GroenLinks viert vandaag – op maandag 22 november – een feestje. Precies twintig jaar geleden werd de partij opgericht als fusie van radicalen (PPR), pacifistisch socialisten (PSP), verlichte communisten (CPN) en progressief confessionele christenen (EVP). Vanmiddag presenteren de politicologen Paul Lucardie en Gerrit Voerman hun boek ‘Van de straat naar de staat’. Daarin speculeren ze over de toekomst van GroenLinks.

Zelf werd ik in 1993 lid van GroenLinks. Mijn sympathie lag toen bij de erfenis van de EVP maar verbreedde zich al gauw. De ontwikkeling van GroenLinks loopt  parallel met de ontwikkeling van mijn eigen denken. In de speculaties van Lucardie en Voerman – die voor een deel in Trouw (zaterdag 20 november) staan – zijn de politicologen gefocust op groei en macht. Hoe zou GroenLinks kunnen doorbreken als invloedrijke factor in de Nederlandse politiek?

De politicologen zinspelen op een nieuwe fusie waarbij vooral PvdA en D66 in beeld komen. De SP wordt minder vaak genoemd. De kracht van GroenLinks is dat met het ontstaan van de partij idealen sterker in beeld zijn gekomen dan oude ideologieën. Niet als ontkenning van oud gedachtegoed, maar als actualisering ervan waarbij dogmatisme makkelijk kon worden afgeschud. Eigenlijk was dit vrijzinnig linkse denken – vooral in de PPR – altijd wel aanwezig, zodat er ook sprake is van continuïteit.

Sinds 1990 is marktwerking bijvoorbeeld steeds minder een vies woord, maar de markt moet zich wel ontwikkelen binnen groene en sociale kaders. GroenLinks is ook kritischer geworden ten opzichte van sommige doorgeschoten aspecten van de verzorgingsstaat. Participatie en activering werden meer het motto. Maar dat neemt beslist niet weg dat er wat gedaan moet worden aan de groeiende kloof tussen arm en rijk, ook in Nederland zelf. Mensen moeten in staat gesteld worden zich te ontwikkelen, met oog voor omstandigheden als ziekte en handicap. Ontwikkelen doe je als mens niet uitsluitend op de arbeidsmarkt – daar zit soms een blinde vlek. We leven immers niet bij brood alleen.

Spannend blijft het als oorlog en vrede aan de orde komen. Je plaatst jezelf niet langer buiten de werkelijkheid als je de NAVO als militair bondgenootschap accepteert en vredesmissies steunt. Maar vaak is het een schemergebied waar vredestichten ophoudt en militair ingrijpen begint. Vaak spelen economische en geopolitieke belangen een rol onder het mom van vrede en stabiliteit. Kan met wapens vrede worden gebracht? Heiligt het doel de middelen? Die vragen nopen de partij om altijd kritisch te blijven op de dogma’s en veronderstellingen van de gevestigde orde.

Terug naar Lucardie en Voerman die nadenken over meer groei en macht voor GroenLinks. Zetelwinst leidt tot meer politieke invloed. Het is hoog tijd dat GroenLinks gaat deelnemen in een kabinet. In andere Europese landen hebben groene partijen vaak al regeringsverantwoordelijkheid gedragen. En in veel steden levert GroenLinks wethouders.

Om linkse versnippering tegen te gaan, moet GroenLinks haar eigen bestaansrecht relativeren. Daarbij komen niet alleen PvdA en D66 in beeld, maar wat mij betreft ook de SP die immers ook een partij in ontwikkeling is. De SP zit weliswaar niet in het centrum van de macht, verdient soms ook kritiek, maar appeleert wel aan het sociale geweten van GroenLinks.

Groei en macht zijn geen doelen op zich en mogen niet ten koste gaan van groene en linkse idealen. Zolang het spanningsveld tussen macht en ideaal maar pijnlijk voelbaar blijft. Zonder dat de partij te veel aan zelfkastijding doet. Het moet ook wel leuk blijven. Haalbaar idealisme dus, gekoppeld aan macht die geen doel op zichzelf wordt, maar zich altijd laat voeden door het besef dat de wereld zoveel beter moet – en ook kan.