Christenen krijgen het steeds moeilijker in het Middenoosten. In veel Arabische landen waar vaak ook intolerante vormen van de islam aanwezig zijn, verslechtert hun situatie. De recente aanslag op een Koptische kerk in Egypte met veel dodelijke slachtoffers, is daarvan een dieptepunt. Hoewel ik zelf christen ben, beschouw ik deze gebeurtenis niet in de eerste plaats als christenvervolging maar als schending van mensenrechten. En dat is voor mij beslist meer dan een definitiekwestie.

Sinds mijn studententijd ben ik lid van Amnesty International. Sommige mensen in de christelijke omgeving waarin ik opgroeide, maakten zich druk om vervolgde geloofsgenoten, bijvoorbeeld door lid te worden van Open Doors, een organisatie die opkomt voor vervolgde christenen. Dat vond ik wat eenzijdig: het gaat immers om alle mensen en hun rechten. Die mening ben ik nog steeds toegedaan. Dat neemt niet weg dat opkomen voor vervolgde christenen goed en noodzakelijk is. Maar wat ik me wel afvraag: waarom trek je het perspectief niet meteen een stuk breder?

Een tegenvraag kan zijn: besteedt Amnesty International genoeg aandacht aan de positie van vervolgde christenen? Ik vermoed van wel, zeker als het gaat om Amnesty International als wereldwijde organisatie. Wat de Nederlandse afdeling betreft kijk ik uit naar het komende nummer van ledenblad Wordt Vervolgd. Overigens is het niet ondenkbaar dat de mensenrechtenorganisatie de vervolging van groepen die in Nederland een minder goede belangenbehartiging kennen, soms wat meer prioriteit geeft. Maar in principe gaat het Amnesty International om de rechten van alle mensen ongeacht religie, levensovertuiging, nationaliteit, sekse, handicap of geaardheid.  

Ook is de vraag terecht of – vanuit een mondiaal perspectief, zeg ik met nadruk – de islam niet een groter gevaar is voor christenen dan het christendom voor moslims. Ik denk dat dit grosso modo het geval is. Maar zo’n stellingname gaat snel voorbij aan het feit dat zowel de islam als het christendom een grote mate van interne diversiteit kennen. Beide godsdiensten bestaan – net zoals alle andere wereldreligies – uit zowel fundamentalistische, vredelievend orthodoxe als meer vrijzinnige richtingen. Religie biedt wat dat betreft geen helderheid. Mensenrechten wel.       

De ChristenUnie bepleitte eerder deze week om in het buitenlandbeleid niet alleen economische belangen te laten meewegen, maar ook godsdienstvrijheid. Dat is een waardevolle suggestie. Maar waarom zou de overheid zich in haar buitenlandbeleid beperken tot godsdienstvrijheid? Wat mij  betreft tellen alle mensenrechten. Want hoe gaan we bijvoorbeeld om met sommige Afrikaanse landen waar bepaalde christenen homohaat in stand houden of zelfs vergroten? En vermijdt de ChristenUnie het woord ‘mensenrechten’ misschien omdat zo’n woordkeuze haar eenzijdige pro-Israël positie ondermijnt?    

Godsdienstvrijheid is een fundamenteel mensenrecht dat ik niet graag wil isoleren van andere mensenrechten. Juist omdat godsdienst als maatschappelijk fenomeen verschillende gezichten heeft en ook op gespannen voet kan staan met andere mensenrechten (het christendom niet uitgezonderd) is het goed om het perspectief van de universele mensenrechten leidend te laten zijn. Als mens en ook als christen voel ik mij daarbij verreweg het meeste thuis.