Nu Femke Halsema vertrekt uit de landelijke politiek, valt haar veel lof ten deel. Dat is terecht. Met hart en ziel zette zij zich in voor GroenLinks en voor de publieke zaak. De verkiezingswinst in 201o was voor een belangrijk deel aan haar te danken. Ze liep voor de troepen uit, was kundig en soms briljant, maar had – zoals dat vaker geldt voor  persoonlijkheden – ook haar eenzijdigheden.

Met haar boek ‘Geluk! Voorbij hyperconsumptie, haast en hufterigheid’ (2008) heb ik Femke definitief in mijn politieke hart gesloten. In dat boekje kwam ze met heldere en fundamentele cultuur- en maatschappijkritiek. Een groen en sociaal verhaal dat me enthousiast maakte. Het is nog steeds het lezen waard. Haar boek was naar mijn gevoel een broodnodige aanvulling op het ‘sociaal individualisme’ dat Femke sterk uitdroeg en wat GroenLinks – zeker in de beeldvorming – steeds meer tot een libertaire partij maakte.

Autonomie, individualisme en emancipatie horen bij GroenLinks. Femke paste als partijleider prima in dat beeld van nonconformisme en progressiviteit. Toch vond en vind ik dat ook een eenzijdig verhaal. Thema’s als sociale cohesie en gemeenschapszin horen immers ook bij linkse politiek. Menselijke autonomie kent wat mij betreft geen maximum maar een optimum.  

In 2007 schreef Femke  – samen met partijgenoot Bart Snels – een bijdrage aan de bundel ‘De autonome mens’. Deze bundel kwam uit ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het Humanistisch Verbond. Hoewel in dit boek diverse artikelen staan over de grenzen van de menselijke autonomie, kenmerkte het verhaal van de twee GroenLinksers zich door één grote lofrede op autonomie van de individuele mens. In tijdschrift ‘De Linker Wang’ heb ik dat toen ook bekritiseerd. Want hoe houdbaar is menselijke autonomie als de overheid op basis van democratische besluitvorming economische solidariteit moet kunnen afdwingen? En als de consumptie begrenst moet worden om onze planeet leefbaar te houden? Gelukkig kwam in 2008 het genoemde boekje ‘Geluk!’ uit waarin Femke helder aangaf oog te hebben voor groene en sociale dimensies. Dat maakte voor mij heel veel goed.

Met godsdienst en religie heeft Femke altijd een haat-liefde verhouding gehad. Als belijdend christen en actief lid van GroenLinks triggerde mij dat. Van huis uit is Femke seculier opgevoed en dat speelde beslist een rol. Omdat ze onder meer met de ‘rooie dominee’ en GroenLinks-parlementariër Ab Harrewijn (1954-2002)  in de Tweede Kamer samenwerkte, kreeg ze oog op voor progressieve gelovigen met wie ze haar linkse idealen – overigens ook omtrent vrijheid en autonomie – kon delen.

Femke deed als partijleider haar best zich te verplaatsen in de positie van religieus geïnspireerden.  Maar het kostte haar toch moeite om naast negatieve aspecten van religie – die er beslist zijn –  ook de positieve kanten te benoemen. Dit bleek op 9 oktober jl. nog tijdens de conferentie over godsdienstvrijheid die GroenLinks samen met De Linker Wang en enkele Amsterdamse studenten organiseerde.

Dat positieve aspect had best vaker mogen klinken. In maart 2009 ging Femke in debat met dominee Klaas van der Kamp van de Raad van Kerken in Nederland. De GroenLinks-leider vertelde toen in de Utrechtse Domkerk dat ze onder de indruk was van wat kerkmensen vanuit hun inspiratie doen aan barmhartigheid én aan politieke strijd voor gerechtigheid ten aanzien van vluchtelingen, daklozen en andere mensen op of onder het sociaal minimum. Het is immers “het gelaat van de ander” dat onze vrijheid en menselijke autonomie relativeert of  zo je wilt:  tot de juiste bestemming brengt.

Misschien is Femke Halsema – door jarenlang te werken voor de publieke zaak en te bouwen aan een sociale en groene toekomst – juist iemand die in staat is haar persoonlijke vrijheid in een groter perspectief te plaatsen. Dat is – denk ik – minder vanzelfsprekend dan ze zelf misschien voor mogelijk houdt. In haar korte afscheidstoespraak tegenover de pers sprak ze over “de plicht om optimistisch te zijn”. Dat gaat voorbij elke vrijblijvendheid en raakte mij diep. Dat ze daarnaast ook op tijd het stokje doorgeeft aan haar opvolger Jolande Sap, dwingt bij mij veel respect af.     

Deze tekst is ook gepubliceerd op www.joop.nl. Een geactualiseerde bewerking staat in het Reformatorisch Dagblad van 22 december:  http://www.refdag.nl/1.523452