De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) bespreekt deze week een notitie over de Islam. ‘Integriteit en respect’ heet het stuk dat een sfeer van tolerantie oproept. Wel vraag ik me af of het spanningsveld tussen de boodschap ván Jezus en de – vanuit de geloofstraditie gegroeide – boodschap óver Jezus, genoeg tot uitdrukking komt in dit document. Wordt Christus ingezet als een confessioneel ijkpunt? Of als een kracht die menselijke fixaties openbreekt? Of allebei?

“Jezus Christus is de gekruisigde en opgestane Heer!”. Op deze manier kan een orthodox christen – kort en krachtig – getuigen van zijn of haar geloof. Vanuit de christelijke traditie en theologie valt daar veel voor te zeggen. Maar tegelijk wees Jezus mensen in diverse evangelieverhalen op zijn diepe overtuiging dat het leven sterker is dan de leer. Hij vertelde dat geloofswaarheden uiteindelijk minder zwaarwegend zijn dan het concreet helpen van mensen in nood en het zoeken naar vrede en gerechtigheid.

Denk aan de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan (zie afbeelding). Jezus vertelde deze parabel om de religieuze identiteit van zijn toehoorders radicaal te relativeren. Hij zette die identiteit zelfs volkomen op zijn kop. Niet wie of wat je bent – bijvoorbeeld een vrome gelovige – geeft de doorslag, maar welke keuzes je maakt.

‘Integriteit en respect’ is een doorwrochte en evenwichtige nota. Het neemt duidelijk afstand van visies waarin de islam als groot gevaar wordt neergezet, zeker in de context van de Nederlandse samenleving. De nota laat zien dat de islam – net als andere godsdiensten – verschillende gezichten heeft.

Auteur Bernhard Reitsma, bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, heeft kennis van zaken over kerk en islam. Hij zoekt aansluiting bij hoopgevende voorbeelden waarin christenen en moslims met succes kiezen voor vrede en onderlinge tolerantie. De kerk wordt in de nota ook opgeroepen om moslims als bondgenoten te zien met wie goed kan worden samengewerkt. Deze grondtoon is zeer veel waard en siert de Protestantse Kerk.

Het stuk benadrukt verder dat christenen de waarheid van Christus niet kunnen claimen. In mijn eigen woorden: ook christenen kennen de waarheid niet ten volle. Wie anderen op het Licht der Wereld wil wijzen, zal ontdekken waar de eigen zwakheid of duisternis zit. Dat maakt voorzichtig en bescheiden, maar nog steeds – of juist daarom – een getuige van hoop.

Wie zichzelf daarbij eerlijk een spiegel voorhoudt, kan niet om dialoog heen en een fundamentele relativering van de eigen geloofstraditie. Geen zelfgenoegzaamheid, maar verwondering en nieuwsgierigheid over wat je zelf mag ontvangen van de heilzame kracht die alle mensen bezielt en te boven gaat. Ligt in deze interactie vanuit openheid en verwondering misschien de opmaat naar een nieuwe wereld?

Maar dit aspect zou in de kerkelijke nota wat radicaler uitgewerkt mogen worden. Bijvoorbeeld door expliciet vragen te stellen: Ging het Jezus om het stichten van een nieuwe godsdienst? Of ging het hem om het ‘Koninkrijk van God’ waarbij geloofstradities juist gerelativeerd worden? Wat maakt Jezus eigenlijk tot Christus? Waarom krijgt de dood uiteindelijk geen vat op Hem? Komt dat misschien door de sterk relativerende – en op humaniteit gerichte – gelijkenissen die hij vertelde? En wat heeft de beantwoording van deze vragen voor consequenties voor het belijden van het christelijk geloof en – in nauwe samenhang daarmee – voor de opdracht van de kerk in de wereld?

Kortom: gaat het om het veiligstellen en afbakenen van eigen christelijke identiteit tegenover andere levensbeschouwingen – hoe respectvol en vriendelijk ook geformuleerd? Of gaat het om het zoekend en tastend vormgeven van het Koninkrijk van God? Dat laatste zou het meeste accent moeten krijgen. Maar juist de behoefte aan een christelijke positiebepaling, was de aanleiding om de Islamnota in de synode te bespreken en vast te stellen. En dan gaat er toch iets wringen.

En dat is merkbaar, bijvoorbeeld als bidden met moslims in de kerkelijke nota aan de orde komt. Sommige christenen die in gesprek zijn en/of samenwerken met moslims, hebben daar goede ervaringen mee, vooral tijdens interreligieuze vieringen. Dat gezamenlijke bidden zou echter niet goed zijn voor christenen omdat zij de drie-enige God belijden. Als gelovige vind ik  deze opvatting getuigen van te weinig vertrouwen in de Vader, een misverstaan van de Zoon en een onderschatting van de Heilige Geest.

Wees als christen niet bang dat het christendom samensmelt met andere religies of dat de kerk ophoudt te bestaan. Het christendom is geen doel op zichzelf, laat staan de kerk. We merken vanzelf welke bewegingen en onderstromen in staat zijn om mensen hoop, vreugde en wijsheid te bieden. Aan de vruchten herkent men de boom. Daar zitten ongetwijfeld kerken bij, maar niet uitsluitend.

De invloedrijke theoloog Edward Schillebeeckx (1914-2009) schreef ooit: “God staat niet aan onze zijde, zoals oude politieke ideologieën vaak zeiden, Hij staat aan de zijde van wat goed is. En voor ons komt het erop aan, ook aan dié zijde te gaan staan in plaats van God voor ons te annexeren” (Als politiek niet alles is… Jezus in de Westerse cultuur, Abraham Kuyper-lezing 1986).

Ondanks de religieuze identiteit die mensen blijkbaar nodig hebben – en die kerken vaak ook bieden – gaat de Geest zijn ongekende gang. Of om het op een bijbelse manier uit te drukken: ‘Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, heeft eeuwig leven’. Durf daarom los te laten, te vertrouwen en de hoop die in je is te delen met anderen – op een bescheiden, maatschappijkritische en vooral concrete wijze. Niet vanuit een fixatie op groei of vanuit christelijk lijfsbehoud, maar omdat de wereld smacht naar vrede en gerechtigheid.

Dit betoog stond op 10 november in het Friesch Dagblad. Een populaire versie staat op: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/is_theedrinken_meer_waard_dan_samen_bidden/

Klik op deze link voor de Islamnota van de PKN: http://www.pkn.nl/site/uploadedDocs/IntegriteitenRespectIslamnota_20101025.pdf