Deze keer – bij wijze van uitzondering – geen tekst van mezelf, maar een zeer relevante tekst die ik vandaag ontving per e-mail van het Platform Duurzame en Solidaire Economie. Op 3 februari is in Tilburg de vierde conferentie over kansen voor een duurzame en solidaire economie. Het programma van de conferentie is te vinden op www.economischegroei.net

Een economie die harmonie voorop stelt in plaats van groei. Die álle mensen op de wereld in hun behoeften voorziet; die teruggeeft wat zij neemt en volledig op duurzame energiebronnen draait. Een economie die problemen niet afwentelt op volgende generaties of mensen in arme landen, maar leidt tot een rechtvaardiger wereld, met respect voor alles wat leeft…

Dat klinkt als een utopie, mijlen ver verwijderd van de dagelijkse praktijk. Toch is het mogelijk, juist nu. Want ons huidige economische systeem, dat marktwerking en winstmaximalisatie tot dogma heeft verheven, stevent regelrecht af op een wereldwijde energie-, voedsel-, en milieucrisis. Met nog scherpere tegenstellingen tussen arm en rijk. Met toenemende maatschappelijke spanningen. En met een dramatisch verlies aan ecosystemen.

De tijd is er rijp voor. Sinds de financiële crisis zien steeds meer mensen in dat we met onze ‘groeiverslaving’ op een doodlopend spoor zitten. Ook de zichtbare gevolgen van een veranderend klimaat en olierampen hebben daartoe bijgedragen. Alleen is de vraag: ‘hoe moet het dan wel?’

De Alliantie Fair & Green Deal neemt bij het beantwoorden van deze vraag het voortouw. Voor de Vierde Conferentie van Tilburg ontwikkelden we een visie en programma’s, op basis waarvan we binnen korte tijd (maximaal vijf jaar) een economische omwenteling in gang zouden kunnen zetten. Tot voorbeeld strekken ons de New Deal waarmee Roosevelt de Verenigde Staten er in de jaren dertig weer bovenop hielp, de oorlogseconomie van Churchill en de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

De weg ernaartoe zal niet gemakkelijk zijn, maar wel buitengewoon uitdagend. Want van veel zaken ligt nog open hoe ze aangepakt moeten worden. Het vraagt om bezinning op tal van bestaande denkbeelden; om vernuft en doorzettingsvermogen; om bevlogen leidinggevers, die buiten gebaande kaders durven denken. En het vraagt om burgers die open staan voor vernieuwing en soms bereid zijn een stapje terug te doen.

We geloven in de kans van slagen. Want het aantal individuen, bedrijven en organisaties dat werkt aan duurzame en solidaire oplossingen groeit wereldwijd tegen de klippen op. De verandering is dus al gaande maar moet veel beter gefaciliteerd worden en niet langer tegengewerkt. Dat vraagt om krachtig overheidsbeleid, duidelijke nationale en internationale wetgeving en een groei in duurzame investeringen.

We staan in die opvatting niet alleen. Steeds meer economen en politici pleiten voor andere maatstaven van welvaartsgroei. Vrijwel allemaal stellen zij dat we toe moeten naar een economie die wel bloeit maar niet groeit. Er zijn hier meerdere ‘modellen’ voor – met telkens andere accenten – zoals de Steady State Economy, solidaire economie, ecologische economie, zorgeconomie, participatieve economie, post growth economy en postkapitalistische economie. In het document ‘Werken aan een eerlijke economie’ lees je daar meer over (zie www.PlatformDSE.org).

Helaas hebben de Nederlandse regering en een belangrijk deel van het Nederlandse bedrijfsleven geen oog voor de nieuwe ontwikkelingen. Integendeel, groei en ongereguleerde marktwerking is meer dan ooit het devies. De leidende politieke partijen bagatelliseren de grote mondiale sociale en ecologische problemen en zaaien zelfs twijfel over de omvang, aard en urgentie. Nu gebeurt dat weliswaar in meer landen, maar de enorme stap terug die Nederland deed – van gidsland tot struisvogelland – is ongekend.

We hebben de indruk dat dit mede komt door een aantal misverstanden over de positie van Nederland in de wereld. “We moeten als klein land niet altijd voor de troepen uit willen lopen”, horen we vaak. Daarnaast wordt hier, sterker dan in veel andere landen, een duurzame en sociale samenleving vereenzelvigd met een links, ‘socialistisch’ gedachtegoed – waardoor veel mensen ter rechterzijde of uit het politieke midden, zich er van afkeren.

Om te beginnen is Nederland niet zo klein als we vaak denken. In de woorden van premier Rutte: “Nederland heeft alles in huis om toonaangevend te zijn in Europa en de wereld. Nederland is de zestiende economie ter wereld, de vijfde investeerder, de tweede landbouwexporteur en de zevende handelsnatie.” Daar kunnen we nog aan toevoegen dat Nederland volgens het IMF het op zeven na rijkste land ter wereld is, en na Luxemburg het rijkste land van Europa (toegegeven, gemeten naar BBP). Onze ecologische voetafdruk is bijna drieëneenhalf maal te hoog en drukt zwaar op de Zuidelijke landen. Zouden we deze voetstap als maatstaf nemen, dan heeft Nederland dus geen 16 miljoen maar circa 56 miljoen inwoners.

Toch gedraagt Nederland zich als Calimero zodra het gaat om zaken als het milieu, het klimaat of steun aan minderbedeelde landen. In de jaren negentig liepen we nog voorop met ons groene beleid, inmiddels komen we in de wereldwijde Environmental Performance Index niet verder dan de 47ste plaats. Met het aandeel duurzame energie in de energiemix behoort ons land tot de hekkensluiters van Europa. En ook de dagen dat Nederland maatgevend was op het gebied van ontwikkelingshulp zijn voorbij.

Op deze manier laden we de verdenking op ons wel de lusten maar niet de lasten te willen dragen. Dat is slecht voor ons. De afstraffing zou ook nog uit andere hoek kunnen komen: onze laaggelegen delta krijgt als een van de eerste problemen wanneer niet snel wereldwijd werk wordt gemaakt van klimaatmaatregelen. Dat het (kennis)rijke Nederland daarin het voortouw neemt, is niet alleen wenselijk maar ligt zelfs volstrekt voor de hand.

Het is een misverstand dat een economie die niet groeit, zou stagneren. Het tegendeel is waar: juist een economie die alsmaar hoge groeicijfers nastreeft, loopt tegen grenzen aan. De bankencrisis is wat dat aangaat een niet mis te verstane waarschuwing. Deze heeft geleid tot daling van nationale inkomens, stijging van overheidstekorten, faillissementen van gevestigde financiële instellingen, overheidsingrijpen om banken te redden, stijgende werkloosheid en het dreigende bankroet van hele landen.

Ook in ons land leven mensen daardoor in onzekerheid over hun baan, is er zware druk om lonen te verlagen, arbeidstijden te verlengen, pensioenleeftijden te verhogen, lasten te verzwaren en slechtere werkomstandigheden te accepteren. Dit wordt gepresenteerd als noodzakelijk kwaad om de hoog opgelopen staatsschulden terug te brengen. Maar zonder de intentie om herhaling van een crisis te voorkomen en zonder een plan voor een duurzame, non-speculatieve economie, werken deze maatregelen het graaisysteem dat voor alle ellende heeft gezorgd slechts verder in de hand.

En het kan zoveel beter! We hoeven maar over de grens te kijken naar Duitsland. Daar begon men ruim tien jaar geleden met een wettelijk geregeld feed-in systeem dat een grote stijging van decentrale opwekking van duurzame energie tot gevolg had. Het aandeel duurzame energie ligt er inmiddels boven de 10 procent en er zijn driehonderdduizend mensen werkzaam in deze industrietak (in Nederland ongeveer vijfduizend).

In Nederland is men huiverig voor een dergelijke overheidsbemoeienis met de markt. Maar als dit voorbeeld iets duidelijk maakt, is het wel dat een krachtige regelgeving de vrijheid van het ondernemerschap helemaal niet in de weg hoeft te staan. Ondernemers hebben er met het oog op hun langetermijninvesteringen juist belang bij. Niet voor niets hebben in Groot-Brittannië ook de Conservatives enthousiast ingestemd met een Klimaatwet waarin relatief stevige klimaatdoelen voor langere termijn zijn vastgelegd. Het belasten van energieverbruik in plaats van arbeid is een andere ingreep die niet op gespannen voet staat met ‘liberale’ verworvenheden. Zo zijn er tal van maatregelen denkbaar die de noemer ‘links’ of ‘rechts’ ontstijgen en het algemeen belang van de gehele mensheid dienen.

Toch zien veel mensen hierbij een sombere Orwelliaanse wereld voor zich, waarin de welvaart tot een dieptepunt is gedaald, goederen op de bon moeten en veel mensen werkloos zijn. Dat beeld is volkomen onterecht. Waarom zouden we dat laten gebeuren? Zo kunnen banen en basisinkomen door de gemeenschap worden gegarandeerd, net zoals dat nu het geval is met onderwijs en verpleging. De werkloosheid kunnen we terugdringen door gemiddeld minder te gaan werken. Dat geeft meer tijd voor ontspanning, sociale contacten, scholing, enzovoort.

Wel neemt in een dergelijke samenleving de algehele consumptie en behoefte aan luxe af. Elk jaar op vliegvakantie hoort dus niet meer bij. Zo kunnen we onze ecologische voetafdruk sterk verminderen. Dat geeft mensen die het nu heel slecht hebben de kans om eindelijk ook mee te doen; om niet hun land te hoeven ontvluchten in de hoop op een beter bestaan. Ook geeft het de aarde de kans zich te herstellen van onze ingrepen op milieu en klimaat. En tot slot: door ons nu te bezinnen op ons economische systeem, bewaren we een mooie, gezonde wereld voor onze kinderen en kleinkinderen. Een eerlijke groene deal toch?