeggend als CDA-ers niet duidelijk maken hoe solidariteit en duurzaamheid overeind kunnen blijven. Of beter: hoe deze grondwaarden op nieuwe en creatieve manieren gestalte kunnen krijgen. Daarbij moet de overheid niet de illusie hebben zelf alle problemen op te lossen. Ook burgers, maatschappelijke groepen en marktpartijen zijn hard nodig om de wereld vrijer, socialer en rechtvaardiger te maken. Partijen als GroenLinks en de PvdA hanteren het uitgangspunt van de gespreide verantwoordelijkheid al sinds hun oprichting. Het CDA heeft recht van spreken als het gaat om de verantwoordelijke samenleving maar heeft daar geen patent op.

De christen-democraten doen er goed aan om ook te vertellen dat de overheid, als sterke en betrouwbare partner, een stevige regierol in onze maatschappij heeft te vervullen. Niet omdat de overheid een doel op zichzelf zou zijn, maar als noodzaak om te komen tot een solidaire en duurzame maatschappij. Pas dan keert het CDA terug naar zijn christelijk-sociale wortels en vindt het aansluiting bij de verantwoordelijke burger.

Of deze koers het CDA weer groot maakt is maar de vraag. Want met een sociaal en groen programma stagneerde onlangs ook de groei van de ChristenUnie. Maar een partij die zich fixeert op macht zonder de kwaliteit van de samenleving centraal te stellen, is geen knip voor de neus waard. Uiteindelijk moeten principes en overtuigingen leidend zijn.