Conservatieve krachten proberen de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking ICCO in diskrediet te brengen. Vooral de steun die ICCO biedt aan het onderdrukte Palestijnse volk, schiet sommige rechtse christenen in het verkeerde keelgat. Ze kweken begrip voor minister Rosenthal die ICCO vanwege steun aan de Palestijnen op het mapje riep. 

Gerrit de Jong maakt het wel erg bont in het Christelijk Weekblad van 11 februari met verdachtmakingen en McCarthy-achtige beschuldigingen. En dat terwijl ICCO doet wat ze altijd al deed: het laten horen van een profetische stem door een voorhoede te zijn in protestants Nederland.

Onder de kop ‘ICCO houdt niet van zijn wortels’ beschuldigt De Jong ICCO ervan dat het zijn kerkelijke achterban wil meezuigen in een ‘meer wereldgelijkvormige en links-liberale opstelling’. Wat deze conservatieve CDA-er echter vergeet is dat het conflict tussen Israël en Palestina stukken gecompliceerder is dan hij suggereert. Juist in christelijk Nederland groeit de laatste jaren het besef dat Israël als bezettende mogendheid en militaire superstaat veel boter op het hoofd heeft jegens het Palestijnse volk. 

Uit cijfers blijkt bijvoorbeeld dat tegenover elk Israelisch dodelijk slachtoffer sinds 1948, telkens een vijftal doden aan Palestijnse zijde staan. Graag benadruk ik dat elke vorm van geweld afkeuring verdient. Dat neemt niet weg dat Israël in het conflict met de Palestijnen qua moord en doodslag nummeriek met een factor 5 de kroon spant, wat natuurlijk niet vreemd is als je al veertig jaar een naburig volk met harde hand onderdrukt.

Eind 2009 verscheen een oproep van Palestijnse christenen aan hun geloofsgenoten in de rest van de wereld:  ‘Het uur van de waarheid. Een woord van geloof, hoop en liefde uit het hart van het Palestijnse lijden’. De oproep is ook wel aangeduid als Kairos document. Deze oproep van Palestijnse christenen heeft veel losgemaakt. Wie alle controverses die het opriep op zich laat inwerken, verbaast zich erover hoe zo’n uitgestoken geweldloze hand door sommige christelijke en joodse groepen zo misvormd en ook geweigerd werd.

ICCO heeft een rijke – en ook typisch protestantse – traditie van het geven van een profetisch getuigenis tegen onrecht en lijden, als dat moet tegen de stroom in. Denk aan de illustere professor Jo Verkuyl die beslist niet aan de leiband liep van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), maar zijn eigen kritische geluid liet horen als het ging om bijvoorbeeld kernbewapening.

Als protestant ben ik er trots op dat ICCO – onder voorzitterschap van de integere en strijdbare Doekle Terpstra (trouwens ook een CDA-er) – in deze roemrijk traditie wil blijven staan. ICCO houdt – denk ik – enorm van haar wortels en doet die juist eer aan. Niet door tegen Israël te zijn, want dat kan en wil de interkerkelijke ontwikkelings organisatie domweg niet. Maar wel door de vinger te leggen op de zere plek in een uitermate gecompliceerd conflict waar beide partijen schuld en ook verantwoordelijkheid dragen om serieus aan een oplossing te werken. Waarbij ik wil opmerken dat de Palestijnen Israël minder in een houdgreep hebben dan andersom en dat daarmee Israël als rijke militaire natie ook een grotere verantwoordelijkheid draagt.   

De protestantse theoloog dr. Hans Schravesande – die in 2009 promoveerde op het denken van de joodse filosoof Martin Buber – stelde om deze redenen onlangs in tijdschrift De Linker Wang voor om te werken aan een ingrijpende revisie van onze eigen politieke en kerkelijke geschiedenis met Israël. Waarschijnlijk biedt deze reflectie ons meer perspectief en uitzicht op echte oplossingen dan het aangaan van een politiek moddergevecht in de kolommen van de christelijke pers.